Zandbak in de kerk
1996-08-09
Vakantie. Andere mensen, andere omgeving, andere kerk. Ook dat laatste is best aardig voor een keer.- Jaargang 40
- nummer 16
We kampeerden in Limburg, waar je niet bepaald struikelt over protestantse kerken. Van mijn jongste zusje, die in dat gedeelte van het land woont, hoorden we dat op een paar kilometer van onze camping een oud kerkje staat, waar zondagsmorgens een dienst word gehouden. "Dan komen wij daar ook naar toe. Gezellig!" voegde ze er aan toe. Het kerkje was die zondagmorgen propvol. "Meer dan de helft vakantiegangers", schatte mijn zusje geroutineerd.
Tot onze verrassing zat de campingbaas, die we die nacht nog laat hadden zien patrouilleren tussen de tenten, achter het orgel. Hij had maar weinig nachtrust gehad en zette (misschien daardoor) ruim een terts te hoog in. Ons morgenlied kwam er wat geknepen uit. De predikant las de tekst. De geschiedenis van Jezus en de Samaritaanse vrouw. De dominee sprak eerst met de kinderen. Dat vind ik normaal al heel plezierig en de manier waarop hij dat deed maakte het extra leuk. ,,Wie is er niet bang", begon hij. "Ik niet", zei Tjerk, de jongste van mijn zusje, stoer.
"Kom dan maar naar voren en ga daar maar zitten."
De dominee kwam achter de katheder vandaan en nam plaats naast mijn neefje op een stenen rand van het verlaagd middenstuk in de kerk. Hij begon: "Stel je eens voor, dat je op de rand van de zandbak zit. Het zand is vies ... Er speelt niet één kind in de zandbak en er wil ook niemand met je spelen. Eigenlijk is dat wel een beetje je eigen schuld, want je bent heel vervelend geweest. Alle kinderen staan aan de andere kant van het schoolplein.
Hoe kijk je dan?" Tjerk liet onmiddellijk zijn schouders hangen en richtte zijn ogen op zijn knieën. "Juist. Dan ben je bedroefd", zei de predikant goedkeurend. "Nu komt er iemand en die zegt tegen je: ik doe nieuw zand in de zandbak.
Prachtig zand. Wees maar niet meer bedroefd. Ga het ook maar aan de anderen vertellen."
Mijn neefje begon te stralen en stond op. "Vooruit, ga de andere kinderen maar uit de kerk halen", zei de predikant geamuseerd. "Zeg maar: kom erbij, kom spelen in de zandbak." Tjerk liep de kerk in. "Kom erbij, kom spelen in de zandbak", nodigde hij suggestief uit. Alle aanwezige kinderen kwamen naar voren en schoven aan. Het werd helemaal gezellig. De pastor legde het verband uit tussen de waterput en de zandbak en daarna keerden de kinderen naar hun plaatsen terug. Sommigen ernstig. Sommigen verlegen lachend. Achteraan dribbelde een klein meisje. "En, hoe was het", zei haar vader vertederd. "Niet leuk ... Niet leuk! Ik heb helemaal niet gespeeld ... Er was geen zandbak. Er was helemaal niets!" jammerde ze verongelijkt. Ze had alles letterlijk genomen.
De rest van de kerkmensen niet en dat was maar goed ook, want de predikant kondigde de collecte als volgt aan: "Nu krijgt iedereen gelegenheid om de gaven in te zamelen!" "En gelukkig maar één die het deed", glimlachte onze dochter na afloop. Ik vraag me na zo'n uitspraak altijd af wat er bij ons voor vreemde dingen in de zondagse gang van zaken zijn geslopen. Misschien moeten we het eens vragen aan een vakantieganger?