Niet door geweld maar door Geest (12)
1996-09-06
Priester Matathias ging zich steeds meer als een militair gedragen. Hij organiseerde zijn volgelingen als een leger te velde. Zijn verzet tegen de Syriërs begon steeds meer te lijken op een heuse oorlog. Telkens weer viel hij de vijand aan en steeds verder strekten zijn akties zich uit. Tot in Galilea en het Overjordaanse toe liet hij zijn aanwezigheid voelen. Op den duur trok het leger van Matathias door het hele land heen. Mattanja begon steeds beter te begrijpen waarom zijn vader wel eens verschil van mening had gehad met de oude priester. Wat Matathias deed, was eigenlijk precies hetzelfde als wat Antiochus deed - alleen vocht de een vóór en de ander tégen de Joden.- Jaargang 40
- nummer 18
Maar vechten deden ze allebei. Op een dag kwamen zij bij een dorpje dat niemand van hen kende. Het lag verscholen tussen de heuvels. Het was op het heetst van de dag. De mensen., àls die er al waren, vriend of vijand.
lagen te slapen in de koelte van hun huis. Matathias besloot enkele mannen op verkenning uit de sturen. Ook Mattanja koos hij hiervoor uit. Hij gebruikte de jongen graag voor dit soort expedities omdat hij er zo weinig joods uitzag.
Geen Syriër zou hem voor een spion aanzien. De verkenners gingen afzonderlijk op weg. In geval van nood zouden ze elkaar een teken geven. Behoedzaam sloop Mattanja de weg langs. De witte huizen blikkerden in het felle zonlicht. Iedereen leek inderdaad in diepe rust. Soms koerde een duif. kakelde zachtjes een kip. Overigens stonden de warmte en de stilte tussen de huizen. Mattanja zag dat ook in dit afgelegen dorp de nieuwe tijd was doorgedrongen: overal stonden kleine huisaltaren voor de deur. Opeens hoorde hij in de verte een klagelijk gehuil. Het moest aan de andere kant van het dorp zijn. maar het was onmiskenbaar het gehuil van een kind. Zo snel hij kon liep Mattanja in de richting van het geluid; het kwam inderdaad uit de korenvelden achter de huizen vandaan. Het jongetje - een jaar of drie. schatte Mattanja - hield zijn oogjes stijf dicht en greep met beide handjes in zijn haren. terwijl hij jammerde: "Mama, mijn hoofd, mijn hoofd!"
Mattanja begreep meteen wat er gebeurd moest zijn. Terwijl iedereen sliep, was het kind weggelopen. Was veel te lang in de blakerende zon geweest en had nu ongetwijfeld een zonnesteek.
"Hoe heet je?" vroeg Mattanja. Het enige antwoord dat hij kreeg was een klagelijk: "Mama, mijn hoofd!"
"Waar woon je?" probeerde Mattanja. En toen snikte het jochie: "Put, water, mama mijn hoofd!"
Het kind zou dus wel in de buurt van de bron wonen. Mattanja pakte hem op, legde hem over zijn schouder en zei zachtjes: "Stil maar, ik breng je naar mama." De bron was gauw gevonden. Er stonden een paar huizen, maar van één was de poort naar de binnenplaats open. "Daar moet het kind door naar buiten geglipt zijn", dacht Mattanja. Hij liep de binnenplaats op en riep: "Is daar iemand?" De jonge vrouw, opgeschrikt uit haar middagrust, begreep eerst niet wat er aan de hand was. Mattanja legde het haar uit. ,,O, wat ben ik toch een slechte moeder!", riep ze toen. "Mijn kleine Alexander, kom maar gauw bij me."
Een jodenjongetje met een griekse naam, de naam van de grote koning van vroeger - flitste het door Mattanja heen. De vrouw legde het kind neer op een rustbed in de koelte van het huis. Ze maakte zijn kleertjes los en gaf hem te drinken. Toen viel de kleine Alexander in slaap. "Hij zal wel heel erge koorts krijgen", zei Mattanja zachtjes.,Ik heb het vroeger ook eens gehad. U moet goed op hem letten, hij moet veel drinken."
"Je bent een lieve jongen". antwoordde de vrouw. "Mogen de goden ons gunstig zijn."
Mattanja wist niet wat hij hierop moest zeggen. Zijn vader zou het vast wel geweten hebben, maar hij wist het niet, durfde het niet ook. "Nu moet ik gauw weer verder", zei hij. Neem in elk geval een paar vruchten mee voor onderweg", zei de vrouw. Ze gaf hem het sappige fruit en zei: "Dank je wel, hoor!" Haastig liep Mattanja de binnenplaats over. In het voorbijgaan zag hij Dionysuskransen aan de muur hangen. Hij sloop het langzaam weer ontwakende dorp door en kwam tegelijk met de andere verkenner bij het leger van Matathias aan. Ze rapporteerden dat er veel goddelozen in dit dorp waren.