Twee carrières (vervolg)
1996-01-26
In de vorige jaargang van ‘Opbouw’ werd verslag gedaan van een congres over de gevolgen van twee werkende ouders voor de kinderen in het gezin. Naar aanleiding van dat verslag kwam een aantal vragen binnen.- Jaargang 40
- nummer 2
Enkele vragen werden al besproken in 'Opbouw' (39/24). Deze keer komt een aantal algemene invalshoeken aan de orde. Deze aspecten hebben indirect te maken hebben met vragen van lezers. Eerst de vraag waarom het buitenshuis werken van vrouwen wordt gestimuleerd(1).
Overheidsbeleid
De overheid wil kinderopvang stimuleren.
Wie om zich heen kijkt zal ontdekken dat deze ontwikkeling bijna niet valt te stuiten. In alle westerse landen worden vrouwen gestimuleerd om buitenshuis te gaan werken. Redenen daarvoor zijn o.a.:
- het idee dat iedere volwassene in zijn eigen levensonderhoud moet kunnen voorzien,
- men denkt dat het nodig zal zijn om (i.v.m. de toenemende vergrijzing) vrouwen meer aan het arbeidsproces mee te laten doen, én
- dat het rendement van het onderwijs vergroot moet worden (d.w.z.: meer mensen die effectief met de genoten opleiding aan de slag gaan).
USA:uitkeringen onder druk
In de Verenigde Staten staan de uitkeringen voor ouders onder druk. De samenleving lijkt steeds minder voor de kosten van kinderen op te willen draaien. De oorzaak is te vinden in de vele één-oudergezinnen van zeer jonge moeders. Mannen verwekken kinderen, maar laten ze vervolgens als wezen achter. Het motto is dan ook: 'neem' pas een kind als je het ook financieel kunt onderhouden. Veel Amerikanen denken dat het bezuinigen op uitkeringen voor ouders zonder werk er toe zal leiden dat er in deze sociaal-zwakke milieus ook minder kinderen geboren zullen worden. Als een meisje weet dat er geen uitkering zal zijn zal ze zich immers eerst wel bezinnen op de situatie? Het stoppen van de uitkering betekent dat men moet gaan werken. Een schrijnende kanttekening hierbij is dat de vele straatbendes in de VS grotendeels bestaan uit jongeren die overdag geen thuis hebben omdat er niemand thuis is. Vader is immers met de noorderzon vertrokken en moeder 'moest' aan het werk. De verplichting om te gaan werken zou de aantrekkingskracht van deze 'gangs' nog wel eens kunnen vergroten...
De Amerikaanse situatie is niet uniek.
Ook in andere landen (inclusief ons land) neemt de druk toe en daarmee de keuzevrijheid af. De tijd dat de meeste vrouwen overdag (nog) thuis zijn is vermoedelijk over een aantal jaren een verhaal uit de geschiedenisboeken.
Het is dus de vraag of moeders straks nog veel keus hebben. Of dit een goede ontwikkeling is, is een andere vraag....
Intermezzo: het gezin is weer terug
Ondanks de druk op vrouwen om buitenshuis te gaan werken zien we plotseling een enorme belangstelling voor het gezin in de media. Nog maar kort geleden was het heel gewoon om op excessen binnen het gezin te wijzen (kindermishandeling, incest). Als er zoveel mis is met gezinnen, waarom zou je het gezin dan nog propageren?
Kinderen zijn immers buitenshuis vaak beter af? En dan opeens.... staat het gezin weer in het brandpunt van de belangstelling. Is het gezin dan toch zo gek nog niet? Alleen: hoe verhoudt zich deze belangstelling tot de praktijk van de politieke verhoudingen? Krijgt het gezin de kans om gezin te zijn? (wat we daar dan ook onder moeten verstaan).
Symmetrisch ouderschap Het is er de overheid alles aan gelegen om vrouwen 'aan het werk te houden'.
Toch is het lang niet alleen de overheid die het buitenshuis werken stimuleert. Veel vrouwen willen zelf graag buitenshuis werken. Voor steeds meer gezinnen spelen daarbij ook economische factoren een rol.
Vooral in de Randstad zijn de huizenprijzen dermate hoog, dat een hypotheek op één inkomen vaak niet meer haalbaar is. Zonder dat ze daarmee luxe leven, worden ouders min of meer gedwongen om beiden buitenshuis te gaan werken.
Helaas komt het voor dat beide ouders werkweken van 40 uur of meer maken.
In dat 'helaas' komt een waardeoordeel tot uiting. Het lijkt mij geen gezonde situatie. Je moet wel eenheel goed organisator-zijn om daarnaast nog voldoende tijd aan kinderen, kerk, verenigingswerk en echtgeno(o)t(e) te kunnen besteden.
Maar als het nu eens iets minder is....
Is het echt waar dat vaders altijd lange werkdagen moeten maken? Is dat echt altijd de wens van de werkgever?
Met minder werk-uren zou de 'herverdeling van arbeid binnen het gezin' ook gunstige kanten kunnen hebben.
Misschien moeten jongens tegenwoordig wel beter voorbereid worden op een taak in het gezin....
In de vorige aflevering werd uit een bijdrage van Anneke Rots over 'symmetrisch ouderschap' geciteerd. We spreken van symmetrisch ouderschap als een vader en een moeder de taken binnen het gezin gelijkmatig(er) verdelen(2). Als deze ontwikkeling mogelijk is, betekent dit meer kansen voor vaders.
Een principieel argument is dat de vader ook 'ja' heeft gezegd bij de doopvont. Hij is dus ook verantwoordelijk voor de opvoeding van zijn kinderen en kan deze opvoeding dus niet voor 95% delegeren aan zijn echtgenote.
Overigens meldt Anneke Rots wel dat zo'n evenwichtiger verdeling veel organisatie en overleg vraagt binnen het gezin; de taken en de werktijden moeten goed op elkaar worden afgestemd. Duidelijk zal zijn dat de voordelen van symmetrisch ouderschap het meest tastbaar zijn als de beide ouders part-time werken.
Tempo
Iedere ochtend haasten ouders zich om op tijd bij de kinderopvang te zijn en vervolgens om op tijd op het werk te zijn.
Regelmatig worstelen ouders met hun kind: het wil niet. Gaat er dan iets fout? Dat hoeft niet, want af en toe hoort een kind natuurlijk dwars te zijn.
En toch vergeet men in de diskussie over kinderopvang vaak een belangrijke reden waarom kinderen 'dwars gaan liggen'.....
Er bestaan boeiende onderzoeken over 'temperament' (in 'Opbouw' is daar ook wel eens aandacht aan besteed).
Het blijkt dat sommige kinderen van nature meer tijd nodig hebben dan andere kinderen om te schakelen, om van de ene situatie naar de andere te kunnen komen. Het ene kind komt snel uit bed en is klaar wakker, het andere kind moet nog even wakker worden, de beer even vertroetelen, even met water spelen, uitgebreid het broodje bestuderen, de poes nog even aaien.
En pappa en mamma maar haast hebben.... De vraag: sluit de tijd van de opvoeder wel aan op de tijd die het kind nodig heeft? Voor sommige kinderen moet je als ouders vroeger opstaan. De problemen liggen niet aan het kind, maar aan de ouders die denken dat hun kind in een half uur tijd op kan staan, wassen, aankleden, eten en achter in de auto wordt 'gedumpt'.
Juist die haast maakt dat ouders en kinderen niets meer sámen doen, maar dat de opvoeder in de commando-houding terecht komt. Is het vreemd dat het kind dan dwars gaat liggen?
Is de opvoeder wel uitgerust?
De opvoeder moet dus eerder opstaan. Maar: Is de opvoeder wel uitgerust?
Prof. dr. W. ter Horst stelde deze intrigerende vraag op grond van jarenlange ervaringen in een internaat(3). Hij constateerde dat een fors aantal problemen van kinderen in de hand werd gewerkt doordat de opvoeder niet fit was. Kinderen voelen vaak feilloos aan hoe opvoeders zich voelen.
Helaas is het niet zo dat ze rustiger worden als de opvoeder moe is; ze gaan vaak 'mee' in de vermoeidheid en reageren met druk gedrag.
Moet het dan zo zijn dat je 'dus' thuis blijft? Of moet het juist zo zijn dat je je energie buitenshuis haalt? Zoals in de vorige aflevering al werd opgemerkt is het antwoord niet zo eenvoudig. Een baan buitenshuis vraagt soms zoveel energie dat het opvoeden thuis een loodzware last wordt. Hoe meer geïrriteerd de toon van de ouders, hoe onrustiger het gedrag van het kind wordt. Het zou dus wel eens zo kunnen zijn dat sommige banen minder goed passen bij een druk gezin en dat andere banen wel goed zijn te combineren met de opvoedingssituatie in het gezin.
Omgekeerd kan het ook zo zijn dat een ouder (meestal is dat de moeder) de gevangene van haar gezin kan worden. Daardoor kunnen allerlei psychische klachten ontstaan (ook wel oneerbiedig het huisvrouwensyndroom genoemd). Dan kan een beperkte baan buitenshuis juist een rustpunt zijn, waar een opvoeder nieuwe energie opdoet....
Toon en tempo
Wie zich dagelijks in het drukke verkeer ophoudt, verbaast zich (hopelijk) over het gedrag van weggebruikers.
Zodra iemand maar iets in de weg wordt gelegd wordt er gescholden. En als iemand te traag optrekt is het uitgebreid toeteren geblazen. Voor kinderen, gehandicapten en bejaarden lijkt geen plaats meer te zijn: het recht van de sterkste geldt.
Het schelden heeft met de 'toon', het haast hebben met 'tempo' te maken.
In de opvoeding is het niet anders.
Ook daar spelen de thema's 'toon' en 'tempo' een centrale rol. 'Toon' heeft te maken met de energie die je over hebt. 'Het is de toon die de muziek maakt'. Een 'opgebrande opvoeder' is snel geïrriteerd, zit al heel snel in een negatieve spiraal in de omgang met kinderen. 'Tempo' heeft te maken met de tijd die je (over) hebt. Is je agenda zó strak gepland dat er geen tijd meer voor de kinderen over blijft? Dan is er iets mis.
Tenslotte
Er volgt nog een aflevering van deze serie, want niet alle vragen werden beantwoord(4). Natuurlijk kunnen ook niet alle vragen sluitend beantwoord worden. Opvoeden doe je niet vanuit een receptenboek; iedere situatie is anders, ieder kind is uniek.
Dan nog weer die klemmende vraag.... Mag buitenshuis werken voor moeders nu wél of niet? Opnieuw geef ik een ontwijkend antwoord: het mág wel, maar als het moet gaat het verkeerds.
Maar er moet ook een andere vraag gesteld worden: mag een extreem lange werkweek voor vaders? Hebben vaders nog een goede toon en een passend tempo ten opzichte van hun kinderen (en hun vrouw) als ze extreem lange werkweken maken?
Natuurlijk: de werkelijkheid is harder dan het ideaal. Soms word je als vader of als moeder in een bepaalde positie gedrongen, maar dat is geen reden om de vraag niet te stellen.
God vraagt niet van ouders dat ze perfecte opvoeders zijn. Wel vraagt Hij dat ouders zorgvuldig omgaan met de kinderen die ze van Hem in bruikleen hebben gekregen.
Noten:
1 De bundels 'De taken verdeeld' (GSEV-reeks 21) en 'Gezin 2000' (GSEV-reeks 26) bevatten goede achtergrondiriformatie bij het hier beschreven thema. De reeks wordt uitgegeven door de Vuurbaak in Barneveld.
2 Anneke Rots: Gevolgen voor kinderen als vaders en moeders de taken anders verdelen. In: Drs. Jac. Schaeffer (red.): Gezin 2000, dynamiek of dynamiet? (GSEV-Reeks 26, De Vuurbaak, Barneveld 1993).
3 Prof. dr. W. ter Horst: 'Het herstel van het gewone leven' (Groningen. 1977)
4 Misschien roept deze bijdrage nog nieuwe vragen op. Reacties aan: H. Algra, Ruyghweg 164, 1781 DR Den Helder, 0223-617128 5 Zie ook 'Opbouw' (1995/24).