Simson (2)
1996-03-22
De vorige keer ben ik geëindigd met de vraag of de tekst van het boek Richteren, zoals die voor ons ligt, is vastgesteld om ons de religieuze laag zo goed mogelijk voor te houden.- Jaargang 40
- nummer 6
Vragen
Je kunt natuurlijk pal staan voor het zeg maar letterlijk nemen van het vertelde.
Tegelijk: welke troost zit hierin? Waarvoor staat de geschiedenis van Simson in de Bijbel, wat is de waarde ervan?
Want hoe je het wendt of keert, je kunt nogal wat vragen stellen bij diverse onderdelen.
Waarom bijvoorbeeld vertelt Simson niets aan zijn ouders wanneer hij een leeuw heeft gedood?
Waarom zwijgt hij over de herkomst van de honing, die hij later uit de leeuw haalt?
Simsons moeder is onvruchtbaar. Ze krijgt de belofte van een zoon, Simson, maar aan het eind lezen we dat zijn broers en het hele huis van zijn vader hem begraven.
En een andere vraag: wie laat zich zo inpakken door een vrouw als Simson door Delila?
Tot drie keer toe notabene ondervindt hij dat zij hem wil uitleveren aan de Filistijnen en.toch verklapt hij daarna het geheim van z'n kracht. Dat is trouwens ook iets wonderlijks, dat dat geheim blijft, want we horen niet dat dat zou moeten.
Of de vraag waar zijn kracht zit. Alle kommentaren haasten zich om te zeggen dat dat niet in z'n haar zit. Dat is alleen het uiterlijke kenmerk ervan dat God bij hem is, en wanneer het afgeschoren is, dat God van hem geweken is.
Het zal waar zijn, maar moet je dan zeggen dat wanneer zijn haar weer aangroeit - onbegrijpelijk trouwens, dat de Filistijnen, die zo magisch dachten, dat laten gebeuren -, dat de HEER langzaam maar zeker dichter bij hem komt?
Het zal waar zijn, het niet-magische, toch zegt Simson uiteindelijk tegen Delila: Als ik geschoren word, dan wijkt mijn kracht van mij.
En de verteller schrijft dat inderdaad de HEER van hem geweken is, wanneer zijn vlechten afgeschoren zijn.
De boodschap
Nogal eens worden de Filistijnen in de Bijbel aangeduid als 'onbesnedenen'.
Bij Simson ook. Onbesneden, dat is niet een kultureel verschil, een onderscheid in gewoonte, maar een godsdienstig verschil, een geloofs-onderscheid.
Voor de Filistijn is alles één pot nat, voor de mensen van Gods volk niet.
Als het goed is tenminste. Ik geloof dat het met name hierom gaat bij Simson.
Zijn taak was het om Israël te herinneren aan zijn uniekheid. Niet zomaar een volk, een van de velen, maar een volk van God, een gemeente van de HEER! En dat hele verschil was overboord gezet, als het ware in de loop der jaren onbewust weggegooid, weggesleten.
Je mag, denk ik, de tijd van de Filistijnse overheersing een soort sekularisatie noemen, een ontkerstening.
Israël had zich daarbij klaarblijkelijk neergelegd, maar God niet. Daarom Simson, daarom dat opzienbarende optreden van hem, wat je daarvan verder ook mag vinden. Dat komt vooral uit in het nazireeërschap van Simson, zijn aan God gewijd zijn.
Lang haar symboliseerde strijdbaarheid.
Met lang haar gaf je te kennen dat de vijand er nog was. En daarmee wordt Simsons haardracht een oproep tot Gods volk om waakzaam te zijn. Je zou hem in de goede zin van het woord een provo kunnen noemen, een demonstrant, een profeet, een luis in de kerk-pels.
Om Gods volk maar wakker te schudden, te halen uit de verdoving door het Filistijnse, onbesneden gedachtengoed.
De gedachte dat alles wel goed is, dat Gods volk niet apart moet zijn en zo.
En zeker, de kerk hoeft niet een apart slag mensen te zijn in de zin van wereldvreemd, niet met beide benen op de grond staand. De kerk hoeft niet alles van de wereld af te keuren of negatief te beoordelen. Maar zou het kunnen zijn dat veel kerken vandaag, dat wij, daarin doorgeschoten zijn?
Dat we ons bewust of onbewust zo laten beïnvloeden door andere stromingen, dat we daarin meegaan en ons niet meer weten te onderscheiden?
En zeker, dat is ook razend moeilijk.
En ik denk dat we nog verder moeten doorstoten.
De scheidslijn, om het zo te noemen, liep als het er op aankwam niet tussen de Filistijnen en Israël, of beter gezegd: niet alleen, maar door Israël zelf; en nog verder: door ieder mens.
't Is niet voor niets, dat een van de Psalmen ons laat zingen: Ver-een-ig mijn hart om uw naam te vrezen.
Maak mijn hart één.
Hartstikke moeilijk, zeker. Dat zie je ook wel heel sterk bij die wonderlijk Simson, met al z'n rare grappen en grollen.
En toch. Wat je ook van hem kunt zeggen - en nog eens: de Bijbel zelf is daarin niet geïnteresseerd -, hij heeft Israël en de schrijver van deze geschiedenis wellicht ook ons, aan het denken willen zetten over wie wij zijn en op wie wij ons oriënteren.
Vader in de hemel,
dat wij niet beschamen
Jezus Christus onze Heer.
Begraven in beloftegrond
Het verhaal eindigt met de begrafenis van Simson door zijn familie. Na zijn dood werd hij door hen gehaald en meegenomen naar Israëlitisch land.
Dat wil zeggen: hij werd begraven in beloftegrond.
Ik vermoed dat de auteur ons zo laat merken: wat je ook van Simson kunt denken, en hoe vreemd hij ook te werk is gegaan wellicht, en wat voor onvoldoende je hem misschien kunt geven als verlosser, hij mag delen in de beloften van God, waarvan het land een onderpand was.
Hij mag ook daarin delen, want je deelt in Gods beloften niet omdat je het zelf altijd zo goed doet, zelf een verlosser bent, maar omdat je een goede God hebt, omdat Hij in onze onvruchtbare wereld een echte Verlosser gaf.