Van gein en genade
1997-06-27
Laatst stond er in het dagblad 'Trouw' een artikel, waarin werd ingegaan op de kerkverlating en één van de oorzaken, dat veel jongeren afhaken, was volgens de schrijver, dat 'van de kerk niets mag' wat betreft liefde en seksualiteit.- Jaargang 41
- nummer 13
De nadruk werd gelegd op het verbod van onkuisheid in gedachten, woorden en gebaren enz... We herkennen hierin zondag 41 over het zevende gebod. Nu moet ik toegeven, dat daarop inderdaad de nadruk werd gelegd en in de praktijk was het zo, dat als een paartje 'moest' trouwen, vóór het huwelijk een kindje verwachtte, voor de kerkeraad schuld moest belijden en dat het feit van de preekstoel werd afgekondigd. Daar zat iets onrechtvaardigs in, want dat werd bij zonden tegen andere geboden niet gedaan, b. v. als mensen roddelden, zonde tegen het negende gebod en dergelijke. Afgezien nog van het feit, dat er iets oneerlijks in zat, want vele paartjes waren al vijf tot tien jaar en soms langer verloofd. En als je geen baan had en geen geld, werd er niet getrouwd! De maatschappij liet in de dertiger jaren van deze eeuw de geliefden in de kou staan. Bovendien rustte er een taboe op het spreken over seks en dergelijke.
In dit artikel werd ook gezegd, dat door de kerk de lust, het lichamelijk plezier in de liefde in het huwelijk was verboden. Dat lijkt me niet juist. Wel zag Augustinus, de kerkvader, de concupiscentia, de geslachtelijke begeerte, als de oorzaak van de zondeval, wat zeker niet waar is. Trouwens een leraar op het openbaar gymnasium te Schiedam, waar ik op ging, zei: Door de gereformeerden is de lichamelijke lust verboden. Ik dacht: er klopt hier iets niet, maar ik was pas vijftien en wist er niet zoveel van uiteraard.
Wel was liefde en seks hecht gekoppeld aan het kinderen krijgen. Dat, zo was de algemene gedachte, is het doel van het huwelijk: kinderen krijgen en je krijgt er zoveel als God voor ieder echtpaar bestemd heeft.
Nu is dat laatste zeker waar. Maar er wordt vergeten, dat God wel de kinderzegen geeft of, tot verdriet van vele echtparen, onthoudt, maar dat er ook een eigen verantwoordelijkheid is bij de gezinsvorming en dat dat door ieder echtpaar voor het aangezicht van de HERE moet beslist worden.
Anderzijds is het kinderen krijgen wel een doel van het huwelijk, maar het eerste doel is toch de integrale liefde van man en vrouw, geestelijk en lichamelijk, met alle lusten en vreugde en plezier die dat meebrengt. Dat is zeker wel door de kerk dikwijls vergeten.
Hoe is dat eigenlijk mogelijk? In de bijbel wordt er openlijk over de liefde en de seks gesproken, niet plat, zoals in onze dagen waarin zo dikwijls wordt doorgeslagen, afschuwelijk, maar ook niet preuts. Er wordt gewaarschuwd voor de vreemde vrouw, zeg maar voor hoererij, het vreemd gaan, maar daartegen staat er bijv. in Spreuken 5:18 en 19: Uw bron zij gezegend, verheug u over de vrouw van uw jeugd, een lieflijke hinde, een bekoorlijke ree, laat haar boezem u te allen tijde dronken maken, wees bestendig verrukt over haar liefkozingen. Dat liegt er niet om en klinkt heel ontspannen, zie ook het Hooglied, hfdst. 1:9-11, 4: 1-15 enz. En vergeestelijk dat nou niet. Het gaat echt over het vrijen.
Dat de liefde tussen man en vrouw een beeld wordt, een gelijkenis, van de verhouding van de liefde van Christus en zijn bruidskerk, is een andere zaak en heel mooi.
Het is goed als de kerk niet vergeet de jongelui duidelijk te maken, dat God ons om Jezus' wil liefde en erotiek gunt, ingebed in de vaste relatie van het huwelijk!
Een wat zwaar artikel? Nou dan, toen ik nog ongetrouwd in de pastorie te Overschild was en een huishoudster had, zei ik tegen haar: Tiene, weet je wat de overeenkomst is tussen Nely (mijn aanstaande vrouw) en de nieuwe rode loper op de trap? Nee, zei ze.
Wel, antwoordde ik, ze zijn allebei mooi, maar de één laat over zich heenlopen, de andere niet! En zo is het!
Dit interessante artikel van de hand van ds. J.D. Houtman verscheen in: 'Dienstbetoon', kerkblad van de Nederlands gereformeerde kerk te Apeldoorn. Het maakt deel uit van de serie waarin genoemde predikant iets vertelt over zijn pastorale ervaringen.
We kunnen onze winst doen met zijn analyserende en ludieke opmerkingen.
Bovenal worden we geconfronteerd met het getuigenis van de Bijbel, dat om een concrete toepassing vraagt in ons gevarieerde leven!