Weg tot behoud

1997-06-13
  • Jaargang 41
  • nummer 12
"En het zal zijn dat ieder die de naam des Heren aanroept, behouden zal worden" (Hand. 2.21)

Petrus citeert op Pinksteren Joël. Joël had aangekondigd, dat bij de uitstorting van de Geest (om het Nieuw Testamentisch te zeggen) de ‘gave van profetie’ breed zou gaan functioneren. Toch lijkt het erop alsof er in Handelingen iets heel anders gebeurt. Niet de gave van de profetie, maar een talenwonder trekt de aandacht.

Joëls tijd
Joël treedt op in een tijd dat het geestelijk leven bij het volk op een laag pitje staat. Geestelijk gezien zijn de Israëlieten net zo helder als dronken kroeglopers. Ze moeten uit hun roes ontwaken.
Ze herkennen het optreden van de HERE niet meer. De enorme sprinkhanenplaag die het land treft, beleven ze niet als een straf van de HERE.
Ze zijn veel te druk met de zorg voor hun eigen natje en droogje, voor hun eigen welvaart. Ze zijn niet meer gericht op de vervulling van de heilsprofetieën.
Het zal hun tijd wel duren.
Ze zijn niet op zoek naar wat God van hen vraagt of naar wat God aan het doen is.
Daarom herkennen ze Gods straffend optreden in de sprinkhanenplaag niet.
Alleen Joël staat open voor God.
Geleid door de Geest herkent de profeet wel hoe God aan het werk is. Het is zijn taak om het volk wakker te schudden. Met grote kracht roept Joël op tot bekering. Er wordt alarm geslagen, op de bazuin geblazen. Als het volk zich niet bekeert, zal het oordeel onafwendbaar zijn. Maar als men zich echt bekeert, als men het hart scheurt (niet alleen voor de schijn de kleren), ja dan is er nog een mogelijkheid dat God zich bekeert. Alleen dan is er een mogelijkheid dat God hen behoudt uit het komende oordeel.
De bekering is nodig met het oog op de Dag des Heren. De bekering is nodig met het oog op Gods ingrijpen in de geschiedenis. Een ingrijpen, dat gericht is op het herstel van de schepping.
In dat kader staat Joëls Pinksterprofetie.
God zal zijn Geest uitstorten, zodat heel Gods volk profetisch begaafd zal zijn. Zodat zij net als Joël Gods optreden zullen herkennen, en daar hun leven naar zullen inrichten.
Joël was als profeet geroepen. Als profeet herkent Hij Gods handelen in zijn eigen tijd en Gods bedoeling voor heden en toekomst. En met die kennis moet hij als profeet het volk wakker schudden uit hun roes. Hen oproepen tot bekering. Want er is maar één weg tot behoud.
Wat Gods Geest in Joël bewerkt heeft: de kennis van Gods handelen, de bekering en de verkondiging daarvan; dat zal de uitstorting van de Geest in heel het volk bewerken.

Pinksteren
Op Pinksteren zien we dat Joëls profetie vervuld wordt. Heel de gemeente slaat aan het profeteren. Zij verkondigt de grote daden die God in haar eigen tijd gedaan heeft. Zij verkondigt Jezus, de Nazoreeër. Gekruisigd, maar opgewekt, ten hemel gevaren en zittende aan de rechterhand van God.
Zij roept (net als Joël) de mensen op tot bekering. "Want het zal zijn, dat al wie de naam des Heren aanroept behouden zal worden."
Het Pinksterfeest heeft een ontnuchterende uitwerking. Allerlei dingen die in de samenleving als heel belangrijk worden gezien: carrière, aanzien, bezit etc. die tellen opeens heel anders. We herkennen opeens de dronkenschap, die deze dingen kunnen veroorzaken, de verslavende werking. Door Pinksteren worden we ontnuchterd en beseffen we dat er maar één ding is dat telt, dat er maar één manier is waarop we behouden kunnen worden. Alleen als we de Naam des Heren aanroepen, kunnen we behouden worden uit het komende oordeel. Die boodschap moet profetisch verkondigd worden.
Profetisch, dat wil zeggen op zo'n manier dat alle mensen deze boodschap in hun eigen taal, in hun eigen cultuur helder en verstaanbaar te horen krijgen. Het talenwonder staat dus helemaal in dienst van deze profetische taak die de gemeente ontvangen heeft. Het is als het ware het onverwachtte toetje op het profetische pinksterwonder. Een knipoog van God, die meer geeft dan wij verwachten.

Vandaag
Als wij in de tijd na Pinksteren met deze dingen bezig zijn, dan komen er vragen op ons af.
Zijn wij nuchter? Of laten wij ons ook dronken voeren door de welvaart, door onze carrière etc. Beseffen we echt dat er maar één naam is waardoor we behouden kunnen worden? Hebben we ons hart gescheurd? Afscheid genomen van de Mammon? En wordt ons (gemeente)leven bepaald door de profetische taak die op de Pinksterdag zo helder klonk? Zijn wij profeten die de mensen in onze omgeving oproepen om zich te bekeren?
Als wij onze profetische taak uitvoeren, dan merken we hoe belangrijk het talenwonder is.
Want velen ervaren grote moeite als zij het evangelie aan ongelovigen uit moeten leggen. Het is alsof je een andere taal spreekt! Alsof ze niet begrijpen wat je zegt! Dat geldt voor de woorden die we gebruiken maar ook voor de vormen waarin we ons geloof beleven en concreet maken.
Het gebed om de werking van Heilige Geest is dan ook van groot belang.
We zullen steeds op zoek moeten zijn naar woorden en vormen die in onze tijd verstaanbaar zijn. Misschien zullen er mensen zijn die zeggen dat het dan een chaos wordt. Daar moeten we niet al te bang voor zijn.
Op de Pinksterdag dacht men aan dronkenschap, maar het is het werk van de Geest. En juist wat de samenleving heel normaal vindt, wordt door Joël als een roes ontmaskerd. Het gaat erom dat wij in de kracht van de Geest steeds in alle culturen en subculturen op een heldere en verstaanbare manier kunnen duidelijk maken dat er een weg is tot behoud.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief