Terloops

1996-02-09
  • Jaargang 40
  • nummer 3
Helmen
Een paar jaar geleden is Heimen overleden.
Hij had natuurlijk ook een achternaam, maar die noem ik nu maar niet. Heimen woonde in één van de 'zware' dorpen in de Bommeierwaard.
Dat 'zwaar' slaat op de godsdienstige instelling.
Nu moet ik er aan toevoegen, dat door de komst van nieuwe bewoners in de laatste tientallen jaren het allemaal wat minder 'zwaar' is geworden. Of het hierdoor altijd beter is geworden valt trouwens te betwijfelen. Ik heb Heimen heel lang gekend. Jaren geleden heb ik eens over zijn moeder geschreven. Ze stond op markten om o.a. groenten te verkopen. Die werden voor een deel door haar man op het land verbouwd. Ze had een gruwelijke hekel aan belasting betalen en kon spontaan in gehuil losbarsten, als er een blauwe enveloppe was bezorgd.
'Ik heb geprobeerd er wat aan te doen, maar dat is niet gelukt. Heimen was enig kind.
Hij is opgegroeid en opgevoed door zijn vader op het land en zijn moeder achter de marktkraam. Daar tussendoor is hij natuurlijk naar school gegaan en zal hij ook wel eens naar bed zijn gebracht. Hij moest al jong meewerken. Dat was het eerste verdiend, vond zijn moeder. Toen zijn ouders er niet meer waren, is de traditie voortgezet: Heimen op het land en zijn vrouw op de markt. Heimen's gezondheid liet veel te wensen over.
Hij moest een aantal zware operaties ondergaan en daarna is hij nooit meer de oude geworden, hoewel hij nog betrekkelijk jong was. Eigenlijk kon hij niet veel meer.
Op de markt kwam hij helemaal niet en op het land stond hij de laatste jaren vaak voor zich uit te staren, een beetje hangend op zijn schop of schoffel.
En dan dacht hij na. Over zijn ouders, over zijn leven, over God, over de dominee, over de preken en over de zwarte kleren op zondag.
Soms praattte hij er met me over.
Heimen ging als jongen natuurlijk naar de kerk. Eerst met z'n ouders, daarna alleen, later met zijn vrouwen toen hield het langzamerhand op. Hij werd er niet wijzer van, zei hij. 't Was allemaal zo zwaar.
Na de door hem ondergane operaties probeerde hij het weer een paar keer.
Maar hij werd er zo moe van, van die preken, en hij was al zo moe. Dat was dus dubbelop. Heimen heeft naar vastigheid gezocht. Hij was niet los van God, maar kon niet aan hem vast raken. En als de dominee eens op bezoek kwam - dat gebeurde niet zo vaak - was Heimen een dag zonder woorden. Dan smaakte zelfs het éne borreltje, dat hij dagelijks van de dokter mocht, niet meer. Heimen is nog vrij onverwacht gestorven.
Toen hij begraven werd en ik de dominee hoorde praten, dacht ik: "gelukkig dat Heimen het niet meer hoort". Er klonk geen enkel woord van Gods genade door heen. Het was zo troosteloos en zijn vrouw zat daar maar met gebogen hoofd en zo akelig in het zwart. En later zei ze tegen me, dat ze er niets aan had gehad.
Erg als er geen genade wordt verkondigd vanaf de preekstoel. Heimen ' heeft er naar verlangd, maar hij wist niet hoe hij er om vragen moest. En toch moet Gods genade ook voor Heimen genoeg zijn geweest.

P.C. van Wijk, Zaltbommel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief