In de caravan op doortocht naar het nieuw Jeruzalem

2007-04-13
  • Jaargang 51
  • nummer 8
ZWOLLE - Binnenkort begint het seizoen weer en trekt het echtpaar Schelhaas-Crielaard er met de caravan weer op uit. Bivakkerend op vooral boerencampings in de buurt van de zondagse preekafspraak, is ds. Jan Schelhaas (81) de oudste predikant die nog praktisch elke zondag met veel plezier preekt. Van Alkmaar tot Maastricht en van Haren tot 's zomers het Zwitserse Interlaken. In april viert hij zijn vijftigjarig ambtsjubileum.
'Preken vind ik prachtig.'

Binnenkort wordt 'Op doortocht' weer uit de stalling gereden. Mevrouw Schelhaas-Crielaard (81) pakt er het kladblok bij dat bij de telefoon ligt en noemt de preekplaatsen op die op het programma staan: Velp, Doorn, Voorthuizen. Ze noemt de nabijgelegen boerencampings waar ze vaak al jarenlang komen en waar het
prachtig toeven is. Lachend: 'Zwervers, dat zijn wij.'

'Gezegende jaren'
Hun leeftijd is ze niet aan te zien. 'Het mooie van het emeritaat is dat de moeilijke dingen wegvallen en dat de mooie dingen blijven,' aldus ds. Schelhaas. Zoals het preken.
Professor Jager zei hem eens dat dit de mooiste jaren van je leven kunnen zijn en Schelhaas denkt daar nog wel eens aan terug. Maar hoewel dit een prachtige tijd is, wil het echtpaar Schelhaas deze periode toch niet de allermooiste noemen. 'Onze eerste tien jaren in Friesland waren ook geweldig. Daar hebben we echt de gemeenschap der Heiligen ervaren.' Zij: 'Het was de nabloei van het gereformeerde leven. Gezegende jaren. Haast iedereen ging nog trouw twee keer per zondag naar de kerk en we hadden een prachtig jeugdwerk.' Hij: 'En de periode in Delft-Abtswoude was ook fantastisch. Ik bereikte er elke zondag ruim duizend mensen.'

Burgemeesterszoon
Eigenlijk lag het in de bedoeling dat de burgemeesterszoon Schelhaas in de politieke voetsporen van zijn vader zou treden. Dat betekende dat hij rechten zou gaan studeren. Maar de Tweede Wereldoorlog brak uit toen hij vijftien was. Een zware tijd voor het gezin in Langendijk. De jonge Schelhaas moest ruim twee jaar onderduiken en zijn schoolcarrière liep vertraging op. Maar het was een heel leerzame tijd, aldus ds. Schelhaas. Hij ontwikkelde een sterk gevoel voor rechtvaardigheid. Na de oorlog wist hij wat hij voortaan wilde: strijden tegen overheersing. Blijmoedig: 'Wat kun je beter doen tegen de tirannie dan Jezus verkondigen?
Wie is een uniekere koning dan Hij? En wat is er mooier dan te proberen het Koninkrijk van Christus een beetje zichtbaar op aarde te maken?' Nog steeds krijgt Schelhaas tranen in de ogen als hij het zesde couplet van het Wilhelmus hoort zingen. 'Ik heb in de oorlog ervaren hoe het is om te worden overheerst door het kwade. Daartegen zal ik me altijd verzetten.'

Verdrietige overstap'
Ds. Schelhaas is van oorsprong gereformeerd-synodaal. Zo'n twintig jaar maakte hij in dit kerkverband deel uit van een groep verontrusten die haar zorg uitsprak over de koers van deze gereformeerde kerk.
Tot Schelhaas vond dat het niet meer ging. In 1976 ging hij via een beroep uit Zwolle over naar de NGK. 'Een heel verdrietige overstap. Maar op een dag passeer je een grens en ga je van 49 naar 51. Dan kun je het voor jezelf niet meer verantwoorden om deel uit te maken van een kerkverband dat steeds ongereformeerder wordt en dat officieel is overgegaan naar een plurale gesprekskerk - een kerk waarin alle meningen aanwezig zijn, van vrijzinnig tot orthodox, en waarin het er vooral om gaat dat iedereen met iedereen in gesprek blijft.' Voor het tot de overstap kwam, voerde ds. Schelhaas namens de Vereniging van Verontrusten en via een synodaal deputaatschap vele gesprekken met onder andere de vrijzinnige professor Kuitert. 'Een heel innemend en vriendelijk man met wie ik het totaal oneens was. Hij stond een christelijk humanisme voor en het kruis van Jezus Christus zei hem iets heel anders dan mij.' Ook in de kerkelijke gemeente van Delft-Abtswoude waar Schelhaas voor zijn overstap stond, trof hem het verschil in geloven binnen de gemeente.
'Toen ik preekte over Jezus als de Zaligmaker die ons bevrijdt van al onze zonden, zei één van de ouderlingen: "Maar dat gelooft u toch zeker zelf niet?" Het is heel moeilijk werken als de confessionele eensgezindheid ontbreekt.' Mevrouw Schelhaas vult haar man aan: 'Je kreeg ontzettende moeite met het dopen van baby's. Je wist van een aantal ouders dat ze het alleen voor de vorm deden. Je mocht van de kerkenraad niet weigeren, anders waren we ze kwijt.' Ds. Schelhaas: 'Het was heel verdrietig en moeilijk.'

Scheiding
Ds. Schelhaas koos voor de NGK, mede door het warme contact met ds. A.J. Moggré van Rijswijk. Bij dit kerkverband voelde hij zich inhoudelijk en wat betreft vormgeving het meeste thuis. Kerkrechtelijk en dogmatisch kon hij zich ook vinden in de GKV. Maar daar zou hij zich dertig jaar geleden te ingeperkt hebben gevoeld in de strakkere vormgeving. 'Nu zijn daar vele veranderingen ten goede. Ik hoop het nog te beleven in de GKV te mogen voorgaan.' Maar in de NGK had Schelhaas het zeker in het begin niet makkelijk. Er waren in de gemeente van Zwolle twee stromingen, een behoudende en één die wat meer openstond voor vernieuwing en samenwerking met andere gemeenten. Die 'moeilijke toestand' resulteerde in 1983, zeven jaar na Schelhaas' komst, in een splitsing. Er kwamen twee NGK's in de IJsselstad. Ruim twee decennia zouden die gescheiden optrekken. Inmiddels functioneren de twee gemeenten nog steeds afzonderlijk, maar is er een streep gezet onder het verleden en wordt er waar mogelijk samengewerkt.

Breekpunt
'Na mijn overstap naar de NGK moest ik een aantal stapjes terug doen. Vooral op liturgisch en politiek gebied, zoals bijvoorbeeld over de kwestie Israël, kon ik in de synodale kerk veel meer kwijt.' Wat ds. Schelhaas bijvoorbeeld als eerste ingevoerd had was het intochtslied en het amenlied na de zegen. Ook begon hij met een moment van verootmoediging en genadeverkondiging. 'Het leverde me aanvankelijk veel brieven en opmerkingen op, maar het komt bij Calvijn vandaan en ik miste dit erg in de NGK.' Spijt heeft Schelhaas van zijn overstap nooit gehad. 'Het mooie van dit kerkverband is dat uitvoerig de tijd wordt genomen om de hele gemeente te informeren over vernieuwingen. En over het algemeen beseft men dat er dingen zijn van de eerste orde en van de tweede orde.
Je kunt elkaar bevragen: staat of valt je geloof hiermee? Zoniet, dan moet je ervoor waken dat het een breekpunt wordt. Kijk, de bijbel blijft hetzelfde, maar je moet wel altijd open staan om je uitleg te herzien. En wat betreft de vormgeving vind ik dat je weliswaar voorzichtig en weloverwogen - met je tijd mee mag gaan.'

Passies
Na zijn overgang naar de NGK en vooral na de splitsing in Zwolle I en Zwolle II ('een novum in de kerkgeschiedenis dat bij een conflict een gemeente splitst maar dat beide gemeenten bij hetzelfde kerkverband blijven') bemoeide Schelhaas zich nog maar weinig met landelijke kerkzaken. Hij concentreerde zich op zijn drie passies: preken, de politiek en lesgeven aan de Reformatorische Hogeschool (die later fuseerde met de vrijgemaakt-gereformeerde hogeschool). 'Het lesgeven nam ik vanaf 1972 op me en ik deed het in alle opzichten Pro Deo. Ik heb ervan genoten. Ik mocht dertig jaar de vakken homiletiek (leer van de kanselwelsprekendheid, red.), liturgiek en kerkrecht doceren en was betrokken bij het bestuur.' Tot Schelhaas' eigen verrassing kreeg hij er enkele jaren geleden een koninklijke onderscheiding voor.
Ook de politiek heeft Schelhaas' hart. Hij was onder andere betrokken bij de oprichting van de RPF en mocht een en andermaal lijstduwer zijn bij de verkiezingen.
Hij vervulde veel spreekbeurten in het land. 'Ook met veel plezier, want wat is de bijbel ook een politiek boek'.
Zijn derde passie, het preken, beoefent hij nog steeds. Over een preek maken doet hij gemiddeld twee dagen. Eén dag lezen, en dan één dag schrijven. Alleen voor noodgevallen wil zijn vrouw hem dan storen. Zij: 'Als een leeuwin scherm ik hem op die dagen af.' Hij: 'Een preek is eigenlijk de geboorte van een kind.Dan ben ik volstrekt geconcentreerd.'

Zaterdagkrant
Iemand zei: 'Als Schelhaas komt preken, dun kun je het je veroorloven om de zaterdagkrant dicht te laten en het achtuurjournaal over te slaan. Alles komt dan langs.' Ds. Schelhaas lacht even. 'Ik mag graag vanuit de bijbel het licht laten schijnen over eigentijdse gebeurtenissen. Ik vind de preek heel belangrijk.
In mijn preken wil ik ook nadrukkelijk staan in de reformatorische traditie van Paulus, Augustinus, Calvijn en Bavinck. Daarbij vind ik het ook heel belangrijk dat de preek toepasbaar is in het leven van alledag. Ik heb altijd geprobeerd een praktisch preker te zijn. Ik verwerk dogmatiek zo in preken dat de mensen er niet te veel erg in hebben, maar ze er toch een flink stuk van mee krijgen. Verder probeer ik in iedere preek duidelijk rekenschap te geven van de hoop die in ons is. Ik probeer dat op een warme, piëtistische wijze te doen.' Dat hij de actualiteit betrekt in de zondagse eredienst vindt Schelhaas vanzelfsprekend. ‘De bijbel leent er zich prachtig voor en Jezus deed het zelf ook. Wij leven in deze wereld en we hebben hier een opdracht, namelijk om christelijk-sociaal en politiek actief te zijn.'

Wakker
Hoe ziet Schelhaas de toekomst van het kerkverband? 'Ik preek praktisch overal en ik zie dat onze kerken helaas uit elkaar beginnen te groeien. Dat komt onder andere omdat er weinig kerkbesef is en er vaak maar weinig kennis is van kerkgeschiedenis. Vooral onder jongeren. Het wordt nog een hele toer om elkaar vast te houden. Tot nu toe hebben we de zegen van de Here God dat we allemaal nog van de Here Jezus houden.' Ligt het echtpaar Schelhaas wel eens wakker van problemen? Jazeker. Bijna tegelijk: Van de ontkerstening van de Nederlandse samenleving. Hij: 'Dat benauwt ons.' Zij: 'De mensen denken het geloof en de kerk niet meer nodig te hebben. Verschrikkelijk.' Er was veel verdriet in het leven van dominee en mevrouw Schelhaas. Maar hun geloof is er niet door veranderd.
Hun lievelingslied staat geschreven bij de hal van de Zwolse tussenwoning gezang 291: 1 op het kleine, antieke psalmenbord bij de kapstok. 'Nooit kan 't geloof teveel verwachten, des Heilands woorden zijn gewis.' En vers 2: 'Die hoop moet al ons leed verachten. Komt, reisgenoten, 't hoofd omhoog!'

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief