Terloops
1996-03-08
Coba- Jaargang 40
- nummer 5
Een paar weken geleden overleed Coba.
Ze is bijna 76 jaar geworden. Ze stierf in haar slaap. Een mooie dood, zeggen we dan. Ik leerde Coba kennen, toen ze huishoudster werd bij de weduwe, waarover ik ruim eenjaar geleden geschreven heb en die ze in het dorp 'dejuifrouw' noemden. Misschien herinnert u zich dat nog wel.
Je ontmoet inje leven mensen aan wie je nooit meer terug denkt. Met Coba was dat anders. Toen 'dejuifrouw' overleed werd na een tijcYe het contact tussen Coba en mij verbroken, maar daarna hebben we thuis nog vaak over haar gesproken. En dat zal in de toekomst ook nog wel het geval Zfjn. Coba hád iets.
Coba heeft zo'n 40, 50 jaar voor oude, vaak zieke, mensen gezorgd. Op sommige adressen was ze meer dan 15 jaar. Ze was ongetrouwd, was blijmoedig van aard en reed tot het laatst toe in een auto. Ze had veel vrienden; dat bleek wel toen ze begraven werd. Het was een 'grote' begrafenis. Zwaar werk kon ze niet doen, want ze had aljaren maar één long. Ik weet niet hoe ze er toe gekomen is alsmaar voor oude mensen te zorgen. Misschien is ze er zo maar ingerold. Ik denk, dat ze het als een soort roeping heeft gezien.
Coba was tegen verzekering en ook tegen de a.o.w. Ze heeft gespaard voor haar oude dag en een paar keer kreeg ze een erfenis van dankbare 'klanten'.
Na haar laatste 'dienst' heeft ze maar kort van de rust kunnen genieten.
I Ze heeft nauwelijks tijd gehad om op adem te komen.
Van tijd tot tijd praatte ik met Coba over het geloof. We werden het nooit eens.
Coba durfde zich geen kind van God te noemen. Er zijn er immers veel geroepen, zo zei ze, maar weinigen uitverkoren.
Zo dacht ze en ze meende het oprecht. Van huis uit zat deze gedachte er al wel een beeije in, maar later heeft ze er heel bewust voor gekozen zó te geloven ...
Voordat ze begraven werd, sprak er een ouderling, in het rouwcentrum en bij het graf. Het duurde wat lang, maar vooruit.
Over Coba werd alleen gezegd, dat ze altijd haar benen onder andermans tafel had gestoken, omdat ze van de ene 'dienst' naar de andere ging. Ik denk, dat ze daar geen moeite mee heeft gehad. De ouderling sprak over Saul en David en tenslotte over het verlossingswerk van Jezus. Daarin was hij duidelijk, maar even duidelijk was, dat Jezus wel betaald heeft, maar niet voor iedereen. En zo haalde die ouderling Jezus even dichtbij, maar maakte hij meteen weer afstand. Was het ook voor Coba? Die vraag bleef open. De zeijiJerzekerdheid straalde van de ouderling af. Hij wel. Coba niet? Dat gaat er bijmij niet in. Ze was zo trouw, wat heeft ze veel met en voor anderen gebeden.
Het was misschien niet helemaal goed, maar ze meende het. En God heeft toch maar een half woord nodig?
P.C. van Wijk, Zaltbommel