De zorgvragende mens als beeld Gods

1996-02-09
  • Jaargang 40
  • nummer 3
Onderstaan treft u het eerste deel van de toespraak, die prof. Knol op de Opbouw- Jaarvergadering 1995 heeft gehouden aan. In deze toespraak gaat het met name over de zorgvragende mens, zoals we die in onze alledaagse ervaring ontmoeten. Prof. Knol begint met het uiteenzetten van een aantal principiële uitgangspunten. Daarna zegt hij in dit eerste deel iets over de plaats van de zorg in Nederland.

Inleiding en begrenzing
Ik heb mijn beschouwingen over de zorg de titel meegegeven van 'de zorgvragende mens als beeld Gods'. Het gaat mij dus over de zorg aan mensen: aan mensen die aan het begin van het leven staan, aan mensen die aan het einde van hun leven staan en aan mensen die midden in het leven staan en in hun activiteiten worden belemmerd door allerlei handicaps en tekorten.
Toch wil ik mij in mijn vraagstelling wel beperken. Het zal in het onderstaande vooral gaan om die zorgvragende mensen, die gehandicapte mensen zoals wij die in onze alledaagse ervaring ontmoeten. Daarbij moeten we ons realiseren dat een handicap als zodanig een sociaal verschijnsel is.
Een menselijk gebrek, een tekort of een belemmering wordt in de samenleving een handicap in zoverre de samenleving niet in staat is om deze gehandicapte mens volwaardig te doen functioneren. In deze zin kan men zeggen dat de samenleving die wij met zijn allen vormen grotendeels verantwoordelijk is voor de mate waarin belemmeringen bij mensen tot een handicap worden. Deze beperking tot de zorg voor de gehandicapte mens brengt onder meer met zich mede dat, hoe belangwekkend en relevant vragen rondom abortus en euthanasie ook moge zijn, zij in het kader van mijn betoog slechts zijdelings ter sprake zuIlen komen. Of, ruimer geformuleerd: het terrein van de medische ethiek zal vanmorgen door mij niet worden betreden.
Ook wil ik niet al te veel aandacht schenken aan allerlei wijsgerige beschouwingen over de inhoud en de reikwijdte van het begrip 'zorg' en nog minder zal ik veel woorden wijden aan de diverse perspectieven waaronder men in onze, door wetenschap en technologie beheerste, samenleving over inhoud en breedte van de zorg kan spreken. Het gaat mij meer om de concrete zorgvraag en om de betekenis van de bijbelse notie van het beeld Gods in de concrete zorgverlening.

Principiële uitgangspunten
Maar, en dat is wel noodzakelijk om de kern van mijn betoog tot uitdrukking te brengen, ik wil wel vooraf de principiële uitgangspunten van mijn analyse in het kort formuleren. Deze uitgangspunten moeten mede een antwoord geven op de vraag in hoeverre levens- en wereldbeschouwingen daadwerkelijk een rol spelen bij de opbouwen inrichting van de zorgverlening aan gehandicapte mensen. Of, om het concreter en uitdagender te formuleren: wij kunnen nimmer om de vraag heen of het voor de concrete uitwerking van de zorg wel zinvol is te spreken van christelijke zorgverlening en christelijke barmhartigheid in onderscheid van zorgverlening vanuit een andere religieuze visie.
Is christelijke zorg inhoudelijk meer dan verzorging door christenen in christelijke instellingen? Is christelijke zorg niet meer dan het vertellen over de Here Jezus aan verstandelijke gehandicapte kinderen? Wat voegt zorg door christenen c.q. zorg in christelijke instellingen toe aan de inhoud van de zorgverlening? Ik stel deze vragen mede hierom omdat het binnen het zorgveld inmiddels gemeengoed geworden is dat de door de zorgvrager beleefde levens- en wereldbeschouwing een legitieme plaats moet hebben in het totale pakket van zorgverlening.
Dit houdt de erkenning in dat de zorgvragende mens recht heeft op een respect voor zijn mens-zijn met name als het gaat om het fundamentele recht op een beleving van levens- en wereldbeschouwing.
Dat betekent dat de zorgverlener de zorgvragende mens niet tot object van zorg mag verlagen maar hem accepteert als volwaardig mens met rechten en plichten. De aanvaarding van de waardigheid van de zorgvragende mens houdt in de uitwerking van de zorg in dat de zorg in dienst komt te staan van de ontplooiing van de mogelijkheden van de mens. Ik denk dat in deze Ion doordenkende men ook kan stellen dat in de zorg barmhartigheid boven geloofsverdeeldheid gaat. Maar, en dit geeft dan aan de christelijke zorgverlening toch weer een principiële duiding, dat in de zorgvragende mens, in welke mate ook gehandicapt, een persoon wordt herkend en erkend die is geschapen naar Gods beeld. De erkenning dat de mens beeld Gods is, is een legitimatie voor het eigen recht van christelijke zorgverlening.
Vandaar dat normatief gezien de kern van de zorgverlening en dus ook de christelijke zorgverlening is gelegen in het scheppen van voorwaarden voor het functioneren van de mens als beeld Gods. In dit functioneren en binnen zijn mogelijkheden kan hij ook een antwoordende mens zijn.
Juist vanwege dit uitgangspunt moet deze zorgvragende mens in de zorgverlening het primaat hebben. Niet de beschikbare middelen zijn bepalend voor de inhoud van de zorgverlening, maar de zorgvragende en antwoordende mens. Ik wil deze uitgangspunten nader uitwerken door drie aspecten onder de loep te nemen. In de eerste plaats maak ik enkele opmerkingen over de plaats die de zorg in de moderne samenleving heeft. In de tweede plaats ga ik wat nader in op het karakteristieke van de mens als beeld Gods. In de derde plaats zal ik ingaan op de eigenschappen van die zorg die ernst maken met het geloof in de mens als beeld Gods. Ik eindig met een enkele persoonlijke opmerking.

Plaats van de zorg in Nederland
Wij geven in ons land een 10% van ons nationaal inkomen uit aan de zorg, een bedrag van ongeveer 60 miljard gulden. Daarvan gaat 33% naar de ziekenhuizen en een 18% van al dat geld wordt besteed aan voorzieningen voor ouderen. Aan voorzieningen voor gehandicapten gaat ruim 5% van het totaal weg, terwijl aan voorzieningen buiten tehuizen en inrichtingen bijna 9 mrld gulden d.i. 17% van de totale uitgaven aan zorg weggaat. Ik wijs in dit verband op een typisch verschijnsel van de moderne samenleving. Aan medicijnen geven wij in ons land ruim 5 mrld gulden uit d.i. bijna evenveel als aan voorzieningen voor gehandicapten.
In vergelijk met andere landen is dit nog niet eens erg veel. Om direct een misverstand uit de weg te ruimen, merk ik op dat wij met zijn allen voor deze kosten opdraaien en wel via premie en belastingbetaling. Via de ziekenfondspremie wordt 27% van de kosten betaald; via de AWBZ betalen we 44% voor de kosten van langdurige zorg. De overheid is verantwoordelijk voor het ouderenbeleid en financiert via de belastingen 10% van de totale uitgaven aan zorg.
Dit zorgveld is het produkt van het zorgbeleid en met name van het zgn.
gezondheidsbeleid zoals dat gebaseerd is op een gezondheidsmodel.
Men kan dit beleid typeren als een complex van maatregelen ter bevordering van de gezondheid van de bevolking in de samenleving. Dit complex van maatregelen volgt uit een gezondheidsmodel waarin de gezondheid van de bevolking in relatie wordt gebracht met erfelijke factoren, met gedragspatronen en met arbeids- en maatschappelijke verhoudingen. Deze politiek heeft gestalte gegeven aan een principiële koerswijziging. Ging het in het vroegere beleid, het zgn. gezondheidszorgbeleid, om de bestrijding van de gevolgen van ziekten en handicaps, in het moderne zorg beleid heeft deze politiek een diepere dimensie gekregen.
De doelstelling van het beleid is de realisatie van een gezonde samenleving steunend op een wetenschappelijke analyse van erfelijke factoren en op een onderzoek naar de invloed van de gedragingen van mensen en van maatschappelijk verhoudingen op de gezondheidstoestand van de mensen in de samenleving. Ik ga nu niet nader in op het uiterst ingewikkelde vraagstuk van de verbinding van dit uitgangspunt en vooronderstellingen van dit model en het gedachtengoed van de postmoderne samenleving met zijn afkeer van gesloten systemen en de overheersing van een wetenschappelijke ideologie en economische produktiviteit.
Ik volsta met enkele kanttekeningen bij dit model en deze politiek.
In de eerste plaats impliceert dit beleidsmodel dat men via het nemen van maatregelen de gezondheidsstatus in de samenleving kan verhogen. In deze sfeer kan licht ook de mentaliteit ontstaan dat, gegeven de genetische kennis, het verschijnsel van een mensenkind met een tekort, ook kan worden gezien als het resultaat van een mislukte preventie.
In de tweede plaats wil de overheid, voornamelijk om de kosten in de zorg te drukken zich in steeds sterkere mate terugtrekken uit het zorgveld en daardoor veel aan de werking van de markt overlaten. Door deze overheveling van de verantwoordelijkheden van de overheid naar de partijen in het zorgveld moet de doelmatigheid van de bestedingen worden verhoogd. Met name is hiermede te denken aan goede afspraken tussen zorgvragers, zorgaanbieders en zorgverzekeraars waardoor in!
de toekomst een groot gedeelte van de zorg via een persoonsgebonden finan ciering kan worden gerealiseerd. Dit betekent dat de overheid er bij het formuleren van het beleid op rekent dat belangrijke gedeelten van de verantwoordelijkheid voor een goede zorgverlening kunnen worden overgelaten aan de werking van het marktmechanisme ..
Ook betekent dit dat de hulpverlening vooral in het perspectief van de emancipatie van de zorgvragende mens wordt geplaatst. In deze sfeer past ook de opvatting dat de zorg voor de naaste zeer wel kan worden gedelegeerd aan de professionele hulpverleners.
Wij kopen dan onze zorg voor de naaste af tegen een bij vraag en aanbod behorende prijsstelling.
Zorgperspectief en emancipatieperspectief In de laatste tijd hanteert men hierbij wel het onderscheid in zorgperspectief .
en emancipatieperspectief van de zorg.
Bij dit laatste perspectief wordt de mens gezien als een zelfstandig individu waar anderen zich zo min mogelijk mee moeten bemoeien. De vrije mens .
is geëmancipeerd en gaat vrije relaties aan om zich te bevrijden uit de ketenen van de gangbare zorg. In deze benadering is zorg dus een opoffering een last waarvoor vergoeding mag worden gevraagd.
Daarnaast is er het zorgperspectief waarin zorg een levensvervulling betekent en a.h.w. gelijk is aan het brengen van offers. In deze benadering is zorg meer dan hulpverlening en het is alles wat mensen doen om hun wereld in stand te houden zodat zij erin kunnen leven. In deze zin betekent het begrip zorg dat de actieve mens iets voor iemand doet of iets tot stand brengt. In deze relatie komt de mens tot zijn bestemming.
Daarom is het voor een juiste plaatsbepaling van de zorg van belang om de emancipatie te zien in het licht van het zorgperspectief. Een derde kanttekening heeft te maken met een mogelijke tendentie die zich in de moderne samenleving kan voordoen. Het ligt namelijk voor de hand dat in het kader van het gezondheidsbeleid de kosten verbonden met de 'cu re' een hogere prioriteit krijgen dan de kosten verbonden met de 'care'. Ik wijs er heel duidelijk op dat dit een mogelijke tendentie is. Immers het gezondheidsbeleid steunt op de sterke voorkeur van de mens voor zijn gezondheid. En naarmate de gemiddelde leeftijd van de moderne mens toeneemt, zal ook de vraag naar gezondheidsvoorzieningen toenemen.
Toch, en dit is mijn vierde kanttekening, dienen we ons te hoeden voor een al te gemakkelijke conclusie. In de moderne samenleving is het echt niet zo dat er geen plaats zou zijn voor gehandicapte mensen. Evenmin mag men concluderen dat ouders met een gehandicapt kind zullen worden gediscrimineerd.
Hoewel, het gevaar blijft wel actueel dat toch wel de mening gaat overheersen dat, gegeven de schaarste aan middelen, de gehandicapte mens in onze wereld er wel mag zijn, maar daarom nog geen fundamenteel recht heeft om op zijn mogelijkheden te worden aangesproken. Ik ben er dan ook van overtuigd dat juist binnen een beleid gebaseerd op het gezondheidsmodel wij worden aangesproken op onze verantwoordelijkheden, op onze gedragspatronen en op het totaal van intermenselijke verhoudingen.
Ik kan het ook nog zo formuleren, dat binnen een zorgverlening op basis van een gezondheidsmodel met inachtneming van alle gevaren van wetenschap en technologie er ruimte kan worden gevraagd voor de zorg aan de mens als beeld Gods.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief