Persschouw
1997-05-30
'Assen 1926' Voor 'Reformanda' is het blijkens een uitspraak van ds. C.J. Breen een absolute voorwaarde dat de Christelijke Gereformeerde Kerken het besluit van Assen 1926 inzake het gezag van de Schrift aanvaarden. 'Reformanda' is een vereniging binnen de Vrijgemaakte Kerken, die bij tijden de puntjes op de i zet. Er moet gereformeerd worden. Dat betekent 'reformanda'.- Jaargang 41
- nummer 11
We blijven aan het reformeren, zeiden ook de mannen van de Nadere Reformatie.
Zij stelden zelfs voor om niet te spreken over 'Gereformeerde Kerken' maar over 'Reformerende Kerken', d. w.z. kerken die permanent bezig zijn om de reformatie te bedrijven. En dat was weer in overeenstemming met het gezegde, dat een kerk pas goed gereformeerd is, wanneer zijn aan het reformeren blijft. Nu is er wel wat verschil tussen Nadere Reformatie en Voortgaande Reformatie. De eerste term staat voor een snuifje piëtisme in het kerkelijke leven. De tweede uitdrukking wil de 'Reformatie' doorvoeren op alle terreinen des levens. Zij werd voornamelijk sinds de Vrijmaking van 1944 vernomen. Aangezien die terreinen vandaag nog al verbrokkeld zijn heeft de Nadere Reformatie in deze tijd die roept om ervaring, de wind in de zeilen.
'Reformanda' heeft niet altijd en overal de wind mee. Ook niet binnen de Vrijgemaakte Kerken. En de eis, die ds.
Breen op de jaarvergadering van de vereniging formuleerde, wordt ook niet binnen deze Gereformeerde Kerken unaniem aanvaard. 'Assen 1926' ligt inmiddels meer dan zeventig jaar achter ons. Is het billijk om de Christelijke Gereformeerde Kerken vandaag aan de uitspraken van die synode te binden bij een eventuele vereniging?
Bovenschriftuurlijke bindingen Het lijkt op de voorhand voorbarig om vandaag over vereniging te spreken, terwijl deputaten van beide zijden een klein beetje de pas inhouden, wanneer het gaat over lokale ontwikkelingen. Is het dan al te zeer vooruitlopend op wat kerken dienaangaande te zeggen hebben, wanneer de haven van de vereniging werkelijk binnen de horizont komt? 'Assen 1926' was een besluit inzake de zintuigelijk waarneembare situatie in het paradijs. Een dogmatische kant zat aan dit besluit.
Er was ook een kerkrechtelijk aspect.
Ds. Breen sprak over de uitlegkundige betekenis van dit synodebesluit.
"Assen heeft indertijd regels voor hermeneutiek gesteld die nog steeds geIden."
Dat is een theologisch-wetenschappelijke uitspraak. Hermeneutiek is een onderdeel van de theologische wetenschap, waarin de regels voor de uitleg worden bezien, en zo mogelijk vastgesteld. 'Assen 1926' behoorde bij de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken, zoals deze zich specifiek afspeelde rond de opvattingen van dr. Geelkerken. Onze kerken stonden"
daarbuiten. Het is wat rigoureus om aan te nemen dat onze kerken die geschiedenis zouden moeten overnemen en approberen voor en aleer er van een vereniging sprake zou kunnen zijn. De naam van prof. B.J. Oosterhoft is door onze kerken van blaam gezuiverd. Het boek van dr. B. Loonstra zou, zoals ook in De Reformatie voorzichtig bepleit werd, voorwerp van gezamenlijke bespreking kunnen zijn en vereist dat op zichzelf ook reeds.
Er is een problematiek die ook in interkerkelijk verband om een benadering vraagt. W. van 't S.
Dit stuk knipten wij uit 'DE WEKKER'.
Het is van de hand van Prof.Dr. W. van 't Spijker. Het is goed, dat hij over deze dingen schrijft. Wij moeten elkaar bij een oecumenische toenadering niet overvragen. Ieder kerkverband kent zijn eigen geschiedenis.
De eis tot aanvaarding van elkaars synodebesluiten kan de weg naar eenwording blokkeren. Trouwens: de beslissing van Assen 1926 met alles eromheen verdient absoluut geen schoonheidsprijs! Daarmee is intussen nog niets gezegd over de inhoud van het desbetreffende besluit.
Maar een genuanceerde beoordeling van het geheel is wel legitiem.
O. Mooiweer, Enschede