Gedichten lezen

1996-03-22
  • Jaargang 40
  • nummer 6
Lente
Alom vlogen wéér de vlinders;
zaten vleugel-pronkend stil
op de bloemen van april;
en er gingen blije kinders
zingend door de beukenlaan:
,,Daantje zou naar school toe gaan ... "

AI de schoonmaakvrouwen keken
even op van haar geboen
om die kinders: 't was of toen
eerst de winter was geweken;
hoog, hoog zong het in de laan:
"Maar hij bleef gedurig staan ... "

En dan al die fijne blaadjes
en daarover veel zon,
dat het mooier wel niet kon
in de lanen, op de paadjes;
En de voorjaarswind droeg aan:
"Straks zou 't klokje negen slaan ... "

En de vaders op de akkers
werden ook de zang gewaar,
keken lachend naar elkaar;
Zeiden: "Hoor nou toch die rakkers."
't Klonk zo zuiver in de maat:
.Deemie kwam op school te laat."
Jac. van Hattum

Dit gedicht vond ik eens in een schoolbioemlezing: 'Uit klare bronnen'. Vermoedelijk is die bloemlezing al lang niet meer te krijgen. Jammer, want er staan behalve gedichten ook mooie
tekeningen in van H.H. Prahl. 'Poëzie is kinderspel'. Dat is de titel die Lucebert aan een bundel gedichten gaf.
Nou hoef je het daar niet mee eens te zijn, maar dat er in gedichten een spelelement zit, dat is natuurlijk waar.
En het hoeft niet altijd zo moeilijk, zo zwaar en zo ernstig. Geniet van de lente. Geniet van al dat jonge leven,
de uitbottende bomen, de eerste bloemen, het jonge vee, en ... de kinderen!

T. Hoekstra, Zwolle

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief