Kerken weten met bijbelschoolstudent niet goed raad
1997-06-13
De oprijlaan voert de bezoeker naar een verstild tafereel. Een monumentaal pand midden in het bos. Onder zijn pannen is een bijbelschool gevestigd: De Wittenberg. Of zoals de officiële benaming luidt: Christelijke Hogeschool en toerustingscentrum De Wittenberg. Ze bestaat dit jaar 25 jaar. Een hoogtepunt dat op verschillende manieren wordt gevierd. Een blik in het heden en verleden.- Jaargang 41
- nummer 12
Het is er stil. Alleen het geknerp van de kiezels getuigt van enig leven op het terrein. Het imposante gebouw zou een rusthuis kunnen zijn of een klooster.
Maar geen bijbelschool. Toch vonden en vinden tientallen jonge en oudere mensen hier een plek waar ze in Gods dienst geschoold worden.
Jan Willem Bakker (43) en Else Doornbos (22) zijn twee van hen. Jan Willem bezocht de Wittenberg toen het nog als Reformatorische Bijbelschool (RBS) in één lokaal gevestigd was.
Dat was in 1972. "De organisatie was simpel en ongecompliceerd. Erwas eigenlijk vaker sprake van improvisatie dan van organisatie. Het was ook allemaal Pro Deo-werk. Het gebeurde regelmatig dat op korte termijn ergens nog een docent vandaan gesleept moest worden. Pieter van Kampen was toen als adjunctdirecteur echt de 'bezemwagen van het middenveld'. Hij vertegenwoordigde de school in optima-forma." Kortom: Er was geen masterplan, maar het liep altijd.
Achtergronden
Spoedig verhuisde de school naar de Parklaan.
Jan Willem: "Je vond er duidelijk de sfeer van Youth for Christ terug; niet zo strak georganiseerd. De schoolcultuur werd bepaald door de verschillende achtergronden van de studenten.
De meesten kwamen uit de gereformeerde hoek, maar toch had je toen ook al een splitsing tussen studenten die geestelijk reformatorisch en studenten die evangelisch georiënteerd waren. Er was geen sprake van een stammenstrijd. Het waren gewoon twee stromingen."
Else vindt dàt juist het unieke van de Wittenberg: "Je ontmoet allerlei mensen.
Je zit met ze in één klas en kunt op een normale manier met ze praten.
Ook als het bijvoorbeeld over volwassen- of kinderdoop gaat."
Momenteel zit Else in het tweede jaar van de opleiding Godsdienst-Pastoraal werk. Ze volgt dit jaar voor het eerst de lessen aan de Hogeschool De Vijverberg in Ede.
In het kader van een nauwere samenwerking tussen beide scholen loopt sinds september 1996 het merendeel van de Wittenbergstudenten in Ede rond.
Afgestudeerde predikant
De opleiding van Jan Willem duurde drie jaar. Het ontstaan van de bijbelschooi paste volgens Jan Willem bij die tijd: "Overal in Europa verrezen bijbelscholen.
Erwas behoefte aan mensen die toegerust waren om praktisch kerkelijk werk te verrichten of om binnen interkerkelijke organisaties te opereren.
Je kreeg tijdens de opleiding veel bijbelse vakken, gericht op het werken aan de basis." De Wittenberg, sinds 1980 gevestigd in de huidige locatie aan de Krakelingweg, leidt op voor allerlei functies binnen de kerk, zoals evangelisatie- en jeugdwerk.
Jan Willem merkte dat het aantal geschikte functies in de praktijk tegenviel: "Je werd opgeleid voor iets dat niet bestond. Binnen de kerken gebeurde wel van alles op het gebied van evangelisatie, pastoraal werk en jeugdwerk. Maar kerken gaven de voorkeur aan mensen met een theologische achtergrond." Liever een afgestudeerde predikant dan een bijbelschoolstudent.
Else laat weten dat het nu anders is.
Wittenbergverlaters zijn wèl nodig, meent ze, "alleen er spelen een paar problemen. Kerken hebben over het algemeen weinig geld. Bovendien vragen ze zich af waar ze een bijbelschoolstudent kunnen inzetten. Dat komt omdat kerken slecht handen en voeten aan het kerkenwerk weten te geven. Gelukkig wordt het wat beter.
Alle vierdejaars studenten van het vorige cursusjaar hebben een plekje gevonden."
Of ze ook bij de Nederlands Gereformeerde kerken terecht konden, weet Else niet.
Wel is het zo dat sommige Nederlands Gereformeerde kerken een pastoraal medewerker in dienst hebben, zoals bijvoorbeeld in Utrecht.
Zaterdagbaantje
Wittenbergstudenten in Zeist studeren niet alleen op school, ze wonen er ook. Ze vormen een leefgemeenschap.
Else maakte het eerste jaar van haar opleiding deel uit van het Wittenberger 'samenlevingsverband'.
Voor het tweede studiejaar verhuisde ze naar Ede. Daar bewoont ze nu een flatje met nog twee andere 'Wittenbergers'.
Dat is wel even wat anders dan met alle studenten wonen en studeren onder één dak.
Soms verlangt Else terug naar het sfeervolle gebouw in Zeist: "Ik zou zo terug willen naar de kleinere groepen studenten en de manier van omgaan met elkaar. Dat is hier in Ede toch heel anders. Iedereen gaat na de les naar huis. Er is geen sfeer. Aan de andere kant was die leefgemeenschap ook niet alles hoor. Daar had ik niet nog eens drie jaar in willen zitten. 't Is toch een eilandje waar je op leeft. De Wittenberg zit in een heel apart gebouw in het bos. Je bent er veel bezig met de Bijbel, je leeft en werkt onder christenen en je ziet maar weinig van hoe het anders kan. Natuurlijk ligt het ook wel een beetje aan jezelf.
Ik had een zaterdag baant je en dat beviel me prima. Op zo'n moment keer je weer even terug naar de wereld."
Het wonen in de leefgemeenschap heeft Else wel dingen geleerd: "Je kunt er geen rol spelen. Dat houd je niet vol. Je zit dag en nacht bij elkaar en je kunt dus alleen maar jezelf zijn.
Zo kun je tijden naast iemand zitten zonder iets te zeggen. Het is eigenlijk je thuis."
Kompas
Voor Jan Willem was de overgang van school naar 'de wereld' niet zo groot.
Hij maakte tijdens zijn Wittenbergperiode geen deel uit van de woongemeenschap, omdat die toen simpelweg nog niet bestond.
Momenteel zit de ex-bijbelschoolstudent als antropoloog in de 'heidense sector', zoals hij het zelf noemt. En nog steeds teert hij op Witten bergervaringen: "Het heeft me een basis en kompas gegeven voor mijn studie en bij het doen van wetenschappelijk werk. Binnen de antropologie moest ik bijvoorbeeld een studie naar verschillende godsdiensten en verklaringskaders doen. Daarin wordt geen rekening met de echte geestelijke werkelijkheid, zoals wij die kennen, gehouden. En dan kijk je er toch anders tegenaan."
Ondanks het feit dat Else nog op de Wittenberg zit, kan ze zich bij het verhaal van Jan Willem wel iets voorstellen: "Je leert hier hoe je omgaat met je geloof. Tijdens een les kan ik soms echt aangesproken zijn door iets; iets uit de Bijbel. Je merkt dat het echt wat in je leven te zeggen heeft."
"Waar ik ook wel aan denk dat zijn de Opbouw-avonden. Een keer per maand kwamen we als studenten en staf bij elkaar voor bijbelstudie, om samen te bidden en te zingen. De opleiding was soms best theoretisch en dan is het fijn dat je ook zulke avonden hebt," blikt Else terug.
Exentrieke dame
Jan Willem: "Een duidelijke meerwaarde van de Wittenberg vond ik ook de persoonlijke betrokkenheid van docenten. Zij vonden het lesgeven over het algemeen heel leuk om te doen. Er werd ook aan je eigen persoonlijkheid gewerkt. Vaak onbedoeld werd je met jezelf geconfronteerd."
Hij herinnert zich een docente, 'een hele excentrieke dame'.
Tijdens het voordragen van een preek over Romeinen 8 - preken maken en houden werd ook geoefend - onderbrak ze hem al na de eerste zinnen: "Neem geen onderwerp dat niet bij je past", zei ze. En hij kon gaan zitten.
"Zij kon zien of je een eenheid vormde met de boodschap die je bracht. Of die gedragen werd door je persoonlijkheid.
Dat is namelijk van groot belang bij het maken en houden van een preek", aldus Jan Willem.
Niet alleen hij, maar ook Else is enthousiast over de mensen die de school bevolken: "De sfeer trekt toch een bepaald soort mensen aan: unieke mensen, gekke mensen, leuke mensen, bijzondere mensen. Mensen waar je een plaatje bij hebt, die je niet snel vergeet."
| Zo'n zevenhonderd studenten passeerde de afgelopen 25 jaar de deuren van de Wittenberg. Ze zijn afkomstig uit diverse Gereformeerde kerken, maar ook uit de zogenaamde vrije groepen en andere gemeenschappen. De school is bedoeld voor de vorming van een middenkader voor de dienst aan kerk en samenleving. Verschillende oud-studenten vonden een plek in één van de christelijke organisaties, kerken, zendingsorganisaties of instanties voor ontwikkelingssamenwerking. Over de naam zegt de schoolleiding het volgende: "De naam Wittenberg heeft alles te maken met de Reformatie: de teruggave van de Bijbel aan heel het volk, de vernieuwing van kerk en samenleving door de bevrijdende boodschap van het Evangelie." Om dat te bereiken zijn er vier opleidingen in het leven geroepen: - de vierjarige HBO-opleiding voor godsdienstonderwijs, kerkelijk en missionair werk - de eenjarige Bijbelschool; je beroep combineren met missionair of diaconaal werk - het Opleidingsjaar Zending & Evangelisatie; praktisch christen-zijn in deze wereld - de Korte Cursussen; praktische toerusting voor gemeenteleden. De school is door de overheid erkend, maar bestaat van giften. Voor meer informatie: 030 - 69 24166 |