Verantwoordelijkheid in afhankelijkheid (3)

1997-06-13
  • Jaargang 41
  • nummer 12
In de twee voorafgaande artikelen heb ik een beetje eenzijdig de nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid en de bewegingsvrijheid, die we van de HERE hebben gekregen om het leven, ook het kerkelijke en het christelijke leven, naar ‘eigen’ inzicht te richten. Ik kan me voorstellen, dat deze benadering vragen oproept.

Allereerst natuurlijk deze: Hoe zit het nu met de concrete voorschriften in de Schriften? Bedoel je dat we die met een korreltje zout kunnen nemen? Op deze vraag hoop ik het volgende en laatste artikel van deze reeks in te gaan. Voordat ik in staat ben deze vraag te beantwoorden moet echter eerst een ander punt uitgediept worden. Dit artikel wil ik laten zien, dat het vreemd is aan het wezen van de nieuwtestamentische ethiek om voor altijd, iedereen en overal zeer gedetailleerde en concrete regels voor te schrijven.

Grondwoorden
Graag wil ik beginnen opmerkzaam te maken op een opvallend kenmerk van de door de apostel Paulus gegeven vermaningen.
Het betreft het verschil in de woorden die hij in Gal. 5 gebruikt om het begeren van het vlees en het leven door de Geest te typeren. Voor de werken van het vlees gebruikt hij een lange reeks uiterst concrete woorden: "hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, veten, twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht, partijschappen, nijd, dronkenschap, brasserijen en dergelijke." (Gal. 5:19-21). Woorden waarvan de betekeniscirkel vrij klein is, omdat ze zo concreet zijn. Het zijn de direct-zichtbare uitlopers van een leven zonder God. Letten we vervolgens op de woorden waarmee hij het leven door de Geest tekent, dan staat er: "De vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing." (Gal. 5:22). Vergelijken we deze reeks met de voorafgaande, dan mist ze de directe concreetheid van de andere uitdrukkingen. Dat wil niet zeggen, dat de gebruikte woorden vaag zijn, want dat zijn ze bepaald niet, alleen dat ze zich in zoveel meer richtingen laten uitwerken. Dat komt omdat ze een spade dieper steken, dan de woorden die Paulus gebruikt om het leven naar het vlees te tekenen. Het zijn grondwoorden, woorden die aan de basis liggen van alle christelijke levenswandel, woorden die tegelijk als een zuurdesem zijn, die door heel het christelijke leven willen heenwerken. Tegenover de vele concrete en direct aanwijsbare uitingen van het vlees plaatst de apostel Paulus dus niet een reeks van vergelijkbare concrete en direct-aanwijsbare uitingen van de Geest, maar enkele grondwoorden voor het christelijke leven.(1)

Veelzeggend verschil
Het verschil tussen deze twee reeksen is van belang voor het onderwerp van deze artikelenreeks. Kenmerkend voor de ethiek van het Nieuwe Testament is niet de breedte van de regelgeving, maar het werken met grondwoorden. In het Nieuwe Testament wordt het kruis van Jezus Christus met grote kracht midden in het leven geplaatst. Dat is het centrale oriëntatiepunt, het uitgangspunt, het blijvende middelpunt. Aan de voet van het kruis liggen vervolgens de grondwoorden van het leven in Christus voor het oprapen. Zij laten zich direct afleiden, uit Gods openbaring in Christus: nederigheid, vergevingsgezindheid, barmhartigheid, liefde. En uit veel meer dan deze twee - het kruis van Christus en de daaromheen geschaarde grondwoorden - bestaat de ethiek van het Nieuwe Testament niet. Zeker, we vinden ook concretiseringen van deze grondwoorden, bijv. in Gal. 6:1-10, en ook wordt de uitwerking van deze grondwoorden in enkele van de belangrijkste levenssferen aangeduid (Ef. 5:22-6:9 en Kol. 3:18-4:1), maar noch die concretiseringen, noch die uitwerkingen komen ver boven het niveau van de grondwoorden uit. Dit eigen karakter van het Nieuwe Testament valt nog meer op als we het Oude Testament erbij betrekken. Het uitgewerkte stelsel van wetten en voorschriften dat in het Oude Testament te vinden is, is het Nieuwe Testament geheel vreemd.
Over het christelijke leven wordt in het Nieuwe Testament geen breed net van voorschriften gespannen, 'slechts' dit gebeurt, dat het diep verankerd wordt in het kruis.

'Katholieke' ethiek
Naar de redenen hiervoor hoeven we niet lang te zoeken. Ten eerste móét het Nieuwe Testament krachtens het evangelie van Gods genade in Jezus Christus in de regelgeving bescheiden zijn. Zo wordt door het ontbreken van wetgeving à la het Oude Testament voorkomen, dat wij alsnog de indruk krijgen, dat het leven van een christen wèl in het naleven van allerlei voorschriften en regeltjes heeft te bestaan, dankzij welke wij in een goede reuk bij God zouden komen te staan. Er is maar één manier om bij God in een goede reuk te komen staan en dat is via het ofter dat hij voor de zonde bracht (zie Et. 5:1,2).
In Hem zijn en uit Hem leven, dat is voor God genoeg. Ten tweede kán het Nieuwe Testament in de regelgeving bescheiden zijn. Het klinkt heel gewaagd, maar het evangelie van Jezus Christus heeft een stelsel van wetten en regels niet nodig om haar doel in het leven van de christen te bereiken. In het kruis van de HERE Jezus Christus zit zo'n sterke, transformerende kracht, dat een ieder die zich openstelt voor de Heilige Geest, als vanzelf in een bepaalde richting geduwd wordt. Zolang we maar met elkaar in Hem blijven! Ten derde wil het Nieuwe Testament in de regelgeving bescheiden zijn. In het Nieuwe Testament immers komt het grote plan van God met de hele wereld tot vervulling. Van een 'nationale kerk' (Israël) vindt de gigantische omslag plaats naar een wereldkerk. Om in al die verschillende culturen in te kunnen gaan, is echter een grote mate van flexibiliteit nodig.
Uitgewerkte wetscomplexen en allerlei gedetailleerde voorschriften bemoeilijken die flexibiliteit in hoge mate. Om iedereen te kunnen bereiken met het evangelie moet Paulus voor allen alles kunnen worden, om in elk geval enigen te redden (1 Cor. 9:22). Door de grote nadruk op de grondwoorden is het grensoverschrijdend karakter van het Nieuwe Testament mogelijk gemaakt.
Grensoverschrijdend, zowel in geografische, als in temporele zin. Een uitgewerkt stelsel van wetten en voorschriften houdt het eigenlijk alleen in een onveranderlijke situatie, waarin zowel de machtsverhoudingen als de sociale en culturele omstandigheden voor lange tijd vastliggen. Dankzij de zeer centrale plaats, die de grondwoorden aan de voet van Christus' kruis in het Nieuwe Testament gekregen hebben, heeft de nieuwtestamentische ethiek zo'n katholiek karakter gekregen. Katholiek in de zin van 'geldig voor allen, altijd en overal'. Met de grondwoorden voor het christelijke leven kan de kerk de wereld in, kan de kerk de eeuwen door. Het is om deze redenen, dat ik in meen te mogen zeggen, dat het vreemd is aan het wezen van de nieuwtestamentische ethiek om voor altijd, iedereen en overal zeer gedetailleerde en concrete voorschriften vast te leggen.

Te kort door de bocht?
Nu kan ik me voorstellen, dat ik voor sommigen te kort door de bocht ga.
Laat ik niet heel veel schriftgegevens buiten beschouwing? Want het is toch een feit, dat er in het Nieuwe Testament vele voorschriften te vinden zijn, en dat soms zelfs hele hoofdstukken zich daarmee bezighouden (Hand. 15 en Rom. 14 bijv., en eigenlijk de hele eerste brief van Paulus aan de Corinthiërs)? Daaruit blijkt toch, dat met grondwoorden alleen niet alles gezegd is? Dit is een terechte vraag. Een nadere bestudering van de genoemde teksten bevestigt echter, dat we met die nadruk op de grondwoorden wel degelijk op de goede weg zitten.
Het geval namelijk wil, dat de concrete regelingen die in bovengenoemde hoofdstukken getroffen worden, geen doel in zich zijn, maar vooral middel om de gemeente bij de grondwoorden te bewaren. Het primaat ligt bij de grondwoorden, meer dan bij de regelgeving.
Neem bijvoorbeeld Hand. 15. Het geschil is gelegen in de vraag of heidenchristenen zich moeten laten besnijden en de wet van Mozes hebben te houden (zie Hand. 15:5). Op grond van de onmiskenbare werking van (je Heilige Geest in de onbesneden heidenen mag hiervan volgens Petrus echter geen sprake zijn (Hand. 15:8w). Deze woorden vinden algehele bijval, hetgeen echter niet verhindert, dat er een gewijd compromis - zo noem ik het - uit de bus komt rollen, namelijk dat de heidenen, om de ergste aanstoot voor de Joden te vermijden (zie Hand. 15:21) zich hebben te onthouden van "wat door de afgoden bezoedeld is, van hoererij, van het verstikte en van het bloed." De uitkomst van dit overleg als zodanig is rn.i, niet van eeuwigheidswaarde.
Belangrijker dan de uitkomst is het principe dat zichtbaar wordt in de oplossing van het dreigende conflict: we zien hier de grondwoorden van het christelijke leven in werking. Het gaat om het bewaren van de vrede, door liefde en nederigheid.

Werken met de grondwoorden
Het primaat van de grondwoorden boven de regelgeving blijkt ook heel mooi uit bijv. 1 Cor. 8 en Rom. 14:1-15:13. Paulus had - op basis van zijn kennis (zie 1 Cor. 8:4-6 en Rom. 14:14) - iedereen, ook de zwakken, kunnen voorhouden, dat men van het eten van vlees en het houden van dagen gewoon geen punt moest maken. Een apostolisch 'Het mag!' zou een mogelijkheid zijn geweest. Dan zou hij het probleem binnen de gemeenten in de weg van de kennis hebben opgelost. Desondanks wijst de apostel Paulus een weg, die veel hoger voert, in wezen ook veel moeilijker is, en dat is de weg van de liefde, zoals die in het kruis van Christus openbaar is geworden. Waarom deze weg? "De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht." (1 Cor. 8:1), schrijft hij. In"een klimaat waarin het belang van kennis domineert, waarin op basis van die kennis heel het leven geregeld wordt middels voorschriften, lijden de liefde, de nederigheid, het geduld, kortom de grondwoorden waarom het onze HERE en Heiland allemaal te doen is, onherroepelijk een nederlaag. De wets- en rechtsgeleerden gaan het in de gemeente van Christus voor het zeggen krijgen. Het klimaat in de gemeente gaat wettisch worden, oordelerig, elkaar-de-maat-meterig. De proef op de som van de liefde wordt echter daar gegeven, waar broeders en zusters in de HERE elkaar op concrete punten niet kunnen vinden! Dan wordt de kerk teruggeworpen op de essentie van het geloof, de liefde van Jezus Christus en die gekruisigd. Ook door de concrete regelgeving van het Nieuwe Testament wordt dus bevestigd, dat de doorgaande lijn die van een blijven bij en een werken met de in Christus geopenbaarde grondwoorden is. Hoe kunnen die in de spanningen van het (kerkelijke) leven steeds weer maximaal tot hun recht komen? Dat is de vraag waarmee we de apostelen zien worstelen en met het oog hierop regelt men het leven.

Opnieuw: wijsheid!
Het is hier, dat ik een link met het vorige artikel wil slaan, door opnieuw de betekenis van de wijsheid ter sprake te brengen.
Om in al die verschillende situaties, in wisselende sociale en culturele omstandigheden de grondwoorden op de juiste wijze te bedienen, is een enorme wijsheid nodig. En dat is precies wat je van de regelgeving in het Nieuwe Testament kunt zeggen, dat de wijsheid er zo prachtig in schittert. Neem het voorstel dat Jakobus in Hand. 15:19-21 doet. Dat wordt ondersteund door het volgende argument: "Immers, Mozes heeft van oudsher in iedere stad, die hem prediken, daar hij elke sabbat in de synagogen wordt voorgelezen." Dit argument ligt in de sfeer van de liefdevolle wijsheid. Het is vanwege de grote betekenis die de Joden aan juist deze verboden hechten, dat men besluit om op deze gevoelige punten geen aanstoot te geven. Zo ontziet men de Jodenchristenen en tracht men een brug naar nog onbekeerde Joden te slaan. Uit niets blijkt dat hieraan een profetsiche openbaring vooraf is gegaan. De wijsheid is hier in actie. De wijsheid, die overigens wel degelijk profetisch is, zodat de apostelen later kunnen zeggen dat wat besloten is de Heilige Geest en hen(!) heeft goedgedacht (Hand. 15:28w)! Hetzelfde valt van vele regelingen te zeggen, die in 1 Cor. te vinden zijn. Goddelijke wijsheid in actie: geestelijk, steeds Gods hoge doel met de mens voor ogen, tegelijk volop rekening houdend met de gegeven historische, sociale en culturele omstandigheden.
Het grote belang van de wijsheid, ook in het Nieuwe Testament. Wordt het alleen al niet hierdoor onderstreept, dat Paulus als eerste van de charismata in 1 Cor. 12:8 het spreken met wijsheid noemt? Zo laat zich de nieuwtestamentische ethiek typeren als een met wijsheid toepassen van de in Christus' kruis gegeven grondwoorden op het leven.
Inderdaad, verantwoordelijkheid in afhankelijkheid.
Noot
1 Dit zien we herhaaldelijk in de brieven van Paulus. Lezen we Ef 4:17-5:21 door, dan valt op, dat de centrale verzen wawmee Paulus - na een brede en zeer concrete tekening van de heidense levenswandel - het kenmerkende van de christelijke levenswandel aanduidt, bestaan uit grondwoorden als 'gerechtigheid en heiligheid' (4:24), vriendelijk, bannhartig, vergevend, wandelen in de liefde (4:32-5:2), goedheid, gerechtigheid en waarheid (5:9). Hetzelfde zien we in Kol. 3:5-17. In :5-9 wordt kort, maar zeer concreet neergezet waaruit een aardse gezindheid blijkt. Sommen we het tegenbeeld hiervan op, dan vallen woorden als innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid, elkaar verdragen en vergeven, liefde, vrede (zie vanaf 3: 12). Hetzelfde nemen we waar in 1 Tim 1. Men uerqelijke: 4 met: 9 en 10.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief