Persschouw

1996-03-22
  • Jaargang 40
  • nummer 6
De tijd staat niet stil
Welk dialect men ook spreekt, in welke taal men zich uit, altijd is er een zegswijze die ons herinnert aan de voortgang van de tijd. De bijbel gaat ons daarin voor. Ieder heeft er mee te maken. Ook de kerken ondergaan de invloed van de tijd en van de wijzigingen die zich in het denken voltrekken.
Soms is iemand in staat om een redelijk lang tijdperk te overzien. Of hij in staat is om het werkelijk te beoordelen op zijn eigenlijke waarden, is een andere kwestie. Maar een voorzichtige beschouwing van zo iemand leidt tot de conclusie dat niet alleen de tijden veranderen, maar wij met hen. Vijftig jaar na de Reformatie was er sprake van een geheel ander geestesklimaat.
Een halve eeuw na de Afscheiding stonden de stukken er radicaal anders voor. Een tijdperk van gelijke duur in een willekeurig tijdstip van de geschiedenis opgenomen, voert tot geen andere conclusie: ook de kerken zijn aan verandering onderhevig. Onze eigen kerken vertonen een ander beeld dan voor vijf decennia. De populatie is anders geworden. De beoordeling van de kerkelijke toestand is gewijzigd. Er zijn mensen die de mening koesteren dat alles en iedereen veranderd is, behalve zijzelf. Het is voor een belangrijk deel gaarne gehanteerde zelf misleiding. Er is slechts één zaak niet veranderd. Het Woord van God staat boven de tijden.
En Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde tot in alle eeuwigheid.

De tijd als despotische macht
Wie de eeuwenomspannende heerschappij van Christus door zijn Woord uit het oog verliest, vervalt onherroepelijk ten prooi aan de heerszucht van de tijd op zichzelf. Alles wordt aanpassing.
Of alles wordt in versteende vorm vastgehouden. Wie niets anders doet dan aanpassen wordt op den duur duizelig. Wie al het oude in oude vormen zelfs wil vasthouden wordt wanhopig. De rechtvaardige zal tijd en wijze weten.
Dit geldt zeker voor de kerken, waar van men in eenvoud aanneemt dat hun woorden oprecht zijn als zij het verlangen uiten naar kerkelijke eenheid.
Zij kunnen het uur van Gods genadebezoek missen, wanneer zij geen acht slaan op de tijd. Er zijn momenten waarin de dingen nabij zijn.
Laat men ze voorbijgaan dan is het, zegt Luther, als met een plasregen die nooit terugkeert. Verbeurde gelegenheden wreken zich. Zij keren zich tegen ons. Als het ijzer heet is moet men het smeden. Anders is het onhanteerbaar. Niets meer mee te beginnen.
Onze kerken veranderen. Andere kerken van gereformeerde belijdenis veranderen.
Wat vandaag nabij lijkt is morgen, gezien deze onontkoombare wet van de geschiedenis, mijlen ver bij ons vandaan. Als er vandaag mogelijkheden tot werkelijke toenadering zijn binnen de kerken, moet men ze uitbuiten. Ze komen waarschijnlijk nooit terug. Trouwens, kent de Schrift een andere tijd, dan die van het héden? Gisteren is voorbij. Morgen kan te laat zijn. Héden, zo gij zijn stem hoort! Of ontbreekt het aan dit laatste misschien?

Dit stuk schreef de bekende prof.dr. W. van 't Spijker uit Apeldoorn in 'De Wekker'. Vooral het slot heeft ons bijzonder aangesproken. Ook ten aanzien van de verwerkellijking van de gereformeerde oecumene dringt de tijd. De Here is nabij. Dat betekent ook: de Rechter staat voor de deur!

Enschede, O. Mooiweer

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief