Evangelisatie - waarom, wie en hoe?
1996-01-26
Kort geleden las ik Visserslatijn, handboek voor evangelisatie. Het is geschreven door Peter Scheele, bekend van het evangeliserende televisieprogramma ‘Peter’. Scheele staat zeer kritisch tegenover de huidige aanpak. Hij is ervan overtuigd, dat we als christenen onze benadering van evangelisatie ingrijpend moeten wijzigen. Hij is niet de enige. Een bezinning is nodig. Waarom evangelisatie? Door wie? En hoe?- Jaargang 40
- nummer 2
A. waarom?
Bevel en belofte
Het is heel normaal voor onze tijd, dat mensen het best vinden als jij gelooft in God en in Jezus, maar je moet het niet aan anderen willen opdringen of opleggen. Toch is deze vrij afwijzende houding niet uniek. Door alle eeuwen heen hebben mensen, om verschillende redenen, het christelijk geloof buiten de deur willen houden. Als gereformeerd mens zie ik voor ons het gevaar, dat we met onze omgeving meegaan en dat we ons stil en onopvallend houden.
Het verhaal van Jezus eindigt niet met zijn opstanding of zijn hemelvaart. Mijn eerste boek, Theofilus, heb ik geschreven over al wat Jezus begonnen is te doen. Het boek Handelingen is het vervolg van de handelingen van Jezus. En daarbij schakelt hij ons mensen in. Alle Evangeliën eindigen met een missionaire spits. Mattheüs, Markus en Johannes hebben een specifiek zendingsbevel; Lukas heeft in Hand 1:8 meer een belofte. De kerk is per definitie een missionaire gemeenschap!
Ze bestaat bij de gratie van God, die mensen wil toevoegen. Het is werkelijk de dood in de pot, indien we deze missionaire spits zouden wegsnijden.
Eén naam
We brengen geen leuke boodschap, wel een goede. Er zitten heel veel positieve kanten aan. We mogen van Gods liefde gewagen. Hij wil ons aanvaarden. Maar in de kern is het een vervelende boodschap: God hield al van ons, toen we nog misdadigers waren. Er is maar één naam waardoor we kunnen ontsnappen aan de veroordeling van God. Alleen Jezus kan ons helpen! We hoeven niet altijd te beginnen met deze kern. Toch zal ze aan bod moeten komen, willen we recht doen aan het verhaal van Jezus. En ze kan ook aan bod komen. Oorlogen en uitbuiting zijn niet nieuw; ze tonen aan dat we als mensheid een probleem hebben. En niemand heeft een toereikende oplossing! Behalve de Bijbel.
Die vertelt ons dat we door God gemaakt zijn; dat we van God en van onszelf vervreemd zijn en dat we door God weer hersteld worden.
B. wie?
Geroepen
De meeste christenen krijgen de kriebels als ze het woord evangelisatie horen. Dat komt deels door de gebruikte methoden, deels door het besef dat het heel moeilijk is om met een niet-christen over het geloof te praten. Bovendien leggen veel evangelisatorische organisaties de nadruk op de plicht tot evangeliseren die iedere gelovige zou hebben. Wie evangeliseren in het Nieuwe Testament?
De zendingsbevelen zijn aan heel de gemeenschap van Jezus gegeven. Toch lezen we in Handelingen dat het de apostelen zijn (later ook de evangelisten), die het goede nieuws aan buitenstaanders bekendmaken.
De gemeente van Antiochië is weliswaar ontstaan uit de verhalen die allerlei gelovigen hebben gedaan, maar dat was heel natuurlijk, omdat ze daar als vluchtelingen aankwamen. In het algemeen lijkt het zo te zijn, dat ambtsdragers het nieuws bekendmaken.
Toch hebben alle gemeenteleden een zekere verantwoordelijkheid. Volgens de brief van Petrus moet iedere gelovige bereid zijn om rekenschap af te leggen van de hoop die we hebben.
leder moet dus, als hem daarnaar gevraagd wordt, in staat zijn de ander kort en bondig te vertellen wat een christen gelooft.
Een gave
De laatste jaren staan de gaven van de H. Geest ook in reformatorische kringen wat meer in de belangstelling.
Een niet onaanzienlijke invloed komt van de Evangelische Alliantie, die met cursussen voor gemeenteopbouw van de duitser Christian Schwarz werkt.
Schwarz stelt, dat hij telkens weer bemerkt, dat een op de tien gemeenteleden een bijzondere gave voor evangelisatie hebben. Zij zijn in staat zo met een ander over het geloof te praten, dat deze dicht bij Christus komt.
Dit is een zeer bemoedigend gegeven.
Het betekent namelijk dat we in onze gemeenten heel wat mensen hebben die een actief aandeel in de uitvoering van de missionaire taak kunnen hebben.
Waar het om gaat is dat we concreet nagaan wie deze 10% zijn en vervolgens hen toerusten en tenslotte hen specifiek belasten met het evangelisatie werk. Voor hen is het namelijk geen belasting, maar een vreugde!
Woord en daad
Vanuit een bepaalde schroom en een zekere schaamte vanwege de slechte reputatie die de kerk van Christus hier in Nederland heeft benadrukken sommigen dat het vooral draait om onze levensstijl. Bovendien worden we allen plat gegooid met woorden.
Nu is het goede nieuws niet een reclameboodschap.
God heeft er niet voor gekozen om zes paar miljard strooibiljetten uit de hemel te laten neerkomen, zodat alle mensen het nieuws zouden horen. Het nieuws moet van mond tot mond gaan. Door mensen.
Het draait tenslotte om ons mens-zijn.
Het nieuws is dat we vernieuwde mensen zullen worden. Dat mag nu al zichtbaar worden. Dat mag blijken uit onze daden.
Niettemin blijft staan wat Paulus aan de christenen van Rome schreef: geloven is een gevolg van het horen van de boodschap, en dat horen vindt plaats bij de bekendmaking van Christus.
Door te zwijgen spelen we het ongeloof in de kaart. Wij denken wel dat 95% het Evangelie gehoord heeft, maar dat is niet (meer) zo. Woord en daad. Onze woorden kunnen niet zonder onze daden. Wie spreekt over liefde, zal liefde moeten practiseren tegenover een ieder, ongeacht of deze een man of vrouw is, een nederlander, medelander of buitenlander.
De veel gemaakte scheiding tussen het bekendmaken van Gods woorden en het helpen van onze medemensen is in dit verband twijfelachtig. Wel kunnen we ons afvragen of het ook de juiste gelegenheid is om een woord te spreken.
Bewogen
Dat we als kerk een opdracht hebben, weten we wel. Maar hebben we ook de juiste bewogenheid?
Het boek van Peter Scheele is op dit punt een scherpe aanklacht tegen de stoomwalsmethodes die zo gebruikelijk zijn in het evangelisatie werk. Hij vertelt hoe hij eens een gesprek van een half uur had met een evangelist.
Tenminste... de ander praatte een half uur achtereen, totdat hij eindelijk bij de vraag kwam of Peter wel of niet geloofde. Anderzijds vertelt Scheele hoe hij een hele tijd enkel door de stad liep zonder iets te zeggen, terwijl hij nadacht hoe hij in hemelsnaam mensen kon bereiken. En daarbij kwam hem in gedachten, dat Jezus zich ook zo voelde, toen hij huilde over Jeruzalem.
Gaan niet-gelovigen ons aan het hart?
Gaat hun levenseinde (indien er niets zou veranderen) ons aan het hart?
C. hoe?
Acties en relaties
Er zijn verschillende redenen waarom de huidige algemeen gevolgde aanpak niet werkt. Een diepe oorzaak is de geloofsafval in ons land. Dat maakt mensen hard. Verreweg de meeste redenen hebben evenwel met onszelf te maken.
Algemeen denken we bij evangelisatie aan acties. De huizen langs. Een koortje op het marktplein. Of een man met een megafoon. Folders uitdelen.
Een grote tentbijeenkomst.
Uit onderzoek is gebleken, dat slechts een op de vijf mensen tot geloof is gekomen door dit type aanpak. De meeste nieuwe gelovigen gewagen echter van een vriend, een familielid, een buur of een collega, die hen geholpen heeft Christus te vinden.
Toch steken we verreweg de meeste energie in acties. Maar doorgaans is een actie heel onpersoonlijk. Het is als een brug in het weiland zonder oprit en zonder afrit. Een doodenkele keer klimt iemand, uit nieuwsgierigheid of uit verveling, de brug op. Geen wonder dus, dat al onze acties slechts weinig 'bekeerlingen' opleveren. En al helemaal geen mensen die toetreden tot een gemeente.
We sluiten ons op in een christelijke sportclub en een christelijke naaikrans.
Met hoeveel niet-christenen hebben we een meer dan oppervlakkige relatie? Het is absoluut noodzakelijk dat we uit ons christelijk getto tevoorschijn komen. Dat kost moeite.
Het kan zelfs pijn doen. Maar wie zei ook weer, dat de knecht niet boven zijn meester staat?
Mensen worden gewonnen doordat ze vertrouwen in ons hebben gekregen.
Het is nodig, dat we langdurige en eerlijke relaties aangaan met nietgelovigen.
Soms wordt hiervoor het woord 'vriendschaps-evangelisatie' gebruikt. Dat is een goed woord, indien tenminste duidelijk is dat die vriendschap niet afhankelijk mag zijn van de bekering van de ander. Je kunt niet iemand laten vallen, nadat hij het Evangelie heeft afgewezen.
Een apart punt is een verkering. De Bijbel stelt duidelijk, dat je niet met een ongelovige behoort te trouwen. Je moet dus tijdens de verkeringstijd met de ander over de plaats van het geloof in je leven praten. Als je niet sterk in je schoenen staat, kun je er echt beter niet aan beginnen. Heel wat mensen zijn door hun huwelijk voor Christus verloren gegaan! Maar als je op dit punt sterk in je schoenen staat, is een verkerinq met een niet-christen geen probleem. Heel wat mensen zijn juist door hun verkering voor Christus gewonnen.
Ingewijd
De christelijke gettovorming beïnvloedt ook de wijze waarop we in de gemeente met elkaar spreken. Onze erediensten zijn geheimtaal voor ingewijden.
Ze zijn echt abracadabra voor buitenstaanders.
De Bijbellezingen zijn voor gewone mensen niet te begrijpen; de taal van de 'Nieuwe Vertaling 1951' was al verouderd bij de eerste druk.
Over de 'prediking' wordt regelmatig geschreven. Maar zelden komt ter sprake dat die ook in een missionaire setting plaats moet vinden.
Onze erediensten zijn trouwens helemaal niet voor buitenstaanders. De mensen worden aangesproken als 'broeders & zusters' of als 'gemeente'.
De deur van het gebouw mag misschien open staan voor niet-christenen, maar of de deur van ons hart open staat, waag ik te betwijfelen, gezien de praktijk.
Welkom
Ik kan iedereen aanraden zich eens op de hoogte te stellen van de aanpak die de Willow Creek Church van Chicago volgt. Die is natuurlijk amerikaans en daarmee per definitie verdacht.
We kunnen het niet zo copiëren.
Willow Creek heeft twee verschillende typen bijeenkomsten: een voor niet-gelovige belangstellenden en een voor gelovigen. Deze gemeente houdt geen evangelisatie acties; belangstellenden worden door gemeenteleden op een gepast moment in de relatie uitgenodigd om eens een 'dienst voor belangstellenden' bij te wonen. Noch degene die uitnodigt, noch degene die de uitnodiging heeft aanvaard zitten daar met kromme tenen. Willow Creek heeft de presentatievormen enorm aangepast, zonder evenwel water bij de wijn van het Evangelie te doen.
In veel sterk groeiende gemeenten zijn er kleine kringen. Die dienen de geloofsopbouw van de gemeenteleden.
Maar daarnaast kunnen heel wat kringen open staan voor niet-christenen.
Als we met elkaar spreken over het milieu en 'rentmeesterschap', of we houden een koffieochtend, of we hebben een serie gesprekken over opvoeding, dan hoeft dat toch niet een onderonsje te blijven?
Gemeentebeleid
De verbreiding van het Evangelie is zaak van gemeentebeleid. Het raakt heel veel aspecten van ons gemeentelijk reilen en zeilen. Het kan niet afgeschoven worden naar een evangelisatie commissie, die als een soort bliksemafleider fungeert. Het is niet een kwestie van een paar hobbyisten, die daar zo nodig hun tijd en energie in willen steken. Het behoort een vast onderdeel van het kerkeraadswerk te zijn. De missionaire taak van de gemeente behoort midden in het het gemeentelijk leven te staan.