Gerrit Cornelis Berkouwer
1996-02-23
Donderdag 25 januari overleed op 92-jarige leeftijd professor Berkouder. Zodra me bekend werd dat hij het tijdelijke met het eeuwige had verwisseld, kwamen gemengde gevoelens bij met boven. Zijn leeftijd was hoog en zijn lichamelijke gesteldheid werd minder, maar toch kwam dit einde nog onverwacht. Het laatste telefoongesprek dat we gevoerd hadden, was rondom Kerst en daaruit bleek dat het lichamelijk niet goed met hem ging. Zijn stem maakte dat direct kenbaar. Het gesprek was dan ook vrij kort. Alles ging pijn doen. Was de zomer al niet gemakkelijk geweest vanwege de aanhoudende hitte, nu was het de harde koning winter die zijn gezag liet voelen. Maar hij wilde niet klagen. Overigens nam hij afscheid: ,,Zodra het weer beter gaan, kom dan langs want we moeten verder praten”. Meerdere inzinkingen waren er de laatste tijd geweest en hij was ze toch weer te boven gekomen. Maar de rouwkaart maakt duidelijk dat het gesprek teneinde is.- Jaargang 40
- nummer 4
Huize 'Agnes' Wie Berkouwer de laatste jaren bezocht, trof hem aan in Huize 'Agnes', kamer 125, in Voorhout. Toen ik hem daar de eerste keer ontmoette, was ik telefonisch door hem geheel op de hoogte gebracht van zijn handicap.
In het eerste telefoongesprek vertelde hij dat zijn gezichtsvermogen minimaal was, zodat hij niet meer kon lezen. Hij kon weinig of niets meer zien. Zijn ogen lieten geen letters meer doordringen in zijn geest die nog zo sprankelend was en kennis wilde nemen van de laatste theologische publikatie.
Maar zijn blikveld was nog steeds gericht op de theologie van het verleden tot op die van vandaag. Hij had een theologische belangstelling die ik bij niemand zo heb aangetroffen; een bezield theoloog pur sang. Jan Veen hof vergeleek hem eens met een snoek die stilstaat in het water en in een flits op zijn prooi afschiet. Wat Veenhof hiermee bedoelde, werd me vanaf het eerste gesprek duidelijk.
Wilde ik ingaan op het beeldje van de heilige Agnes dat voor de ingang staat van het huis waarin hij verbleef, zodra ik dat ter sprake bracht, werd ik meteen gewaar dat zijn interesse direct ging naar de theologie. Dat was altijd kenmerkend voor een gesprek dat je met hem voerde. Hij wilde direct tot de zaak komen. Misschien is dat ook wel gekomen omdat hij in de levensavond de tijd wilde uitkopen en zijn krachten en energie zo goed mogelijk wilde verdelen.
Tot een gesprek over de jonge Agnes is het niet gekomen, maar ook repte hij niet over de christenen in de eerste eeuwen en de vervolgingen.
Flitsen uit zijn theologische levensgang Zoals dat gaat bij een eerste ontmoeting vertelde hij kort zijn levensloop.
Hij had voordat hij theologie was gaan studeren bijna een jaar lang dag in dag uit Grieks en Latijn gedaan, omdat hij de HBS had bezocht. En zei hij: "misschien was dat wel een beetje stout, maar ik heb eerst voor de theologie gekozen en pas daarna belijdenis gedaan". Reeds in zijn studententijd blijkt zijn belangstelling uit te gaan ook buiten de directe gereformeerde wereld. Hij was er blij mee dat professor F.F.J. Buytendijk bekende buitenlandse hoogleraren uitnodigde, zo leerde hij Max Scheler kennen, de man van Vom ewigen im Menschen.
Door Hepp - zijn leermeester en latere collega - werd Berkouwer niet echt geboeid. Met Geelkerken ging hij niet mee. Zijn eerste gemeente werd Oudehorne in Friesland. De studiezin zette zich gericht voort.
Promotie en schuldvraag Hepp wilde hem laten promoveren op Karl Heim. Een theoloog die tussen de beide wereldoorlogen een man van gezag was. Heim ging in op de relatie geloven en denken. Niet alleen hield hij zich bezig met theologie en filosofie, maar ook natuurkunde en de relativiteitstheorie van Einstein hadden zijn belangstelling. Bovendien mocht zijn kennis van Goethe er ook zijn.
"Die man sprak over alles", aldus Berkouwer, "hij was razend knap." Uiteindelijk ging de dissertatie in op die periode en kwam uit onder de titel Geloof en openbaring in de nieuwere Duitsche theologie (1932). De eerste stelling bij genoemd proefschrift luidt: "Alle probleemstellingen der nieuwe Duitsche theologie hangen ten nauwste samen met het loslaten van het volstrekte gezag der Heilige Schrift".
In het jaar dat Barth over het Apostolicum zijn voordrachten hield in Utrecht, gaf Berkouwer van week tot week acte de présence. In 1936 verscheen zijn boek Kar! Barth. De toon was kritisch, maar de figuur van Barth zou hem niet meer loslaten. In 1940 inaugureerde hij over 'Barthianisme en katholicisme'.
Denkend aan de ellips zouden dit brandpunten blijven van zijn theologie.
De wereld was na de Tweede wereldoorlog kleiner geworden, de problemen en vragen groter. Openheid, eerlijkheid en eigen overtuiging waren de componenten van zijn theologische denken waarmee Berkouwer het gesprek met de ander zocht en aandurfde. Het leven vormt zo de mens, dat hij gaat inzien dat een beslissing de ander voor zijn leven kan schaden. De beslissing van de synode in 1944 - waarvan hij voorzitter was - heeft Berkouwer diep aangegrepen.
Hij liep na die worsteling in die duistere tijd figuurlijk gesproken mank; en hij ging het beseffen dat hiervan niet gold: 'en gij hebt overmocht'.
Als een verslagen mens heb ik hem eens op een avond aangetroffen, jammerend, en aanhoudend klagend over het gebeurde in dat oorlogsjaar.
Ik wilde hem troosten, maar hij wees het af. "Peter, jij hebt er geen weet van wat dit betekent voor mij, ik ben er bij geweest." Ontroerend heeft hij geschreven over 'Schuldig Zijn' in zijn boek Op de tweesprong, blz. 116-121.
Eerst na zijn overlijden krijgt een hoofdstuk als dit reliëf. Als hij er zelf niet op zo'n fijnzinnige wijze over had geschreven, zou ik het hebben laten rusten. Maar kerkscheuringen zijn zo diep insnijdend en rijten zoveel vaneen.
Hoe paradoxaal het mag klinken: In dezen was een groot man klein. En in zijn kleinheid groot. Eens vergeleek hij de gang van zaken op de synode in die jaren met een hooiwagen waarvan voor een van de wielen een steen is gelegd, wie de steen heeft weggehaald is niet bekend, maar de wagen kwam in beweging en was niet meer tegen te houden. 'De hooiwagen' een beroemd schilderij van Jeroen Bosch.
Hoevelen hebben zich niet verdiept in dit schilderij, en daarover is men het eens; het gaat over een gebeurtenis met gevolgen die niet te overzien zijn.
De leertucht was voor hem een probleem geworden. Wie iets van zijn existentiële betrokkenheid op dat gebeuren aanvoelt, voor die zal het ook zeker een probleem zijn. Schilder en Berkouwer hadden een goede relatie.
Schilder zocht Berkouwer op en logeerde bij hem en vroeg eens Berkouwer medewerker te worden van de Reformatie. Berkouwer was toen net redacteur geworden van het Calvinistisch weekblad. Van zijn brede en diepe belangstelling voor het werk van Schilder getuigt zijn laatste werk Zoeken en vinden.
Een schaker aan zijn bord
Het is algemeen bekend dat Berkouwer graag schaakte. Maar dit spel geeft ook iets weer van de wijze waarop hij bezig was met de theologie.
Hij was deemoedig en wist dat theologie bedrijven een menselijke zaak is, daarom schrijven we ook 'zijn' bord met een kleine letter. Met God schaken is voor de Almachtige geen partij. Om bij de beeldspraak te blijven.
Berkouwer speelde niet één partij schaak, maar een enorm groot aantal.
Hij schreef geen dogmatiek, maar dogmatische studiën, monografiën.
Elke dogmatische studie voert je in een bepaald onderwerp uit de dogmatiek.
De stukken staan dan ook op het bord in een bepaalde stelling als je binnenkomt. Het eerste hoofdstuk van een monografie zoekt steeds de actualiteit en de breedte van het onderwerp.
De tegenstander wordt zo zuiver mogelijk in stelling gebracht en voordat de stukken niet hun juiste plaats hebben gevonden, begint de meester niet. Velen vinden dan ook dat het soms te lang duurt voordat er gespeeld kan worden. Zij denken dat het sneller zou kunnen. Maar dan zegt Berkouwer: "Ik hou van fair play." Zijn diepe analyse en breed blikveld is opvallend. Theologen die je vaak aantreft in deze studies zijn - overeenkomstig de veelvuldigheid van het gesprek: Calvijn, Bavinck, Barth, Kuyper, Augustinus, Schilder en opvallend is ook daarbij de positie van de exegeten als Grosheide en Greijdanus.
Daarom zijn de passages soms zo lang. Daarmee is deze schaker ook nog zo gestemd dat hoe graag hij ook wint, het hem ten diepste gaat om de schoonheid en waarheid van het spel.
Dat elke schaker zijn rariteiten, bijzonderheden, voorliefdes kent, valt niet te ontkennen.
Berkouwer is zo existentieel geboeid door wat er op het spel staat, dat de gesteldheid van zijn hart daarin opviel.
Het is te merken, dat de theologie zijn hart heeft - van harte is hij er met heel zijn wezen bij betrokken - correlatie (etymologisch is het van com - relatio).
Nu komt het bij schakers voor dat ze een situatie uit een schitterende partij nooit meer vergeten. Dat is Berkouwer ook overkomen. Bepaalde zetten van de man tegenover hem hebben hem zo gepakt, dat hij er niet meer los van kon komen. Een voorbeeld hiervan is de verkiezingsleer van Barth. Deze had voor hem fascinerende momenten. Hij las dit werk in oorlogstijd. Dat de heiiige Schrift ook aandacht vroeg voor de menselijkheid der Schrift, was een aspect dat niet kon worden ontkend. Berkouwer ging voorzichtig en behoedzaam te werk.
Staring zegt het al in zijn 'Meester en leerling': "De meester, in zijn wijsheid, gist, de leerling, in zijn waan, beslist."
De meester kan met bepaalde onzekerheden leven. Niets hield hem in de levensavond zo bezig als het 'eindspel'.
Hoe loopt het uiteindelijk af?
Correlatie - met Schriftgedeelten of met de hele Schrift? Is een stuk waar ik niets mee beginnen kan, ook niet een stuk dat toch boven tafel moet komen en op het bord moet verschijnen als het in stelling dient gebracht te worden? Wie durfde aan te schuiven en een zet te doen? Had hij alles wat er moest staan op het bord gezet? Wij waren in gesprek. Hoe pijnlijk heb ik het ervaren dat hij niet meer lezen kon. Was de ook door hem hoog gewaarde Hans Urs van Balthasar (1904-1989) in zijn laatste boek niet bezig geweest met de oude vraag Was dürfen wir hoffen? Het slothoofdstuk van Von Balthasar luidt 'Gerechtigkeit und Erbarmen'.
Het waarschuwt voor eenzijdigheid.
Wie alleen oog heeft voor de gerechtigheid die vervalt in depressiviteit, wie alleen oog heeft voor het erbarmen vervalt in vermetelheid.
Berkouwer kende de zware spanning van beide begrippen. Hij was niet alleen met zichzelf bezig, maar hij was ook begaan met de wereld waarin zoveel geleden wordt. 'Waar de mensheid was en haar weedom' was zijn weg.
Worstelling met de alverzoening
Veel hebben we erover gesproken dat verkiezing en verwerping zich niet laten parallelliseren; dat God een welbehagen heeft in goed doen; dat de Schrift geen aanleiding zou geven om van een eeuwige verdoemenis te spreken, zoals dit wel het geval is met de uitverkiezing; dat in dezen niet de theologie moet beslissen maar de exegese.
Eens sprak hij: "Je weet ik houd van schaken en ik leef altijd mee met Jan Tinman, maar ik haal het niet in mijn hoofd om te bidden of hij zou mogen winnen. Daarvoor is God er niet. God heeft wel wat anders, wat beters te doen, Hij houdt Zich bezig met de vergeving der zonden." Toen vervolgde hij: "Steeds moet ik denken af:1ndie tekst aan het slot van Micha en ik kom er niet meer los van: "Wie is een God als Gij, die de ongerechtigheid vergeeft en de overtreding van het overblijfsel van zijn erfdeel voorbijgaat, die zijn toorn niet voor eeuwig behoudt, maar een welbehagen heeft in goedertierenheid"." In een telefoongesprek citeerde hij eens van GezeIIe: "Heer, mijn hart is boos en schuldig, maar Gij zijt barmhartig en duizend malen meer verduldig dan dat ik boosaardig ben." De kracht van de schuldvergeving dankzij Gods genade had hem diep getroffen. Naar aanleiding van Barths theologie vond hij de treffende titel De triomf der genade in de theologie van Karl Barth (1954).
Berkouwer was een bezield theoloog tot het laatst toe. 's Morgens werd je soms door hem gebeld en legde hij je een theologische vraagstuk voor. Als hij de questie uiteen had gezet, nam hij afscheid met: "vanavond vraag ik hoe je erover denkf'. 's Avonds belde hij terug: "En, ben je eruit gekomen?".
Je had nog maar twee zinnen gezegd of zijn enthousiasme was niet meer te tomen en hij gaf in een prachtig exposé zijn visie. Als hij vroeg: "Waar denk je aan?" wilde hij het schriftberoep horen. Soms was een publikatie nog niet eens verschenen, of hij belde alom te weten of je het boek gelezen had. Zo'n man was een enorme stimulator.
Zijn kennis was alom bekend. Dit leidde ertoe dat hij zelfs voor het tweede Vaticaans Concilie werd uitge-
·nodigd. Hij heeft er genoten, maar wat ·zal hij van de eeuwige stad hebben ·gezien? Of hij De Villa Borghese heeft bezocht, ik weet het niet. Hij had aan de theologie genoeg. In het laatste telefoongesprek kwam het overlijden van Berkhof ter sprake. Dit had hem erg aangegrepen. "Aan een vriendschap van meer dan vijftig jaar was een eind gekomen", sprak hij. Hij zei dat de nachten moeilijk waren, want als het wakker liggen zich voortzette gingen zijn gedachten zich vermenigvuldigen.
"Schilder moet daar ook van geweten hebben. In zijn Licht in de Rook schrijft hij daarover in een overdenking.
Zoek het maar op", zei hij. In de tweede druk vond ik een overdenking met de titel 'Des nachts onderzocht' en las: "Des nachts .... Wat kan de nacht een marteling zijn. De nacht, in eenzaamheid doorwaakt, is voor den drukken, veelbezigen mensch wat de zwijgende woestijn is voor den in zondebesef wegsmeltenden kluizenaar, wat de vereenzamende kerkercel is voor den in zelfinkeer zich verterende misdadiger."
Agnus Dei Op de dag van de begrafenis werd mijn aandacht opnieuw gericht op het beeldje van het meisje met het lam, Agnes. Hoe weet ik nu dat zij Agnes voorstelt? Wel aan het lam. Wij weten van haar heel weinig met zekerheid te zeggen. Omdat zij de naam Agnes draagt werd zij in verband gebracht met haar geloof in Christus, het Lam Gods, Agnus Dei. Nu, over een heilige over wie zo weinig bekend is, hoefde je met Berkouwer niet lang te spreken.
Maar over Hem die gestorven is voor onze zonden en opgewekt is tot onze rechtvaardiging raakte hij niet uitgesproken en uitgedacht. Hij zou zeggen: "Peter, kun jij die woorden aan?: Agnus Dei qui tollit peccatum mundi.
Denk er maar voortdurend aan, het is de hoogste vreugde dat het Lam Gods de zonde der wereld wegneemt. Houdt dat gesprek gaande."