Groei en flexibiliteit
1997-06-27
De stormachtige groei van de gemeente van Jeruzalem, stelt de gemeente voor een aantal problemen. Groei betekent verandering. En verandering zorgt voor onrust. In deze perikoop zien we hoe men met die onrust omgaat, hoe men die gebruikt als aanzet voor een op verdere groei gerichte verandering van de kerkelijke structuur.- Jaargang 41
- nummer 13
Groei en gemor
De uitstorting van de Geest maakt de gemeente geschikt om de enige weg van het behoud te wijzen. Het evangelie wordt verkondigd op een heldere en verstaanbare manier. Zo zorgt God dat een steeds groeiende kring ontstaat van hen die behouden worden.
Als je de gegevens over de ontwikkeling van de eerste gemeente op een rij zet, dan springt het wonder van de grote groei eruit. Op Pinksteren kwamen zo'n 3000 mensen tot bekering (2.41). Het blijft niet beperkt tot die eerste explosie. De beschrijving van het leven van de gemeente besluit met de mededeling, dat de Here dagelijks toevoegt aan de kring van hen die behouden worden (2.47). In Handelingen 4.4 staat dat er 5000 mannelijke gemeenteleden zijn. In hoofdstuk 5 wordt opnieuw de nadruk gelegd op de voortgaande groei, nu in relatie met de tekenen en wonderen die aan zieken worden verricht.
Tegenwoordig is er veel literatuur over 'gemeentegroei' . Allerlei strategieën en modellen voor groei passeren de revue. Lucas besteedt daar weinig aandacht aan.
Toch moet het een enorme klus geweest zijn om deze groei op te vangen.
Zeker gelet op het intensieve gemeenteleven met haar dagelijkse bijeenkomsten in de tempel en aan huis.
Dat deze ontwikkeling niet altijd gladjes verlopen is, zien we in Handelingen 6. Door de groei dreigt er het één en ander scheef te gaan. Er ontstaat gemor, stevige kritiek, over de gang van zaken.
Waarschijnlijk voelen sommige weduwen zich gediscrimineerd, omdat zij niet betrokken werden bij de organisatie van het dagelijkse dienstbetoon.
Het gemor geeft aan dat iets mis is, iets dat de ontwikkeling van de gemeente kan blokkeren.
De reactie van de twaalf
De apostelen hebben geen moeite met kritiek. Er worden geen bestraffende woorden gesproken. De kritiek helpt hen om met een nieuwe blik naar het gemeenteleven te kijken.
Het is opvallend dat de apostelen naast de genoemde kritiek een tweede probleem signaleren.
De kritiek heeft hen de ogen geopend voor het feit dat er scheefgroei dreigt.
"Het bevredigt niet, dat wij met veronachtzaming van het woord Gods de tafels bedienen".
Ze laten steken vallen bij de organisatie van de dagelijkse dienst. Daarnaast zien ze, dat ze hun kerntaken (de verkondiging en het gebed, v.4) verwaarlozen.
Eerlijke kritiek helpt om de dingen zuiver te zien. Voor verdere groei is het nodig dat de dagelijkse dienst goed georganiseerd wordt, maar vooral dat de kerntaken niet in gedrang komen. Twee dingen zijn nodig, de goede organisatie van de kring van hen die behouden worden, en vooral de concentratie op de verkondiging.
Goede gemeenteopbouw staat ten dienst van de verkondiging en het gebed.
Nieuwe functies
De positieve verwerking van de kritiek heeft het probleem verhelderd. Vrijmoedig stellen de apostelen een oplossing voor.
Er moeten 7 mannen aangesteld worden voor een nieuwe taak. Anders worden de apostelen door overbelasting gehinderd in het uitvoeren van hun kerntaken. We zien hoe hier een nieuwe functie (ambt) gecreëerd wordt.
In het nieuwe testament zien we een veelheid en verscheidenheid van ambten en functies binnen de gemeente.
Er is geen sprake van een tot in detail uitgewerkte vaste ambtelijke structuur.
De gemeente ontvangt haar ambtsdragers uit Gods hand. Mannen (?) die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid (v.3). De vormgeving van de structuur blijkt van plaats tot plaats te verschillen. In Handelingen 6 is die vormgeving ondergeschikt aan een gezond gemeenteleven. De dagelijkse dienst moet goed geregeld zijn, zodat ook de kerntaken optimaal kunnen worden uitgevoerd. Als daar een nieuwe functie voor gecreëerd moet worden, dan gebeurt het ook.
Mooi is het harmonieuze samenspel tussen de gemeente en de twaalf. Het begint met een gezond stuk kritiek vanuit de gemeente. Dit brengt de twaalf tot nadere bezinning waarbij zij de uitgeoefende kritiek verdiepen. Niet alleen de dagelijkse verzorging is in het geding, maar ook hun eigen taak komt in het gedrang. De apostelen stellen een oplossing voor en zetten de gemeente aan het werk (v.3: "ziet dan uit"). De gemeente stelt zeven broeders aan de apostelen voor, waarna de apostelen hen in hun ambt bevestigen.
De zoektocht naar goede structuren is ook in onze snel veranderende tijd aan de gang. Laten we bidden dat ook in onze tijd steeds opnieuw sprake zal zijn van een gezonde kritische instelling in de gemeente, en van een evenwichtige benadering van zulke kritiek.
Een evenwichtige benadering is nodig, zodat we met voorzichtige vrijmoedigheid eventueel tot nieuwe structuren kunnen komen. Nieuwe structuren kunnen nodig zijn om de gemeente zo te organiseren, dat er voldoende tijd en aandacht blijft voor de apostolische kerntaken van gebed en verkondiging.
De verkondiging van de ene weg tot behoud, daar moet alles op gericht zijn. De noodzakelijke aandacht voor gemeenteopbouw mag de nadruk op de kerntaken van gebed en verkondiging nooit verdringen, maar moet ze juist dienen.