Doop en kerk

2007-04-13
  • Jaargang 51
  • nummer 8
De vraag naar de erkenning van de in een andere kerk bediende doop is al oud. Mijn vroegere Vrijgemaakte collega uit Emmeloord, ds. P.L. Voorberg, heeft een prestatie van formaat geleverd door in de pastorie daarover een proefschrift te schrijven. Helaas levert zijn werkstuk hem in eigen kring tot nu toe meer kritiek op dan waardering.
We luisteren over de heg even mee naar de discussie in het belendende pand. In het maartnummer van Nader Bekeken schrijft ds. C. van Dijk:

Ik heb het proefschrift nog niet kunnen inzien, maar wat is er al veel over te doen geweest. Niet zozeer over de inhoud van het proefschrift, als wel over het interview dat ds. Voorberg gaf in de dagen voor zijn promotie.
Hij sprak in dat vraaggesprek over de ware en de valse kerk. En over de erkenning van de doop. Over wettige en geldige doop. Wettige doop bediend in de ware kerk, en geldige doop, weliswaar niet in een ware kerk bediend, maar toch onder omstandigheden en voorwaarden die erkenning mogelijk maken. En toen waren de rapen gaar. Een stortvloed van kritiek barstte los (). Ds. Voorberg beoordeelt andere gelovigen. Ds. Voorberg kijkt met een zuinig mondje naar de PKN en naar de Rooms-Katholieke Kerk. Ja, hij noemde dat zelfs valse kerken. Daarbij zei hij te steunen op uitspraken van generale synodes. Iemand schreef in een ingezonden brief het volgende:

“Het doet me verdriet dat de voorganger van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Emmeloord (hetzelfde kerkverband waar ook de gemeente waar ik lid van ben, bij hoort) dit zo kan zeggen en doen. De GKV is goed, schijnt het. En de Christelijke Gereformeerde Kerken ook, daar de synode (van de GKV) dat zegt. Zij zijn waar omdat wij het zeggen. En wij zijn waar dus kunnen we dat zeggen. Een vreemde cirkelredenering. Maar het wordt erger.
Hersteld Hervormd moet nog gemeten. Alsof wij een beoordeling zouden moeten (willen of kunnen) geven over welke kerk waar is, verwaterd of vals. En dat gebeurt ook nog eens met behulp van een hardnekkige, oude kerktheorie, die nergens expliciet wordt genoemd.” Het commentaar van Van Dijk: Deze hardnekkige, oude kerktheorie kan de briefschrijver terugvinden in de gereformeerde belijdenis, te weten in de artikelen 27, 28 en 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. En die is al heel oud, dus hardnekkigheid is aan de theorie zeker niet te ontzeggen.
() We hebben niet de gewoonte om in Nader Bekeken op elk schrijfsel in de ingezonden brievenrubriek van het Nederlands Dagblad af te gaan. () Waarom hier toch een uitzondering? We hebben daar meerdere redenen voor.
De eerste reden is dat het teleurstellend is dat er nauwelijks een poging vanuit het ND zelf werd ondernomen om de achtergrond te schetsen waaruit de uitspraken van ds. Voorberg voortkwamen. De omgang met de gereformeerde belijdenis en de omgang met de uitspraken van kerkelijke vergaderingen waarvan ds. Voorberg blijk gaf, hoeven toch niet vreemd te klinken? Deze normatieve benadering van de kerk is toch de voedingsbodem geweest van het Gereformeerd Gezinsblad? Het steekt me dan dat deze promovendus dagenlang als de dorpsgek wordt neergezet. En dat het ND daarvoor als schandpaal wil fungeren. Is de krant haar roots zozeer kwijt?

Nog een reden voor ds. Van Dijk om hierover te schrijven...

is gelegen in de schrijver van de ingezonden brief die ik hierboven citeerde. De schrijver die ds. Voorberg een hardnekkige, oude kerktheorie verwijt, is namelijk Peter Wierenga. (Hij is) werkzaam voor het Deputaatschap Toerusting Evangeliserende Gemeenten (DTEG). Hij geeft leiding aan dat bureau en is dus in dienst van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.
Sterker nog, hij is een bevlogen man, bezig met evangelisatie in dienst van de kerken. Het is me dan ook een raadsel dat uit zijn pen de zinnen zijn gevloeid die ik hierboven aanhaalde. Hoe kun je werven voor een kerk waarvan je de belijdenis en het spreken op basis van de belijdenis neerzet als een hardnekkige oude theorie? Misschien dat Peter voor zijn gevoel niet werft voor een kerk, maar voor de Here zelf. Maar dat is een zeer onvruchtbare tegenstelling.

Twee opmerkingen van mijn kant:

1. Inhoudelijk ben ik het van harte eens met de hier genoemde Peter Wierenga. Ik ben ook blij met de veranderde visie op de kerk waarvan zijn ingezonden brief blijk geeft.
2. Tegelijk heeft ds. Van Dijk natuurlijk gelijk met zijn kritiek.
Inderdaad: niet ds. Voorberg is veranderd, maar de kerken die hij dient. En dus is niet Voorberg degene die zich heeft te verantwoorden, maar de anderen, degenen die veranderd zijn. Scherp geformuleerd: wat geeft een Peter Wierenga recht en reden om zichzelf nog Vrijgemaakt te noemen, als hij tegelijk een van de belangrijkste bestaansgronden van die kerken onderuit haalt?

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief