Simson (1)
1996-03-08
Waarom staat de meer dan opmerkelijke figuur van Simson in de bijbel? Want ook tussen al de richters over wie we iets horen en die soms bepaald niet Jan-de-middelmaat waren val Simson op.- Jaargang 40
- nummer 5
De geschiedenis staat er niet, althans de verteller zwijgt erover, om ons over Simsons daden te laten oordelen. Wij kunnen er schande van spreken dat hij een vrouw zoekt buiten Israël, de Bijbel spreekt hier geen oordeel uit.
Dat betekent trouwens niet dat wij het moeten goedkeuren, want ook dat doet het verhaal niet. Hooguit kun je bij dit voorbeeld vermoeden dat niet zomaar hier in het Hebreeuws het woord 'afdalen' gekozen is. Simson daalde af naar Timna. Afdalen, afgaan, dit is een afgang. Een vermoeden, meer niet. Maar zeker bij de andere gebeurtenissen, waarbij wij onze wenkbrauwen fronsen, zoals het bezoek aan een hoer in Gaza, zwijgt de Schrift.
En het wordt zelfs nog moeilijker.
Want we lezen een aantal keren dat de Geest van de HEER vaardig over Simson wordt. Die gaat hem aandrijven, aanvuren. Moeten we dat min of meer goedkeuren, omdat de Geest het Simson laat doen? Ook dat niet, geloof ik. Want ook daarover zwijgt het verhaal en legt ons ook nu niet een oordeel in de mond. En wat hierbij helemaal opvalt is dit. Wanneer Simson door zijn bruid verraden is, doodt hij dertig mannen in Askelon om hun kleding te geven aan de mensen met wie hij een weddenschap had afgesloten. De Schrift zegt dat daarbij de Geest van de HEER vaardig over hem werd. Maar wat zegt Simson later zelf, wanneer blijkt dat zijn vrouw aan een ander is gegeven? Ditmaal ben ik jegens de Filistijnen zonder schuld als ik hun kwaad doe! Ditmaal zonder schuld. Daar zit toch wel in: de vorige keer was het niet allemaal zo onschuldig.
Israël gaat naar de Filistijnenl
Maar hoe begint het eigenlijk? Richteren 13 vertelt: "De Israëlieten gingen voort te doen wat kwaad was in de ogen van de HEER. De HEER gaf hen in de hand van de Filistijnen, veertig jaar." In de hand van de Filistijnen dat betekent: in de ban van de Filistijnen, onder hun invloed. Geestelijk gesproken gaat Israël naar de Filistijnen, gaat het kapot. Daarover gaat het bij Simson. Dat geeft het eerste hoofdstuk over hem ook aan. Heel nadrukkelijk wordt ons verteld dat de moeder van Simson onvruchtbaar was.
Onvruchtbaar, dat staat voor vruchteloos, onmacht, doodlopend. Het is de geëigende manier van de Schrift om ons te zeggen: wat mensen betreft, kan het niet, zit de toekomst van God met zijn volk, met zijn heil, op dood spoor. Afgelopen en uit.
Ik denk dat die twee dingen aan het , begin met elkaar te maken hebben, de I Filistijnen en de onvruchtbaarheid. Het lijkt wel alsof voor God het doorbreken van de onvruchtbaarheid de enige mogelijkheid is om zijn volk uit de ban' van de Filistijnen te halen. Zo gebeurt i het inderdaad. En deze mens, zo bijzonder wat z'n ontstaan betreft, zal een zeer uniek iemand moeten zijn.
Iemand die op geen enkele manier in onze vakjes, in menselijke kaders, valt' in te passen. En inderdaad, Simson is, niet plaatsbaar, is buiten-gewoon.
Het lijkt erop dat hij dat werkelijk geweest is, de mensen weten geen raad met hem. Het gaat zelfs zover, dat zijn eigen volksgenoten hem uitleveren aan de Filistijnen. En ze zeggen tot hem: Wat heb je ons gedaan?
Weet je niet dat de Filistijnen over ons heersen? Ze leggen helemaal de bal bij Simson, de verstoorder van hun rust. Iemand heeft geschreven: de Filistijn kent de onderscheiding niet, de verfijning, het bijzondere. Voor hem is alles gewoon, vanzelfsprekend. De ; geestelijke dood doet daar z'n intrede, waar wij ons niet meer verwonderen, maar alles gewoon vinden: de werkelijkheid, de schepping raakt ontzield ' waar wij er ons vanzelfsprekend aan te buiten gaan. Zoals iemand anders jaren geleden schreef: de Filistijn in het land is zo ongeveer wat de ver-
Trossing is in Nederland.
Profetische geschiedschrijving?
Buiten-gewoon, zo noemde ik Simson.
Voor zijn tijdgenoten, maar zeker ook in de manier waarop hij beschreven wordt. Want een boel dingen zijn echt moeilijk voor te stellen. Ik zeg niet dat het niet kan, zeker niet; de vraag is meer: zijn de woorden zoals wij die ontvangen, bedoeld om ons volledige informatie te geven over heel konkrete historische gebeurtenissen of speelt er iets anders? Ik ben er niet uit, zeg ik eerlijk. Een mogelijke richting voor ons denken zou kunnen zijn dat in de Joodse indeling het boek Richteren niet onder de historische boeken valt, maar onder de profeten. Je zou het kunnen typeren als: profetische geschiedschrijving, of misschien wel als: de verhalen zijn een vorm waarin nagedacht wordt over het verleden.
Verhalen die teruggrijpen op historische gebeurtenissen, maar die die gebeurtenissen mogelijk wat aanvullen, wat andere accenten geven, wat aanpassen. Niet om de boel te bedriegen, maar om de boodschap goed te laten overkomen. Zou het kunnen zijn dat degene die uiteindelijk de tekst van het boek Richteren heeft vastgesteld, dat hij te werk is gegaan zoals hij deed, om de religieuze laag ons zo goed mogelijk voor te houden? Wat die laag is, daarover de volgende keer.