Beheersen, uitnodigen, loslaten

1997-06-27
  • Jaargang 41
  • nummer 13
Om processen in de opvoeding te verhelderen, wordt soms gebruik gemaakt van schema’s. Een schema heeft nadelen, want een complexe activiteit als het opvoeden kan nooit precies in zo’n schema gevangen worden. Toch kan men, juist op die manier, ook komen tot een gemakkelijker analyse van een thema waar men anders maar moeilijk grip op krijgt.

De wijze waarop we binnen de kerkelijke gemeente met elkaar omgaan heeft raakvlakken met de opvoeding.
Zo heeft de kerkenraad, op een bepaalde manier beschouwd, een opvoedkundige taak. Het kan dan ook de moeite waard zijn om eens naar een opvoedkundig schema te kijken.

Broers en zussen
De basis alle opvoeding ligt in de relatie.
Zonder relatie kun je niet opvoeden.
Maar: die relatie zie je ook terug in andere samenlevingsverbanden.
leder huwelijk kent goede en minder goede momenten. Maar: als het huwelijk goed is, kan die relatie een stootje hebben. We zitten niet direct op de kast als een ander iets doet wat ons niet zint. We lopen niet meteen weg als er iets gebeurt waar we ons niet in kunnen vinden. In de kerk is het niet anders. Misschien vinden we de liturgie niet altijd passend, kunnen we ons niet altijd vinden in de preek van de dominee, vinden we dat de organist zich beter aan de toonzetting moet houden en hebben we ook wel wat moeite met de opmerkingen van een gemeentelid.
Natuurlijk zijn er dingen in de kerk waar we moeite mee hebben. Net zoals we als jong kind met onze broer of zus botsten, zo botsen we ook wel eens met onze kerkelijke broers en zussen.
Maar ook: net zoals je in het gezin daarom als broer niet wegloopt, zo hoor je ook in de kerk niet weg te lopen omdat iets jou niet zint. Binnen een gezonde relatie kun je een stootje van elkaar hebben; het is geen reden om de communicatie te verbreken, niet meer naar de kerk te gaan en desnoods: om ons te onttrekken. Daarin verschillen gezin, huwelijk en kerk niet van elkaar: de relatie vormt de basis om verder te kunnen, ook als dingen een tijdje minder gemakkelijk verlopen.

Een invuloefening
In deze bijdrage wordt het schema ontleend aan een artikel van Prof. Dr. G. van Gemert, hoogleraar in de orthopedagogiek in Groningen. Hij maakt onderscheid tussen de grondhouding van het loslaten, het uitnodigen en het beheersen. Stel dat Johan een nieuw T-shirt heeft met het opschrift van zijn favoriete voetbalclub. Hij wil dat T-shirt graag aan iedereen op straat laten zien. Helaas: het is vandaag erg koud.
Hoe handel je vervolgens als opvoeder als je Johan loslaat, als je Johan uitnodigt, als je Johans gedrag beheerst.
Vult u maar in:
Als ik Johan loslaat.....
Als ik Johan uitnodig.....
Als ik Johans gedrag beheers.....
Overigens: in de praktijk zal opvallen dat dat uitnodigen moeilijk is, we zijn in de opvoeding erg snel geneigd om bij te sturen. "Zou je niet je jas aantrekken?" We zitten dan nog aan de beheerskant en laten Johan niet zelf tot een oplossing komen.

Nog een invuloefening
In de kerk is het niet anders. Een misschien wat platgetrapt voorbeeld: Johan is inmiddels 20 jaar geworden.
Het valt me op dat hij al weken lang niet meer in de kerk komt. Wat doe ik nu als ik Johans gedrag beheers, hem uitnodig, hem loslaat..... Vult u maar weer in:
Als ik Johans gedrag beheers.....
Als ik Johan uitnodig.....
Als ik Johan loslaat.....

Respecteren
Van Gemert plaatst het trio loslaten-beheersen-uitnodigen in de context van het elkaar respecteren. Daarmee wordt niet bedoeld dat de ander losgelaten wordt. Dat maakt de huidige samenleving ervan. Men denkt dat je elkaar respecteert als je elkaars gedrag niet beoordeelt en veroordeelt. Iedereen moet immers zelf maar uitzoeken hoe hij handelt? Onder respecteren verstaat Van Gemert echter: elkaar vanuit gelijkwaardigheid aanspreken op het handelen en de gevolgen van dat handelen.
Bij het loslaten in de opvoeding stellen we de tevredenheid centraal.
Het kind dat vraagt om chips krijgt chips, de jongen die een nieuwe fiets wil krijgt een nieuwe fiets, het meisje dat 's nachts tot 2 uur in de disco wil blijven mag tot 2 uur in de disco blijven.
De wensen van het kind worden door de opvoeders kritiekloos gevolgd.
Inmiddels zijn we erachter dat deze houding geen tevreden kinderen kweekt, maar chronisch ontevreden kinderen. Mirjam Schöttelndreiler heeft in dit verband haar (onlangs in Opbouw besproken) boekje een typerende titel mee gegeven: Monsters van kinderen, draken van ouders. Het tegenovergestelde van het loslaten is het beheersen.
De opvoeder bepaalt alles (of althans: heel veel) voor het kind. Bij zo'n houding is geen sprake van een gelijkwaardige relatie. In de toonzetting klinkt veel gebieden door: ik ben hier de baas en jij doet wat ik zeg.

Ruzie in de kerk
Hoe gaan we in de kerk met elkaar om? Uitnodigen wordt door Van Gemert gekenmerkt als een houding vanuit gelijkwaardigheid. Zo ga je als broers en zussen met elkaar om in Gods huisgezin. Maar: het botst zo vaak.... Die gemeentevergadering waarin we elkaar niet begrepen.... Dat verschil van mening op Bijbelkring.
Die vergadering van de kerkenraad.
Waarom gaat dat dan mis? Misschien is het nog niet zo vreemd om op die conflicten eens het transparant van het schema te leggen. Wilden we onze zin doordrukken? Moest de ander zich vormen naar ons kerkelijk beeld? Dan zijn we bezig te beheersen. Wie de manier bekijkt waarop de discussie tijdens kerkelijke conflicten gevoerd werd zal achteraf tot de conclusie komen dat er vaak beheerst en nauwelijks uitgenodigd werd. Veel discussies in de kerk zouden niet zo uit de hand zijn gelopen als we beter naar elkaar hadden kunnen luisteren. Als we meer samen hadden gebeden.... Zou het ook op een andere toon kunnen? In liefde achte de één de ander uitnemender dan zichzelf... "Broeder Joppe, u vertelde dat u het er absoluut niet mee eens bent dat.... Kunt u mij nog eens uitleggen hoe u tot dat standpunt bent gekomen?"
Dat is uitnodigen. Daarmee zijn de verschillen van mening de kerk niet uit. Misschien helpt de toon echter wel een handje: in ieder geval kan broeder Joppe ervaren dat hij zijn verhaal heeft mogen doen. Denk er wel om: we vallen hem tijdens zijn verhaal niet steeds in de rede met ons ja maar....

Johan komt niet meer in de kerk
Spreken we Johan aan op zijn wegblijven uit de kerk? En zo ja: hoe doen we dat dan? Het is niet altijd goed om direct allerlei pedagogische maatregelen uit de kast te trekken. Soms moeten opvoeders een stapje opzij doen.
Een kind moet immers ook zelf tot keuzen kunnen komen. Toch ben ik wel eens bezorgd dat we in onze kerken teveel aan de kant van het loslaten zijn komen te zitten: we reageren helemaal niet meer. Daar zit een stukje verlegenheid in, soms als tegen-reactie op de dwang die vanuit de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) werd ervaren. "Als je een keer niet in de kerk was, had je meteen een ouderling op de stoep." In onze kerken dreigt het omgekeerde: dat broeders en zusters nooit meer iemand op de stoep krijgen. We zijn dan van het beheersen (de sociale controle), doorgeschoten naar de andere kant: het loslaten. En daarin weerspiegelen we dan het vereenzamende klimaat van de samenleving.
Iedereen doet wat goed is in zijn eigen ogen; juist daardoor zijn veel mensen ook zo ontzettend eenzaam.
Loslaten lijkt heel respectvol, maar het is het niet. "Zoek het zelf maar uit, Johan, ga maar in je Ajax T-shirt naar school" (morgen ben je ziek, maar dat is jouw zaak). Zo ga je als ouders niet met je kinderen om! "Zoek het zelf maar uit Johan, laat de kerk maar los, zie maar wat er van komt...." Zo ga je als broers en zussen niet met de andere kinderen van het kerkelijk gezin om, zeker niet als het gaat om zaken van Levensbelang. Als je de ander vanuit een gelijkwaardige positie benadert, spreek je hem of haar ook op uitnodigende en gepaste wijze aan op zijn doen en laten.

Geen controle
Als we op elkaar toezien wordt dat gemakkelijk als controle ervaren. Sommige jongeren en ouderen zetten direct hun stekels op; ze zijn allergisch voor iedere reactie vanuit de kerk. Het maken van eigen keuzen vraagt in onze complexe samenleving veel tijd en ruimte. Dat wil echter nog niet zeggen dat we deze broeders en zusters dus maar moeten loslaten. Op de één of andere manier moet de vinger op de zere plek kunnen worden gelegd. Wel is de toonzetting belangrijk; we moeten de ander niet nodeloos van het Evangelie vervreemden. Petrus heeft dat prachtig onder woorden gebracht in zijn eerste brief (vooral in het 4e hoofdstuk, vers 7 tot 11). Daarbij staat de relatie centraal. Een eenmalig bezoek zal meestal weinig effect hebben, omdat uit zo'n kort contact geen relatie ontstaat. Maar: wie vanuit de relatie denkt, in het grotere verband van Gods gezin, kan niet anders dan toch maar eens Johan uit te nodigen. Dat hoeft niet op de koffie te zijn, het gaat me nu om de toon waarop we contact leggen.
Soms gebeurt dat met woorden, soms alleen door onze houding en belangstelling.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief