Van pinkstergemeente naar NGK: een verademing

2010-04-16
  • Jaargang 54
  • nummer 8

Na jaren in pinkster- en evangeliegemeenten te hebben vertoefd, besloten Vincent en Anne Fiddelaar uit Hoorn zo’n drie jaar geleden lid te worden van de NGK. Een beslissing die hen uitstekend beviel. Deel twee van een serie frisse blikken op de NGK.

De ‘kerkelijke routes’ die Vincent en Anne Fiddelaar in hun leven aflegden, leken niet direct koers te zetten naar een NGK-haven. Anne groeide op in Zeeland. Eerst in de Nederlands Hervormde Kerk, vanaf haar twaalfde in een Vrij Evangelische Gemeente en vanaf haar negentiende in een Evangeliegemeente (een soort pinkstergemeente). Vincent groeide op in Amsterdam, waar hij tot zijn zeventiende niet kerkelijk actief was. Na zijn bekering werd hij lid van de Christengemeente, een evangelische kerk in Amsterdam.
Ze troffen elkaar toen ze allebei een werk- en studiejaar volgden op de bijbelschool van Stichting In de Ruimte. Ze werden vrienden, maar na dat jaar gingen hun wegen weer uiteen. Anne ging voor verpleegkundige studeren, Vincent pakte zijn rugzak en trok de wijde wereld in, naar exotische oorden als India, Nepal, Thailand en – voor langere tijd – Israël.
De twee hielden wel briefcontact met elkaar en toen Anne een pakketje stuurde naar Vincent tijdens zijn verblijf in Israël (‘mijn eerste pakje uit Nederland na een jaar reizen’) sloeg de vlam in de pan. In 1987 trouwden ze. Anne sloot zich aan bij de Amsterdamse gemeente waar Vincent al kerkte.
Na anderhalf jaar verhuisde het stel naar Hoorn, op zoek naar een grotere woning. Terwijl Vincent geschiedenis studeerde aan de VU, begonnen ze aan een kerkelijke zoektocht in hun nieuwe woonplaats. Ze vonden het lastig iets te vinden waar ze zich echt thuisvoelden, maar uiteindelijk streken ze neer in de Maranatha Gemeente.
Na tweeëneenhalf jaar stapten ze over naar een pinkstergemeente in Heerhugowaard, waar ze zich beter thuisvoelden. Pas toen hun kinderen richting de tienerleeftijd gingen, werd de afstand (zo’n 15 kilometer) bezwaarlijk en gingen ze weer op zoek naar een gemeente in Hoorn. De keus viel uiteindelijk op één van de drie pinkstergemeenten in de stad. Daar werden ze in 1999 lid.

Breekpunt

Anne bewaart goede herinneringen aan die gemeente. ‘Ik ben de acht jaar dat we daar zaten heel loyaal aan de gemeente geweest en heb veel gedaan. Ik voelde me er heel erg thuis, er heerste echt een familiegevoel. En dat gevoel krijg ik nog steeds als ik weer eens terugga. In de NGK ben ik wat dat betreft iets minder relationeel gericht.’
Toch begonnen zowel Vincent als Anne zich heel geleidelijk van de gemeente te vervreemden. Voor Vincent lag dat vooral aan de prediking. ‘Het was naar mijn mening soms oppervlakkig en clichématig. Mischien kwam het ook doordat ik kritischer werd door mijn studie, maar het ging me tegenstaan. Veel preken leken niet voorbereid, maar gewoon voor de vuist weg gegeven te worden. Er lag veel nadruk op het geleid worden door de Geest.’
Voor Anne kwam daarbij dat ze als secretaresse zitting had in het kerkbestuur en zo van dichtbij de besluitvorming meemaakte. ‘Dat ging naar mijn idee niet altijd zo democratisch. Als je een andere mening had, leek het alsof dat niet altijd in dank afgenomen werd.’
Vincent weet duidelijk een ‘breekpunt’ aan te wijzen, een moment waarop zijn vervreemding compleet was. ‘Ik zag in het programma van een komende dienst staan wie er zou gaan preken. Ik zag er op basis van eerdere preken tegenop om een klein uur naar deze man te moeten luisteren en ging met een vriend mee naar de NGK. Dat beviel zo goed, dat ik al na een paar keer heel duidelijk voor mezelf had: hier wil ik voortaan naartoe.’
Ze namen drie maanden de tijd om een besluit te nemen. Vanwege de hechte relaties die Anne had, was het voor haar wat moelijker dan voor haar man, maar uiteindelijk besloten ze samen om NGK’er te worden. ‘Een beslissing die ik veel eerder hadden moeten nemen’, zegt Vincent.

Blanke middenklasse

Er waren een hoop zaken nieuw voor hen na hun kerkelijke switch. Alleen de terminologie al. Woorden als ‘talstelling’ en ‘attestatie’ kende Vincent niet. Ook was het een hele overgang om niet meer in een school te kerken, maar in een echt kerkgebouw. ‘De ambiance vind ik mooi’, zegt Vincent. ‘Het houtwerk, de muren, het plafond: het heeft wel wat.’
Het viel hem verder op dat de gemeente een ‘afspiegeling van de blanke middenklasse’ lijkt te zijn. ‘In de pinkstergemeente heb je veel meer randfiguren, zoals ex-verslaafden. De NGK hier is niet echt een afspiegeling van de maatschappij. Je ziet bijvoorbeeld maar weinig allochtonen. De pinkstergemeente is laagdrempelig en trekt eerder mensen aan die zich aan de rand van de samenleving bevinden’.
Ondanks de nieuwigheden zijn er niet veel dingen waar het echtpaar echt moeite mee heeft. Uiteraard is de visie op de doop anders dan ze gewend waren. Vincent zegt ruimer te zijn gaan denken, Anne houdt vast aan de volwassendoop, maar wil er geen discussie over beginnen. Beiden ervaarden het bovendien heel positief dat de gemeente enige tijd geleden bereid was een achttienjarige jongen die tot geloof was gekomen te dopen door onderdompeling.
De muzikale invulling van de diensten is ook nieuw voor hen. Geen moderne band, maar een orgel, piano of een enkele keer een gitaar. ‘Ik mis het zingen met band wel’, zegt Anne. ‘Dat gaat zo lekker. Hier merk je dat men minder gewend is aan Opwekkingsliederen.’
Aan de andere kant is Vincent de traditionele liturgie steeds meer gaan waarderen. ‘De melodieën zijn misschien niet altijd flitsend, maar de tekst heeft veel diepgang.’

Democratisch

Het meest blij is het echtpaar met de prediking in de NGK. ‘Rustiger, intellectueel, minder grootspraak’, typeert Vincent. En Anne vult aan: ‘In de pinkstergemeente had ik al een paar jaar het gevoel dat ik niet meer zo veel leerde. Ik werd niet meer geraakt door de Bijbel en dat vond ik heel vervelend. Het was alsof ik daar alleen maar zat om de stoel warm te houden. Bij Koos Jonker in de NGK had ik daarentegen iedere keer weer het gevoel “hé, dit heb ik nog nooit gehoord”.’
Vincent denkt dat het onder meer komt doordat de predikanten in de NGK allemaal universitair opgeleid zijn, terwijl in de pinkstergemeente iedereen met de beste bedoelingen een preek kan houden.
De heldere, rustige structuur van de diensten viel ook erg goed bij het echtpaar. Anne: ‘Je weet: nu hebben we drie liederen, nu een moment voor de kinderen, nu de preek, nu het kinderlied... Dat is een verademing, want we waren gewend aan lange, soms oeverloze diensten.’
‘Veel dingen gebeurden ad hoc’, vult Vincent aan. ‘Wie iets op z’n hart had, kon dat delen met de gemeente. Heel vaak werd er vanaf het podium een oproep gedaan om naar voren te komen voor gebed of hernieuwde toewijding. Dan liep de dienst nogal eens uit.’
Wat Anne met haar bestuurlijke ervaring in de pinkstergemeente eveneens erg kan waarderen, is het democratische gehalte in de NGK. ‘Dat is enorm. De gemeente wordt werkelijk overal bij betrokken. Wat vinden jullie hiervan, wat vinden jullie daarvan. Dan wordt er weer een werkgroep opgericht om een advies te maken. Ik vind dat heel positief. Je krijgt het gevoel dat beslissingen heel breed gedragen worden. Iedereen krijgt de kans iets in te brengen.’

Het beeld dat Vincent en Anne vooraf van de NGK hadden – toen ze het kerkverband nog amper kenden – was dat van een erg traditionele kerk. Maar die tradities bleken voor hen heel verfrissend te zijn. En niet alleen voor hen. Ze waren alweer het vierde gezin uit hun pinkstergemeente dat de overstap maakte naar de NGK.
‘De pinkstergemeente waar we jarenlang deel van uit hebben gemaakt is echter heel waardevol’, zegt Anne. ‘We hebben er een hele goede tijd gehad. Ook hebben we veel waardering voor de tomeloze inzet en toewijding van de mensen daar.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief