Huizen van barmhartigheid (1)
1996-08-23
Soms laat de bespreking van een boek lang op zich wachten, terwijl het toch de aandacht meer dan waard is. Dat is bijvoorbeeld het geval met een publicatie van de hand van dr. Theo Jak over ‘de zorg voor zwakzinnigen in Nederland in de tweede helft van de 19e eeuw’.- Jaargang 40
- nummer 17
Al in de eerste alinea van de inleiding komt naar voren dat er raakvlakken zijn tussen een blad als 'Opbouw' en de inhoud van dit boek. "De tse eeuwse opwekkingsbewegingen in Nederland leverden een belangrijke bijdrage aan de sociale zorg." Met andere woorden: de groeiende aandacht voor mensen die niet (voldoende) voor zichzelf konden zorgen moet gezien worden tegen de achtergrond van de christelijke opwekking in de 1ge eeuw (zoals het Reveil).
Verstoord sociaal evenwicht
In het tweede hoofdstuk van het boek schetst dr. Jak de sociale zorg in de tse eeuw. Er is sprake van grote verschuivingen. Zo trokken (mede als gevolg van de industrialisatie) velen naar de steden; vooral Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht groeiden explosief (een verdubbeling van het inwonertal in 30 jaar tijds). Als .gevolg van deze verstedelijking verpauperden veel woonwijken (dokter Samuel Sarphati meende 'dat een derde der gehele bevolking van Amsterdam gedwongen is te verblijven in holen en hokken, die wij voor onze huisdieren zouden afkeuren'). Naast deze demografische veranderingen was er sprake van een groeiende verscheidenheid van kerken en groepen. AI deze omstandigheden verstoorden het sociale evenwicht.
Christelijk sociaal werk in de steden
In het derde hoofdstuk gaat Jak in op een aantalopwekkingsbewegingen in de 1ge eeuw. De kerkhistoricus S. van der Linde heeft deze bewegingen omschreven als een 'levensritme van de kerk': ze gaan verstarring tegen. Tegenover de dominante cultuur van de 'grote' kerk vormen deze groepen als het ware een tegencultuur. De leden zijn vaak meer 'doe', dan 'denk'-mensen. Men zocht een overeenkomst tussen innerlijk en uiterlijk (38).
Zo ontstonden in de loop van de 1ge eeuw allerlei gezelschappen (zoals de Christelijke Vrienden) die zich met Bijbelstudie bezig hielden, maar die ook zeer actief waren op het terrein van de evangelisatie. Daarnaast hadden de leden een scherp oog voor sociale misstanden. Er werden scholen gesticht, tehuizen voor 'verwaarloosde en verwilderde kinderen' geopend en men zorgde voor verantwoorde opvang van o.a. zeelieden, militairen, dienstmeisjes, en 'gevallen vrouwen'. Het dwingt respect af hoeveel werk een kleine groep in korte tijd heeft verzet ten behoeve van mensen die vaak in ernstige moeilijkheden verkeerden. Uit de eerder genoemde Christelijke Vrienden kwamen twee verenigingen voort: de Vereeniging ter Verbreiding van de Waarheid en de Vereniging tot Heil des Volks (ook nu nog een begrip in Amsterdam). Veel aandacht besteedt Jak aan het werk voor de zgn. Haveloze School, waarbij de leerkrachten blijk gaven van een opmerkelijk modern pedagogisch en didactisch inzicht. De school moest een opgewekte sfeer bieden als tegenwicht tegen de drukkende thuissituatie. In dat kader pasten ook buitenschoolse activiteiten (zoals een uitstapje naar het strand van de Zuiderzee). De onderwijzers legden zich bovendien toe op zeer regelmatige huisbezoeken.
Opwekking op het platteland
In het vierde hoofdstuk komt het ontstaan van een aantal plaatselijke initiatieven aan de orde. Niet alleen in de steden, maar ook op het platteland vormden 'ontwaakte' christenen hechte groepen (75). Zo ontstonden er groepen en gemeenten in Hemmen (de Betuwe), Nijkerkerveen, Nijverdal en Ermelo. Soms groeiden er contacten met reeds bestaande groepen (zoals met de Broedergemeente in Zeist). Steeds weer zien we dat het ontstaan van deze gemeenten sterk beïnvloed werd door voorgangers die op de hoorders een grote indruk maakten, zowel vanwege hun leer als vanwege hun oprechte levensstijl. Bijzondere aandacht besteedt Jak aan het werk van de Ermelose predikant Ds. W.H. Witteveen, "een man die zijn halve leven op zijn knieën heeft doorgebracht. Toch leefde hij niet in het verborgene. Zijn gebed vormde echter een noodzakelijk tegenwicht in zijn drukke leven" (86), maar .... "hij geloofde ook rotsvast in de kracht van het gebed" (93). Witteveen beschrijft hoe hij velen op wonderbaarlijke wijze zag herstellen (minder duidelijk is hoe vaak mensen niet genazen, maar een feit blijft dat er sprake is van opmerkelijke genezings- en bekeringsgeschiedenissen). Jak wijdt in verband hiermee een paragraaf aan gebedsgenezing.
Het Huis van Barmhartigheid in Ermelo
Uit het werk van de zendingsgemeente in Ermelo kwam het plaatselijke Huis van Barmhartigheid voort: een christelijk tehuis voor de langdurige opvang van mensen die niet in staat waren om voor zichzelf te zorgen.
Witteveen streefde ernaar om dit huis een echt christelijk behandelingstehuis te doen zijn, waarbij het op gang brengen van het bekeringsproces een wezenlijk onderdeel van de behandeling was (94). Helaas bleek later dat de kracht van het tehuis ook sterk verbonden was met deze predikant, het werk hield na zijn dood geen stand.
In de evaluatie van het Huis in Ermelo plaatst Jak een aantal kanttekeningen. Zo was men er van overtuigd dat het belangrijk is om de patiënt te betrekken in de zorg voor het dagelijks leven. In de tweede plaats had men oog voor het grote en therapeutisch waardevolle belang van rituelen (zoals kerkdiensten, gebed, zingen, vertellingen, het herkenbaar maken van de dag, de week en het jaar). "De waarde van deze aspecten werd tot voor kort onderschat", aldus Jak. In dat opzicht bood het Huis in Ermelo dus zeer moderne zorg ....
Willem van den Bergh
Het boek 'Huizen van Barmhartigheid' werd mede uitgegeven in verband met het 100-jarig bestaan van de Vereniging 's HeerenLoo (in 1991). Het eerste deel van het boek schetst de achtergronden van de opwekking in Nederland en gaat in op een aantal plaatselijke initiatieven. In het tweede deel wordt het ontstaan van deze vereniging ten behoeve van de zorg voor verstandelijk gehandicapten voor het voetlicht gehaald. Wie de Vereniging 'sHeerenLoo noemt, kan niet om de naam van Mr. Dr. Willem van den Bergh heen. Onlangs las ik een biografie over deze predikant; ik raakte steeds meer geboeid door zijn intrigerende persoonlijkheid. Dr. Jak beschrijft Van den Bergh als "een bijzondere man, die ook in zijn dagen buiten het gewone patroon viel. Er worden voor het karakteriseren van zijn persoonlijkheid woorden gebruikt als eigenaardig, zonderling en vreemd." Toch leefde Van den Bergh niet geïsoleerd. Als student had hij veel contacten, als predikant was hij ook bekend en veelal geliefd. Uit de 40 beroepen die hij ontving voordat hij het beroep naar de Nederlandse Hervormde kerk van Voorthuizen aan nam blijkt dat veel gemeenten onder de indruk waren van zijn persoonlijkheid. Zowel Van den Bergh als zijn vrouw hadden een broze gezondheid. Van den Bergh zelf was een tengere man, die veel ziek was en door aandoeningen van keel en luchtwegen een zwakke stem had.
De indruk bestaat dat hij gebukt ging onder depressieve gevoelens. Hij werd niet oud: op 40-jarige leeftijd overleed hij (in 1890) in Montreux. Van den Bergh studeerde in zijn korte leven rechten en theologie en hij promoveerde ook nog eens tot doctor in de beide studierichtingen. Hij was predikant in Schaarsbergen (1879-1884) en in Voorthuizen (1884-1890). In Voorthuizen ging hij met de Doleantie mee. Hij had een ruime belangstelling voor politieke, ethische en maatschappelijke vraagstukken. Ondanks zijn zwakke gezondheid zette hij die belangstelling om in een geweldige daadkracht. Hij was initiatiefnemer voor de oprichting van het ziekenhuis Eudokia in Rotterdam, het psychiatrisch ziekenhuis Veldwijk in Ermelo, het sanatorium 'Het Hoogeland' , een aantal scholen en van de Vereniging 's HeerenLoo. Je vraagt je af hoe een man in zo'n kort leven aan de wieg kan staan van een aantal instellingen en verenigingen die landelijk grote bekendheid kregen. Vlak voor zijn dood werd hij benoemd tot hoogleraar aan de Vrije Universiteit. Het was niet zijn eigen keus, zijn hart lag meer bij de het stimuleren van het diaconaat: de zorg voor de zwakken en verstotenen in de samenleving.
N.a.v.: Dr. Theo Jak, Huizen van Barmhartigheid. Uitgegeven in de serie Monografieën van de Vereniging ’s Heeren Loo. Omvang: 290 bladzijden (waarvan 40 pagina's aan noten); prijs: f 24,50, inclusief porto.
Te bestellen bij: Stichting Zorgverlening 'sHeeren Loo, Postbus 647, 3800 AP Amersfoort, (033)-4601801