'Hoe krijgen we de gemeente missionair?' (2)
1996-03-22
Op de coetus, de bijeenkomst van predikanten, emeriti en hun partners, hield ds. K.B. Holwerda uit Ede op 28 november 1994 een verhaal over missionaire gemeente’. In het vorige nummer van ons blad werd het werd het eerste deel van dit verhaal gepubliceerd, in dit nummer het tweede en laatste deel. - Jaargang 40
- nummer 6
Ds. Holwerda gaat verder met het noemen van een aantal het kenmerken van het huidige leven.
Snippers
Een volgend punt is de fragmentarisering van het leven. Het leven is voor het gros van de mensen opgedeeld in een aantal los van elkaar staande brokken. Dat benadeelt missionair in het leven staan zeer. Daarvoor is namelijk een levenshouding uit één stuk vereist. Hier moet ik ook noemen de versnippering van aandacht. Er zijn nu véél meer belangwekkende, nuttige, nodige, prettige dingen dan nog maar een halve eeuw geleden. Nu je er in onze 'tijd van de media' altijd van hoort of ziet, verdringen ze elkaar in de strijd om hetzelfde beetje aandacht.
Want van de eigenschap 'aandacht' heeft de mens niet intussen méér gekregen! Keuzes maken is moeilijk, vooraf. Bovendien is het 'stom' als je in klas of werkkring het provinciaaltje bent dat niet weet van de spraak- en smaakmaker van de dag. Vandaar de opgeklopte toeneming van dingen die je niet gemist mag hebben. Dat jaagt velen op.
De éneweg
Een punt dat ik ook wil noemen is dit.
Toen het Evangelie de wereld in ging, genoot het het voordeel, dat het uniek was in het brengen van redding, heil, hulp en genezing voor de ander. Er waren wel vormen van heidense medemenselijkheid, maar wat Christus deed en leerde, verschilde daar hemelsbreed van. Intussen is dat, oppervlakkig bekeken, veel minder het geval. Humanisme in allerlei vorm lijkt de mensen veel aantrekkelijker dan wat het Evangelie wil. Het is immers uit en naar de mens, en het heeft de ergernis van het Evangelie niet.
Bovendien is het soms lastig uitleggen waarom het humanistisch ideaal niet, en het Bijbels gebod wèl goed is! Dat vergt goed nadenken, helder onderscheiden, en heel wat jonge en oude mensen gunnen zich daar de tijd en de moeite niet voor. Toch ontkomt de kerk niet aan dit soort onderwijs. Maar dat het reclame voor haar is bij werelds ingestelde mensen, binnen en buiten de kerk, mag ik natuurlijk niet zeggen.
Overgave
Een punt dat nu moet volgen, is, dat persoonlijke overgave aan de Here voorwaarde is voor een missionaire instelling. We hebben dat haast helemaal overgelaten aan de Evangelischen, en die buiten het nogal eenzijdig uit. Maar het is wèl waal1 Reeds het OT spreekt van mensen die dat doen. Ds. Bronsveld liet op 20/11 na elkaar zingen: "Die zich ootmoedig aan Hem geven, schenkt Hij een overvloed van leven" Ps. 147 ber. 2, en "Hij zal leiden 't zacht (=toegankelijk) gemoed in het effen recht des HEREN: wie Hem need'rig valt te voet, zal van Hem zijn wegen leren" Ps. 25 ber. 4. Overvloed van leven, - zal die je bereiken dan dien je je daarvoor te laten openen door God. EN: die overvloed van leven behelst heel andere dingen dan het paradijs op aarde van onze lustcultuur.
We moeten over deze overgave niet zwijgen, maar laat het wel nuchter en bescheiden zijn, en niet te aandacht-trekkerig naar onszelf. Je zit zo in het suikergoed van Feike ter Velde. Hieraan vast zit, dat het onmogelijk is van twee walletjes te eten.
Veel gelovigen zijn zo gewoon hun leven in stukken te delen: een stukje voor God en een heel groot stuk voor het leuke leven, - dat ze niet begrijpen dat God juist dat verdeelde niet pikt.
Dat het verknipt-zijn van hun leven tegenhoudt wat God hun aan leven echt wel geven wil.
Goeie naam of kwade reuk
Bij het missionair worden van de gemeente hoort een goede roep die uitgaat van het leven met God. Niet nadruk op moeiten en zorgen en kwesties.
We mogen wat dat betreft wel bedenken dat er op je gelet wordt.
Soms denk ik dat het die onopvallende functie van mensen van God uit-éénstuk is waar we het meest behoefte aan hebben. Jonge mensen, aankomende gelovigen, mensen in verzoeking en strijd willen aan en in anderen zién dat het dienen van de Here goed is. Daarbij zit er een adder onder het gras: het aandacht vragen voor eigen gelovigheid en goedheid. Voorzichtig met gaventests s.v.p. Geen enkele uitglijder is zo rampzalig voor anderen als dat je onder het mom van de goedheid van de Here stiekem je éigen goedheid aan de man brengt. Zie Ananias en Saffira.
Resultaat
Nog iets heel anders. Een levende gemeente is een missionaire gemeente, bewogen om het tijdelijk en eeuwig geluk van anderen. Wat je nu vaak ziet is dat het resultaat - en wel doorgaans het getalsmatig resultaatvan het leven van de gemeente tot maatstaf wordt gemaakt van de vraag of de gemeente leeft of niet. Nu is het inderdaad juist dat het léven met God van de gelovigen en de gemeente resultaat zal hebben. Maar het is niet altijd gezegd dat dat getalsmatig moet zijn. Het kan best zijn dat een levende gemeente juist de reactie van de buitenwacht oproept. En laten we ook niet vergeten de situatie, het tijdsgewricht, de cultuur, en de vraag of het geloof in Christus nieuw is, of oud nieuws. M.i. kan de gemeente ook gesteld zijn in een 'Ezechiël-situatie'. Gezonden om met woord en daad te getuigen, - of men hoort dan wel het nalaat. De HERE zinspeelt er tgno. Ezechiël uitdrukkelijk op dat heidenvolkeren Hem wel gehoor zouden hebben gegeven, 3:5-6. Maar dat Juda, verwend met Gods daden en zich daarvan innerlijk distantiërend, niet zal willen luisteren.
Vgl. de Heer Jezus in Mt 8:11v. In ieder geval in onze Westerse cultuur kunnen we spreken van een postchristelijke tijd. Daarin is het getuigen en het leven uit God moeilijker en controversiëler dan bij volkeren voor wie het Evangelie nieuw is. Andere religies, ooit als afgoderij van primitieven afgedaan, komen nu opzetten als betere alternatieven voor het geloof in Christus. Zij zijn náár de mens. Het Moslim-geloof is b.v. een makkelijk geloof. Het sluit aan bij menselijke verdienste- en prestatie-behoefte en het heeft de ergernis van het Evangelie niet. Hetzelfde geldt van Oosterse religies.
Wat ik daarmee zeggen wil is dit.
In de multiculturele samenleving van nu, overheerst door loslating van het evangelie en opkomst van andere 'geloven' als 'gelijkwaardig', krijgt de levende gemeente een harde dobber.
Haar is beloofd dat de poorten van de hel haar niet zullen overweldigen. Niét, dat ze getalsmatig steeds met de factor x zal groeien als bewijs van haar leven. Ezechiël en Jeremia hadden te maken met een volk, waarover het oordeel van God vastbesloten was. Net als vóór hen Zefanja, rukken en trekken zij aan de mensen, om Gods genade te zoeken en ontkoming te vinden in het gericht dat zeker komt, Zef. 2:1-3. Tegenover verhalen over gemeentegroei vraag ik me af of eralthans hier in het Westen - geen sprake is van een op handen zijnde gerichtssituatie. Alle dingen lopen uit de hand: milieu, akties V.N., misdaad, tanen van gezag overal, verdwijnen van onkreukbaarheid, verloederende mentaliteit onder de mensen, zelfs ongelovigen bezorgd over normen en waarden, verpletterend egoïsme. Ja, het is allemaal wel eens eerder gebeurd, maar nooit zo massaal en zo tegelijkertijd. Laat God massa's die zich van Hem afkeren zo 'in hun eigen wegen wandelen' Psalm 81:13? Zo ja, is het doel dan niet de profetische bewogenheid van de gemeente om nog te redden wat er te redden valt?
Eerder dan haar getalsmatige groei?
Tenslotte, - de uniek-heid en het alternatieve van Gods heil moet helder beseft, en beleefd worden. Dat de Here wiens evangelie niet is naar de mens, juist daarin de enige is die werkelijk de God van het welbehagen in mensen mag heten. Alles overziende merk ik dat ik als antwoord op de vraag uitkom bij: door de levende verkondiging van zijn Evangelie (vgl. He antw. 98), gepaard aan heldere en eerlijke analyse van wat er in onze cultuur geestelijk gaande is. En een praktijk die daaraan beantwoordt. En die met álle, ook visuele, middelen gebracht.
En met ruime, open bespreking. Voor wie maar horen en meedoen wil!