De Grondslag van onze Zekerheid

1997-06-13
  • Jaargang 41
  • nummer 12
Kom je met de ‘klassieke’ Schriftopvatting wel goed uit? Laar de Bijbel ons historische gebeurtenissen zien? Geloven we dat zelf? Die vragen stelde br. v.d. Ploeg me, aan de hand van mijn recensie van Nico ter Lindens laatste boek. Ik was met de centrale vraag verlegen, door de enorme omvang en complexiteit van zaken en overwegingen die ermee gemoeid zijn. Tot nu toe heb ik alleen maar geprobeerd een paar redenen te geven waarom ik de Bijbel historisch betrouwbaar acht. Ik voorzie al dat ik in de nabije toekomst wat andere elementen en aspecten van de vraag aan de orde moet stellen. Dat doe ik dan zonder steeds te verwijzen naar het ‘ingezonden’ stuk van dhr. v.d. Ploeg.

'Uit de hemel neergedaald?'
Wie let op het rechtzinnig islamitisch verstaan van de Koran merkt dat men gelooft dat die woordelijk en letterlijk 'uit de hemel komt'. Mohammed was een analfabeet, zegt men meestal, die daarmee wel een verbaal-correct geheugen had en precies de bewoordingen van Allah, via engelenbemiddeling hem geschonken, kon reproduceren. Er zit zogezegd niets 'van Mohammed' in de Koran - hij was een soort verheerlijkte cassetterecorder, met permissie, die getrouwelijk weergaf wat hem gezegd was. Wil je weten wat de Profeet zélf vond, dan moet je de Hadith lezen, de islamitische overleveringen.
Wie op vergelijkbare wijze de Bijbel 'het Woord van God' acht zit er grondig naast. "Nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar door de Heilige Geest hebben mensen van Godswege gesproken", lezen we in 2 Petrus 1:21. Er zit, naast de krachtige werkzaamheid van de Heilige Geest dus een sterk-ménselijke component in de Schrift. De Bijbelschrijvers en ook de profeten die meldden dat 'het Woord des HEREN' tot hen kwam hebben een boodschap opgeschreven die hun eigen persoon en ook hun eigen verstaan der dingen en ook hun eigen taalgebruik op de een of andere manier 'onverlet' heeft gelaten. Zo pikken we zinsconstructies op die typisch Paulinisch zijn of van Lukas. Het is mogelijk om, mét de werkzaamheid van de Heilige Geest, je in de grammatica van een lange zin te verslikken! Zoiets is wellicht een probleem voor moslims die de Koran lezen, voor een christen die de Bijbel leest zal dat geen onoverkomelijk bezwaar zijn. In dat alles ligt reden om de Schrift geen 'goddelijk boek' te maken in de zin dat het een 'uit de hemel neergedaald' boek is dat een in-zichzelf-rustend Systeem van eeuwige waarheden aan de mensheid presenteert.
Maar het is desondanks Gods Woord! Al zou ik me liefst niet wagen aan die uitspraken van Amerikaanse verdedigers van de Schrift uit de jaren '70 en '80, moeten we 'het goddelijk karakter' van de Schrift niet verwijderen. "God leidde de menselijke schrijvers zodanig dat het resultaat, in het geheel en in zijn delen, dat is wat God wilde overdragen. Op die wijze is de Bijbel Gods Woord van begin tot eind, en is het geheel waarheidsgetrouw, omdat God waarheid is." Met deze uitspraak van James Montgomery Boice, een voorvechter van het 'onfeilbaarheidsstandpunt' ('inerrancy') kan ik me goed vinden.(1) Tegelijk word ik, op zijn minst gevoelsmatig, afgestoten door de veelheid aan onderscheidingen die in zijn 'kamp' zijn gemaakt. Ik zou het liefst zeggen dat Gods Woord 'betrouwbaar' is, 'gezaghebbend', in plaats van me te storten in termen als 'onfeilbaar' met zijn jungle aan filosofische begrippen.
Maar wel geheel betrouwbaar, wat mij betreft met inbegrip van 'de historiciteit' van de gebeurtenissen.

Historisch betrouwbaar
Ik heb voor dit alles ook een behoorlijke verzameling citaten aangelegd, uit vooral Engelstalige bronnen, want die lees ik vooral. Me voornamelijk beperkend tot de betrouwbaarheid van de oudtestamentische bronnen (daar legde dhr. v.d. Ploeg immers de spits van zin vraag) haal ik het voortreffelijke werk van R.K. Harrison aan, Introduction to the Old Testament. In zijn 'Historisch Overzicht van de Wetenschappelijke Archeologie' zegt hij onder andere dit: "Veel details van de Hebreeuwse geschiedenis en godsdienst zijn door de spa van opgravers bevestigd; toch is de belangrijkste functie van de Bijbelse Archeologie om het menselijk milieu open te leggen, een correct vastgestelde achtergrond te geven voor het onderzoek naar de oude Hebreeërs.
Men kan nooit van haar verwachten dat ze het waarheidsgetrouwe karakter van de geestelijke waarheden die in het Oude Testament besloten liggen, kan aantonen; de archeologie is een menselijke activiteit en daarom kan ze niet als zodanig de theologie bevestigen of het terrein van het geloof ontsluiten.
Met dit in het achterhoofd moet men toch onmiddellijk zeggen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek enorm aan ons begrip van de Bijbelse geschiedenis en cultuur bijgedragen hebben. Ze hebben de betrouwbaarheid van de oudtestamentische schrijvers in hoge mate bevestigd." Hij citeert met instemming een geleerde die al een halve eeuw geleden schreef dat een en ander leidde tot "een nieuw respect voor de Bijbelse traditie en een meer conservatieve opvatting van de Bijbelse geschiedenis."(2) Verder lees ik dat "de verhalen van de Aartsvaders in Genesis opmerkelijk betrouwbaar de culturele en maatschappelijke tendensen van de samenleving van Nuzu weerspiegelen". Ik lees een citaat van een andere geleerde die stelt: "Abraham, Izaak en Jakob lijken niet langer geïsoleerde figuren, laat staan een weerspiegeling van de latere Israëlitische geschiedenis. Ze komen nu naar voren als ware kinderen van hun tijd..."(2) De vele andere citeerbare zaken beperk ik tot twee. Sprekend over de literatuur die is gevonden bij opgravingen van Oegarit (Ras Sjamra in het huidige Syrië) zegt Harrison: "Van speciale betekenis voor degene die de Bijbel bestudeert, is het gegeven dat de composities grammaticale en literaire vormen tonen die op een aantal plaatsen in de Hebreeuwse Bijbel ook voorkomen, met name in het Boek der Psalmen.
Deze ontdekking heeft al heel wat bijgedragen tot het ophelderen van zogeheten tekstuele afwijkingen in de Psalmen en de poëtische literatuur, omdat vele vormen die men vroeger verkeerd overgeschreven achtte in feite eigenaardigheden bleken van de Kanaänitische taalkundige en grammaticale structuur, waarvan de betekenis in de loop van generaties en eeuwen ons was ontgaan."(3)
Ook lees ik: "Archeologische ontdekkingen in de twintigste eeuw hebben treffend veel tevoren omstreden elementen van het boek Ezra bevestigd."(3)
Natuurlijk erkent Harrison het bestaan van problemen; hij is een wetenschapper die in academisch milieu zich staande moet houden. Hij zal weten dat allerhande zaken in discussie zijn.
Tegelijk meent hij echter dat er redenen bestaan om toch in de historische betrouwbaarheid van de Schrift te geloven.
Ik geef van mijn kant hierbij meteen toe dat ik de betrouwbaarheid van zulke soort uitspraken natuurlijk niet kan verifiëren, daarin dus geloof!

Een kracht tot behoud
Daarom denk ik dat de Schrift (ook) historisch betrouwbaar is en vind ik Nico ter Lindens positie hier veel te vaag en zwak. Ten diepste zit mijn basis natuurlijk ook elders. Laat ik als afsluiting van dit artikel een verhaal citeren dat ik pas las. Gods Woord verandert mensen, is de strekking.
Het gaat over de evangelist Harry A. Ironside in San Francisco, die (in de jaren twintig) in San Francisco werkte.
Toen hij op een avond door de stad liep, zag hij een groepje mensen van het Leger des Heils bij een openluchtbijeenkomst.
Ze herkenden hem en vroegen of hij een getuigenis wou geven. Dat deed hij. Terwijl hij sprak, merkte hij dat aan de rand van het publiek een goedgeklede man een kaartje uit zijn zak haalde en er wat op schreef. Na afloop van het verhaal kwam de man naar voren, nam zijn hoed af en overhandigde hem beleefd het kaartje. Hij was een van de vroege socialisten die faam verworven had met lezingen voor het Socialisme en tegen het Christelijk geloof. Toen hij het kaartje omdraaide, las hij: "Meneer, ik daag u uit tot een openbaar dispuut over het thema 'Agnosticisme versus Christelijk geloof' op a.s. zondagmiddag om 4 uur in de Zaal van de Academie van Wetenschap. Ik zal alle onkosten voor mijn rekening neme." Ironside las de tekst van het kaartje voor en antwoordde: "Ik zou graag op deze uitdaging inqaan.() Ik zal graag met deze heer een debat aangaan, op de volgende vooraarden: om aan te geven dat deze heer een opvatting heeft die het discussiëren waard is, moet hij beloven volgende zondag twee mensen mee naar de Zaal te brengen van wie ik zo een nadere omschrijving geef als bewijs dat agnosticisme werkelijk mensenlevens veranderen kan en een kracht is bij de karaktervorming. In de eerste plaats moet hij beloven iemand mee te brengen die aan de zelfkant van het leven heeft verkeerd. Daarbij kan het me niet zo schelen wat voor zonden die persoon begaan heeft en veroorzaakt heeft dat hij of zij door de samenleving uitgestoten is: dronkenschap, misdadigheid of verlokking van overzinnelijkheid.
Ik wil echter iemand zien die jarenlang ten prooi was aan slechte gewoonten, waarvan hij zich niet uit eigen kracht bevrijden kon, maar die in zijn hart en denken zo door het evangelie van deze man hier, de verheerlijking van 't agnosticisme en z'n afwijzing van de Bijbel en het christelijk geloof is geraakt dat hij uit zo'n bijeenkomst is gegaan met de woorden: "Vanaf nu ben ik ook een agnosticus!" en die als gevolg van het indrinken van deze specifieke overtuiging een nieuwe kracht in het leven gevonden heeft. De zonden die hij vroeger liefhad, haat hij nu, gerechtigheid en goedheid zijn de idealen van zijn leven. Hij is nu een volledig nieuw mens, die zichzelf eer aandoet, die een aanwinst voor de samenleving is; en dat allemaal omdat hij agnosticus is geworden. In de tweede plaats wil ik mijn opponent vragen één vrouw mee te brengen() die vroeger een arme, mislukte verschoppeling was, zonder karakter, beheerst door boze hartstochten, het slachtoffer van het verdorven leven van de mens, volstrekt aan zichzelf overgelaten, geruïneerd en ellendig om haar leven in zonde. Ook die vrouw moet de Zaal waar deze heer luidkeels zijn agnosticisme verkondigt' en de boodschap van de Heilige Schrift belachelijk maakt, zijn binnengegaan. Toen ze hiernaar luisterde werd in haar hart hoop geboren; ze zei tot zichzelf: "Dit is precies wat ik nodig heb ter bevrijding van mijn slavernij aan de zonde!" Door zijn onderricht te volgen werd ze een nadenkende agnosticus en ongelovige. In dit proces stond haar hele wezen op tegen haar vroegere verwording en ze ontvluchtte de poel van verderf waarin ze zo lang had vastgezeten. Vandaag de dag is ze maatschappelijk teruggekeerd en heeft ze een eervolle positie in de samenleving herwonnen en leidt ze een rein, deugdzaam en gelukkig leven - allemaal vanwege haar bekering tot het agnosticisme."
"Welnu, als u me belooft deze twee mensen mee te nemen, als voorbeelden van het vermogen van het agnosticisme om mensen te veranderen, .beloof ik dat ik u volgende zondagmiddag ontmoeten zal in de Zaal van de Wetenschap. En ik zal tenminste honderd mensen meenemen die jarenlang geleefd hebben in de zondige verdorvenheid die ik u beschreven heb, maar die glorieus gered zijn door 't Evangelie dat u elke keer kleineert. Ik zal deze mensen naast mij op het podium laten plaatsnemen als getuigen van de wonderbaarlijke kracht die Jezus Christus heeft om mensen te verlossen en als bewijs in deze tijd van de waarheid van de Bijbel." Ironside wendde zich tot de kapitein van het Leger des Heils en vroeg haar: "Kapitein, hebt u mensen voor me die mee kunnen gaan?" Ze riep enthousiast uit: "Uit dit corps alleen al kunnen we u er veertig leveren, en u krijgt van ons alle koperblazers mee om voor u uit te lopen!"
"Prima", antwoordde Ironside. "Meneer, ik denk dat ik zonder probleem zestig anderen weet te vinden bij de verschillende evangelisatieposten en kerken in de stad. Als u me belooft twee mensen mee te nemen zoals ik u heb gevraagd, kom ik aan het hoofd van zo'n stoet naar u toe en de band zal 'Voorwaarts Christenstrijders' spelen! Dan ga ik graag met u een openbaar debat aan."
Zijn opponent glimlachte wat wrang, wenkte denigrerend met de hand en zei: "Dan gaat de zaak niet door!"(4)
De Bijbel is een boek dat 'kracht' bevat, kracht tot behoud. Het heeft mensenlevens veranderd; alleen de eeuwigheid kan ons onthullen hoeveel het er zijn geweest. Dat geloof ik en dat is mijns inziens ook een basis om in de Schrift te geloven als het Woord van God.

Noten:
1. James M. Boice, Standing on the Rock. Biblical Authority in a secular Age. Baker. Grand Rapids. USA. 1994: p.49.
2. R.K. Harrison. Introduction to the Old Testament. Tyndale Press. Londen, 1970. pp. 93. 94, 108, 112.
3. Harrison. a.w. pp. 118. 119. 131.
4. Harry A. Ironside. Random Reminiscences fromfifty Years of Ministry. Loiseaux Brothers, New York. 1939: pp. 99-107.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief