Hulp op maat aan Hongaarse gereformeerden (1)

1996-08-09
  • Jaargang 40
  • nummer 16
In een sympathiek artikel wekte Pieter van Kampen enkele jaren geleden de Opbouwlezers op contacten te leggen met de ‘bevrijde’ christenen van Oost-Europa en daarvan in dit blad verslag te doen. Verscheidene lezers gaven daaraan gehoor. In een tweetal artikelen wil ik aandacht vragen voor een stichting die al sinds het midden van de jaren zestig contacten onderhoudt met de Hongaarse broederschap in verschillende Oost-Europese landen1.

Begonnen als een particulier initiatief, ging de St. Steun Buitenlandse Christenen (S.B.C.) een coördinerende functie vervullen ten opzichte van plaatselijke comité's. Eén keer per jaar roept SBC in Ermelo een 'Hongarijedag' samen, waar de Oost-Europagangers elkaar nuttige adviezen geven. Sinds enige tijd bestaat er ook een coördinatie- en informatiewerkgroep met de naam 'Steunpunt Oost-Europa', Apeldoorn (tel. 055-2116224). Die werkgroep geeft antwoord op vragen als: wie wordt al geholpen, wat is het meest nodig, op welke manier kunnen we het best hulp bieden?

Renze Huizinga (S.B.C.)
Midden jaren zestig begon de Rijswijkse zakenman Renze Huizinga met het zenden van geld en boeken naar contactadresen in Hongarije. In het begin moest hij uiterst voorzichtig te werk gaan, weant de ontvangers konden aan politieverhoren worden blootgesteld - allengs vrijer, toen de druk op de Hongaarse gereformeerden afnam.
Er ontstond een groep van belangstellende gevers, die regelmatig een rondschrijven van br. Huizinga ontving.
Op 18 september 1966 schrijft hij: "Levend in de tijd waarin al meer blijkt dat aan de Satan grote macht toegestaan is, daar is het reiken van een beker koud water aan degenen die aan verdrukking bloot staan wel bijzonder nodig, èn ... opdracht van onze Heer, die straks ook over deze dingen ('wat hebt gij aan de minste dezer kinderen gedaan?') oordelen zal, Gods volk oordelen zal." AI in de eerste twintig rondschrijvens wordt duidelijk waarop het werk zich gaat toespitsen: de zending van goede christelijke lectuur en de ondersteuning van predikantsgezinnen.
Als het werk zich uitbreidt, besluit br. Huizinga, mede i.v.m. zijn leeftijd, het in een stichting onder te brengen. Op 9 juni 1967 passeert (gratis) de akte. De stichting ontvangt de bewust vaag gehouden naam Stichting tot steun aan buitenlandse christenen. Ze richt zich op steun aan Hongaars-sprekende gereformeerden in Oost-Europa en tracht "dit doel te verwezenlijken door het bevorderen van contact, door correspondentie en door toezending van christelijke lectuur, levensmiddelen, kleding en geld, alsmede door alle andere geoorloofde middelen. De geldmiddelen der stichting bestaan uit: kasgelden, collecten, giften, erfstellingen, legaten, subsidies, contributies en alle andere inkomsten." Het is niet de bedoeling, schrijft br. Huizinga, "om gemeenschappelijk als leden der stichting het werk te gaan doen, wél om er voor te zorgen dat het werk door anderen binnen de stichting kan worden overgenomen en voortgezet. Ieder blijft zijn persoonlijke contacten onder zijn eigen naam onderhouden. Dus: geen officieel briefpapier en dergelijke dingen meer."

Stichting zonder strijkstok
Persoonlijke contacten.· dat wordt het wachtwoord van de Stichting S.B.C. Geen logge organisatie met bureaucratische kosten. Ieder blijft zijn eigen contacten met de Hongaarse broeders onderhouden, maar door de Stichting nemen de mogelijkheden voor hulpverlening toe. S.B.C. heeft geen betaalde krachten in dienst, geen eigen auto's, tot voor kort zelfs geen eigen briefpapier. De medewerkers bekostigen hun reizen naar Hongarije zelf, inclusief de benzinekosten. Er wordt geen geld uitgegeven aan advertenties om het werk van de stichting bekend te maken. Toch kwam er landelijke aandacht en steun voor het werk. AI vele jaren staat S.B.C. in het informatieboekje van de Ned. Gereformeerde Kerken. In 1970 ontving S.B.C. uit die kerken ± f 37.000. In de jaren tachtig lag dat bedrag tussen f 100.000 en f 137.000 per jaar. "En dat bleef het," schrijft S.B.C. in 1992, "en daar deden we het mee. Dat geld kwam geheel ten goede aan het doel (financiële ondersteuning en uitgave en verzending van boeken; de enige 'organisatorische' onkosten bestaan uit porti en drukkosten van de circulaires, JHK). Geen vaste lasten, geen autokosten, geen vliegreizen, geen kantoor, geen publicaties of advertenties. En geen reserves. Soms hebben we wat meer armslag, soms wat minder. Maar al die jaren overschreed daardoor uw liefde de grenzen .."
Een woordvoerder van S.B.C. vertrouwde me onlangs toe: "S.B.C. heeft geen financiële reserves, maar 'leeft' van kwartaal tot kwartaal uit de hand des Heren. Projecten die werden aangevat, waren vaak financiële waagstukken."
Maar de Here voorzag - en liet de gelovige 'waaghalzen' winnen. Op 19 mei 1969 overleed, volkomen onverwacht, br. Renze Huizinga. Jongeren zetten het werk voort. Onder hen noem ik graag br. Chris Janse, wiens ingebouwde schuur vaak lijkt op een Hongaars boekenmagazijn. AI treft men er behalve boeken ook vuilniszakken vol kleding en schoeisel aan.

Ondersteuningen broodnodig
Hongaarse predikanten kunnen niet rondkomen van het bescheiden tractement je dat ze van hun vaak zeer kleine gemeentes ontvangen. Soms ging de predikantsvrouw werken, ten koste van de kerkgang (want kerkgang en baan was in communistisch Hongarije een moeizame combinatie); soms deed de predikant zelf er ander werk bij, zoals het hoeden van kippen en varkens.
Geld voor theologische literatuur was er niet. Er was geen emeritaatsvoorziening en de predikantsweduwe ontving geen pensioen van de staat wanneer ze 'niet had gewerkt' (sic!). In 1970 waren er al zestien Hongaarse predikanten die regelmatig steun van S.B.C. ontvingen. Een van hen schreef na ontvangst van een cheque: "Uw hulp is voor ons van grote waarde, niet alleen in stoffelijk, maar ook in geestelijk opzicht. Wij zijn soms in sombere stemming, zwaarmoedig en neerslachtig. In deze gemoedsgesteldheid doet het ons goed aan u te denken, die ons liefhebt.
Ook op zo'n manier krijgen we weer meer kracht in de ziel en blijdschap en dankbaarheid." Meer dan eens kregen medewerkers van S.B.C. te horen dat zonder de hulp uit Holland, naar de mens gesproken, vele Hongaarse dorpen allang van regelmatige Schriftuurlijke prediking verstoken zouden zijn. Door de ontvangers werd meer dan eens benadrukt hoe belangrijk dat regelmatige van de giften van S.B.C. is. Naast regelmatige ondersteuning heeft S.B.C. ook veel incidentele hulp verstrekt, b.v. wanneer een predikant een auto nodig had om zijn ver van elkaar gelegen gemeenten (vier gemeentetjes per predikant is niet ongewoon) te kunnen bearbeiden. Zo'n predikant kreeg dan een 'werkpaard voor het evangelie', een Trabant. In enkele gevallen maakte S.B.C. het mogelijk dat een predikantszoon theologie ging studeren.
Andere studies werden door de staat bekostigd, de theologiestudie niet - zo dreigden de gereformeerde gemeenten van Hongarije in de toekomst 'herderloos' te worden. Anno 1995 zijn enkele tientallen gezinnen en predikant(sweduw)en financieel van S.B.C. afhankelijk. Uit een circulaire van maart 1994: "Een heel gezin met jongens, die nu naar de middelbare school gaan, dankt God dat de moeder niet meer hoeft te gaan werken in haar vroegere beroep, waarvoor alleen vele kilometers ver weg een mogelijkheid zou zijn. Een ander gezin kan, dankzij uw bijdragen, in de grote stad blijven wonen en hoeft niet naar de wijk van de meer armlastigen." Een jonge bakker, die drie jaar geleden tot geloof kwam, kan dankzij S.S.C. een opleiding volgen aan een bijbelinstituut (zijn ouders willen hem financieel niet bijstaan).
En wat te denken van een brief, gedateerd 31 januari 1995, van een vrouw die haar bovenarm en schouder bijna niet meer kan bewegen, maar voor haar verwarming houtjes moet sprokkelen? Dankzij de ondersteuning van S.B.C. hoopt ze dit jaar een gasaansluiting te kunnen krijgen. Ze wist gelukkig niet dat op dat moment de kas van S.B.C. bijna leeg was ...

Inflatie, maar niet van Psalmwijzen
Rondom de Wende trad er een zekere verbetering op in de situatie van de predikanten. Voor het geven van godsdienstonderwijs op de scholen werd opeens iets uitbetaald, zodat sommige dominees hun vieze varkens konden verruilen voor jonge schapen. Maar door de torenhoge inflatie is de situatie intussen nijpender dan ooit. AI in 1986 schreef een oudere predikant dat zijn pensioen juist voldoende was om huur, gas en licht te betalen. Door de inflatie neemt anno 1995 ook de behoeften aan gedragen kleding en schoeisel uit Holland weer sterk toe. Het is weer net als in 1982, toen een S.B.C.-medewerker in zijn reisverslag schreef: "Als we ergens kwamen (ook onaangekondigd) constateerden we altijd weer dat er kIeren werden gedragen die enkele jaren geleden gebracht waren. De opmerking 'AI onze kleren zijn uit Holland' is toch ook niet verwonderlijk als je aan dat salaris en die hoge prijzen denkt. Toch bleek ook nu weer dat voor hen de materiële dingen als geld en kleren niet het belangrijkste zijn. De wetenschap: we worden niet vergeten, er wordt aan ons gedacht, doordat er post komt en bezoek, blijkt in zo'n situatie van isolement veel belangrijker. Vandaar ook dat samen bijbellezen, zingen en bidden.
Goed dat we ginds en hier dezelfde Geneefse wijzen hebben!" (Amen! JHK) Toch is de financiële hulp 'für uns lebenswichtig', zoals in 1990 een jonge predikant, bij wie het vierde kind op komst was, schreef. S.B.C. voegt eraan toe: "Stijgende prijzen en inflatie maken dat 'Iebenswichtig' voor gehandicapten, bejaarden en jonge gezinnen begrijpelijk. "

Roemenië
Sinds de tweede helft van de jaren tachtig helpt S.B.C. ook Hongaarssprekende gereformeerden in Roemenië (Erdély). Men doet dit voornamelijk via vertrouwde gezinnen in Hongarije: "Zij hebben een betere toegang in Roemenië dan wij en zij proberen al zoveel mogelijk te doen, maar kunnen zonder ons ook maar weinig." Eind 1988 worden de Hongaren opeens met grote groepen vluchtelingen uit Roemenië geconfronteerd, want het leven is daar intussen ondragelijk geworden. Ceaucescu is bezig het ene Hongaarse dorp na het andere met de bulldozer plat te walsen. Januari 1989: "In diverse Hongaarse dorpen langs de Roemeense grens komen nu al maanden achtereen dagelijks vluchtelingen aan. En vanuit die dorpen reizen Hongaren, indien maar enigszins mogelijk, naar Roemenië om te helpen. Vluchtelingen worden aan werk geholpen, al is 't maar voor tijdelijk, en met Gods Woord en daad bijgestaan." Ook hier springt S.B.C. bij, via 'persoonlijke contacten' in Hongarije. In 1992 vertrouwt een Hongaarse predikant een medewerker van S.B.C. toe: "Die hulp van S.B.C. en die hulp van gemeente tot gemeente is het meest effectief. Wat in grote organisaties terechtkomt: we zien er weinig van.
Ook het zonder goede voorbereiding 'dumpen' van grote voorraden kleding en voedsel de laatste jaren brengt menige dorpspredikant in Roemenië in tijdsgebrek en nood. De kleine hulp, de zorg voor iets extra's, voor passende kleding en schoeisel, voor medicijnen, voor een auto misschien of kerkmeubilair, voor kinderbijbels zo tegen de Kerstdagen: die hulp komt ter plekke, die is effectief!"

Boeken als brood
S.B.C. heeft twee handen. Met de ene hand biedt zij financiële en praktische ondersteuning; het grootste deel van haar budget gaat door die hand. Met de andere verstrekt zij Hongaarse literatuur-bij-de-bijbel, die door de ontvangers als brood wordt ervaren. Volgende keer hoop ik (onder de kop: Brood voor hongerige Hongaren) over die ándere hand te schrijven en de rol te belichten die S.B.C. speelt in de strijd om de Hongaarse jeugd. Dat zal dan het laatste artikel zijn over dit onderwerp.

1. In 'Vijf jaar na de val van de Muur' (16 dec. 1994; 38ejaarg. nr. 25) kon· digde ik deze artikelen al aan. Excuus voor het uitstel.
2. Giften voor S.B.C. kunnen worden overgemaakt op postgiro 146821 7 t.n. v. St. Steun Buitenlandse Christenen, Com. van Zantenstraat 214, 2551 PR .s-Gravenhage.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief