Bijbeltaal en reclame
1996-03-08
Goed omgaan met en doorgeven van hetgeen God ons in zijn Woord zegt is geen eenvoudige zaak. Ook niet voor christenen. Misbruik van bijbeltaal en bijbelse uitdrukkingen is nog iets geheel anders. De vraag is alleen: Hoe gaan we dáár nu mee om? En: hoe reagéren we daar op?- Jaargang 40
- nummer 5
Niet alleen in Nederland
Reclame is de kurk, waar je zaak op drijft. Die heb je nodig; je kunt er niet buiten. Maar je bent natuurlijk niet de enige, die dat doet en dus moet je zien dat je eigen reclame er uit springt, de aandacht trekt. In dat opzicht zijn de reclamernakers van 'HIJ, Mannenrnode b.v.' met hun laatste kerstreclamecampagne wel 'geslaagd'. Die trok wel aandacht. Wat van tevoren misschien niet helemaal was voorzien, was, dat leuzen als 'Hij is er ook voor u', 'Hij roept u tot zich' en 'Twijfel niet, Hij is er', gevolgd door een bepaalde aanbieding, in combinatie met het beeld van een jongeman in vrome houding met een glas-in-Ioodraam als achtergrond bij velen walging en protest zouden oproepen. En dat HIJ Mannenrnode zelfs van de reclame-code-commissie, waar toch wel zo het een en ander door de beugel kan, een onvoldoende kreeg. Zo zelfs dat ze besloten die campagne te stoppen. HIJ Mannenrnode heeft zich, zo kon men in het officiële persbericht lezen, bij de uitspraak 'neergelegd'.
Misbruik van bijbeltaal en bijbelse uitdrukkingen komt overigens niet alleen in Nederland voor. Het Belgische Ikea kon er ook wat van. Een vorig jaar daar verschenen reclamekrant, vooral gericht op de verkoop van diverse soorten lampen, begon op de voorpagina met het opschrift 'Zoekt gij het Licht?' (Licht met een hoofdletter). En op de binnenpagina werd gesproken over een 'Lichtbijbel' en werd verkondigd: "Bij Ikea vind je het Licht". Op de achterpagina kon je zelfs lezen "Laat de kinderen tot Ikea komen" (De kleinsten mogen recht naar het Kinderparadijs).
Ook het Belgische Ikea is na de daar tegen gerezen protesten gelukkig met die reclamecampagne gestopt.
Wat, zo kun je je als christen afvragen, beweegt de reclamernakers tot dergelijke keuzen? En hoe stel je je als christen daartegen op? Wat doe je er aan?
Waarom op zo'n manier?
Wat beweegt de reclamernakers er nu toe om deze duidelijk aan de bijbel ontleende uitdrukkingen op die manier te gebruiken? Natuurlijk is het zo, dat je om nog op te vallen in het oerwoud van al die reclame steeds gekkere dingen moet doen. Misschien was dat ook hier een van de beweegredenen.
Maar dat is het niet alleen. Je kunt veronderstellen, dat de diverse uitdrukkingen uit de bijbel bij die reclamemakers nog wel bekend waren, dat ze er ook vanuit gingen, dat het - vergeef me de uitdrukking - 'leuzen' waren, die bij de klanten nog wel herinneringen en misschien zelfs nog een positief beeld zouden oproepen. Dat ze daarom ook zouden blijven 'haken'.
Dat ze daarmee veel christenen diep zouden treffen, laat staan Góds woord zouden misbruiken op een wijze, die op velen als lasterlijk zouden kunnen overkomen, kwam kennelijk in hun gedachten niet (meer) op. In hun wereld kwam God als de Heilige niet meer voor. Men was slechts op de 'spirituele toer'.
In zoverre kan de verschijning van deze reclameuitingen typerend zijn voor een maatschappelijke en kerkelijke ontwikkeling.
Een maatschappij waarin velen geheel buiten Gods Woord zijn opgegroeid, waarin velen, die dat nog wel deden, hun geloofsharp aan de wilgen hebben gehangen.
In zoverre zijn uitingen als hierboven genoemd symbolisch voor die ontwikkeling en vormen ze een expliciete bevestiging van het secularisatieproces. Wellicht is er geen uitspraak waarin dat duidelijker tot uiting komt dan in het door 'HIJ Mannenrnode' zelf na de uitspraak van de reclamecodecommissie gepubliceerde persbericht. Nadat men zich eerst nog eens verontschuldigd had bij "die mensen die zich door de kampagne gekwetst voelen" kon men lezen "Het spijt ons bijzonder dat de knipoog naar de feestkollectie voor bedoelde mensen niet wordt opgepakt.
HIJ is er echter, mede gezien de vele positieve reakties, van overtuigd dat een overgroot deel van het publiek deze knipoog in de kampagne wel begrijpt en wenst iedereen prettige kerstdagen en een voorspoedig 1996."
(einde citaat).
Klanten, zo komt een en ander over, willen we natuurlijk niet kwetsen, laat staan kwijtraken en voor de rest moet je niet zeuren. Het ging (slechts) om 'een knipoog naar de feestcollectie'.
Onze reactie
Nu is het wel zo, dat de wijze waarop je als christen daarop reageert en kunt reageren, voor je zelf vaak iets onbevredigends heeft. Je bent verontwaardigd.
Je kunt je voornemen een klacht in te dienen en wellicht ook om bij een zaak, die op een dergelijke wijze reclame meent te moeten maken, te protesteren en zelfs om daar nooit meer iets te kopen. Maar als het goed is zou je ook op een andere wijze willen reageren. Om al die mensen, waarvoor Jezus Christus een gepasseerd station lijkt te zijn toch duidelijk te maken: HIJ IS er, ook voor U. Maar dan wel in die heel andere, die goede betekenis.
Wat die klacht betreft behoeven onze verwachtingen ook niet erg hoog te zijn. Zelfs al heeft die klacht een 'positief' resultaat, zal dat toch weinig bevredigend zijn. Bij voorbaat al niet.
Omdat Gód daarin geen recht wordt gedaan.
Tegen de reclamecampagne van HIJ Mannenmode wérden bezwaren ingediend, o.a. door de Reformatorisch Maatschappelijke Unie. In een poging die reclamecampagne tegen te gaan door die te toetsen aan de reclamecode.
Alleen, eerbied voor Gods naam en werk komt dáár niet aan de orde.
Bij de reclamecodecommissie gaat het er om en kan het er ook slechts om gaan of die uitdrukkingen in strijd waren 'met de eisen van goede smaak en fatsoen' enlof ze 'nodeloos kwetsend' zouden zijn.
Blijkens de uitspraak van de reclamecodecommissie was er geen strijd met eisen van goede smaak en fatsoen.
Wel zou er sprake zijn van nodeloos kwetsende reclame-uitingen. Omdat de teksten "in combinatie met de daarboven staande afbeeldingen van een jongeman die een vrome houding aanneemt tegen de achtergrond van glasin-
lood (kerk)ramen een rechtstreeks verband leggen met Christus."
Velen, zo luidde het oordeel, worden daardoor alsmede door het feit dat de naam van adverteerster dubbelzinnig wordt gebruikt in hun religieuse beleving geraakt. Dat klemde temeer, aldus nog steeds de commissie, omdat de uitingen in de weken voor Kerstmis openbaar zijn gemaakt.
Om een juiste inzet Het is een goede zaak dat er aan deze reclame-actie een einde kwam.
Niet zozeer omdat christenen zich daardoor gekwetst werden - dat is niet zo belangrijk en zal in een geseculariseerde maatschappij wel vaker voorkomen - maar omdat in de reclame-campagne Gods naam en Zijn werk in geding was. De Naam van Hem, die er echt ook voor u is.