Pastorale notities

1996-02-09
  • Jaargang 40
  • nummer 3
Vaderhart
"In de eerste plaats wil ik, dat u mij en m'n vriendin aanvaardt zoals we zijn.
En in de tweede plaats wil ik, dat u met ons niet meer over het geloof praat!"
De woorden kwamen er als een diktaat uit. Zo waren ze ook bedoeld.
Zijn ouders hadden het maar te slikken.
Anders was bij deze het kontakt verbroken.
De zoon woonde al een poos samen met z'n vriendin. Zij had een vaaggelovige achtergrond.
Hij kwam uit een gezin, waar het geloof alles betekende.
Maar hij "deed er niet meer aan".
Het zei hem niets meer, naar z'n eigen zeggen.
Toen kwam dat gesprek.
De ouders hadden moeite met het samenwonen.
Diep in hun hart accepteerden ze dat niet.
Maar wat moèt je: Een zoon, die de dertig al gepasseerd is.
Ook dat z'n vriendin niet geloofde, was voor hen een grote zorg.
Maar dat hun eigen kind niets meer met God te maken wilde hebben ...
En er ook niet meer met hen over wilde praten ...
Over die voorwaarde hoefden ze niet lang na te denken.
Dat was voor hen onmogelijk.
Ze zeiden dat ook.
lets wat voor hen het meeste betekende in hun leven. En wat ze hun kinderen zo graag wilden aanreiken.

Toen zijn ze naar huis gegaan.
Ze wisten zeker, dat hun zoon niet los was van God.
Hoe kan iemand ànders zeggen, dat er niet meer over God en geloof gesproken mag worden?
Blijkbaar was hij er niet rustig onder.

En helemaal zeker waren ze er over, dat God niet los was van hun zoon.
Hoe zou Hij ooit zijn beloften kunnen breken?

Toen ze thuis waren, hebben ze hun zoon opgedragen aan God.
Als je niet meer met je kind over God kunt spreken, kun je nog wel met God over je kind spreken ...

W.J. van der Linde, Barneveld

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief