Paf-pief, De Here Jezus, mamma - die is lief

1996-09-20
  • Jaargang 40
  • nummer 19
Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet. Dat is het spellege dat een dichter met zijn lezer speelt. Hij laat je namelijk de dingen die je allang kende ineens op een andere manier zien, zodat ze meer betekenis voor je krijgen. Van iets datje heel gewoon bent gaan vinden, laat hij je het bijzondere zien. Een mooi voorbeeld van wat ik bedoel is het gedicht Kleine indiaan van Janneke de Jonge. Het beschrijft in weinig woorden een tafereel dat we allemaal kennen - een kind dat indiaantje speelt en daarbij mensen doodschiet. Zo speel je dood en zo sta je weer op peinst de verbaasde moeder en pal daarop volgt heel verrassend de uitroep van het jongetje: pafpief/'De Here Jezus, mamma, die is lief, Via het spel en de argeloze uitspraak van het kind flitst ineens Christus op, die écht de macht heeft over leven en dood, voor wie de opstanding 'kinderspel' is. In Voor Jildu, uit dezelfde bundel krijgen de psalmwoorden 'Gods goedheid is als morgen· dauw' een extra dimensie, doordat ze gezongen worden terwijl doopdruppels 'als parels op baby' haar glinsteren'.

Geboortegrond
Beide gedichten komen uit de bundel Geboorte· grond van Janneke de Jonge. De ütel is een mooie vondst, die duidelijk gemaakt wordt in het gedicht Doop. De geboortegrond blijkt niet alleen de omgeving waar je toevallig ter wereld gekomen bent: het is vooral God zèlf die de grond, de zin van je geboorte en daarmee vanje leven is. Wel váker verrast de dichteres je met prachtig gevonden dubbele betekenissen. Zo kom je in Steen, een gedicht over de begrafenis van een moeder, de regel tegen: Zonen äroegen haar op handen. In hetzelfde gedicht staat de mooie tegenstelling: De kist zonk neer, gebeden stegen. Het vers is te vinden in het laatste gedeelte van de bundel. over de demenüe en dood van de moeder eraan vooraf gaat een aantal bij' belse en andere moederportretten, o.a. Sara, met de mooie beginstrofe: De lach stierf/ op je lippen/ van schaamte/ over je schampere/ ongeloof. Het meest uitgebreid is de afdeling verzen over het moederschap: over geboorte en relatie met kleine en opgroeiende kinderen.

Soldatenmoeder
De bundel kent ook zwakke kanten. Van een goed gedicht mag je verwachten dat het de emotie van de dichter weet over te brengen. In een gedicht als Soldatenmoeder slaagt Janneke de Jonge daar in: het gaat over een dementerende (?) moeder die nog altijd brieven schrijft aan haar gesneuvelde zoon. Ook Kaartje en Miskraam vind ik in dat opzicht geslaagd. In enkele andere gedichten weet ze mij in elk geval niet te raken. Daar komt ze niet verder dan het weergeven van haar eigen emotie. Ze weet het gedicht niet boven haar eigen ontroering uit te tillen. De kernachtige gedichten vind ik het meest geslaagd. Janneke de Jonge heeft de neiging te veel te zeggen, sommige gedichten zijn 'te lang'. In het gedicht Dubbel worstelt de zwangere vrouw met haar tweeslachtige gevoelens: Wacht nog maar even, zegt mijn hart/ en tegelijk: laat maar beginnen. Daarmee is alles gezegd, want precies verwoord wat ze voelt. Toch volgt er nog een strofe die met de haast banale slotzin hoe lang zal het nog duren? het hele effect wegneemt. Dat laatste, dat de dichteres woorden gebruikt die niet goed passen in de sfeer van de rest van het gedicht kom je vaker tegen in de bundel: het gaat zowel om 'te gewone' woorden, als om te verheven, bijbelse taal (zodat zij zich in U verblijden). Ook op dat punt zou de dichteres iets kritischer tegenover haar eigen werk moeten staan.

Kortom
Geboortegrond bevat heel mooie, fijnzinnige gedichten naast wat minder geslaagde. Mede door de - door de dichteres zelf gemaakte - illustraties is de bundel erg geschikt als geschenkboekje. Bij een zwangerschap of geboorte bijvoorbeeld: of, zomaar, voor jezelf.

N.a.v. Janneke de Jonge, Geboortegrond. Kampen, 1994. f 13,90.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief