Niet door geweld maar door Geest (13)

1996-09-20
  • Jaargang 40
  • nummer 19
Tegen het vallen van de avond overvielen zij het dorp. De inwoners waren nergens op verdacht. Ze hadden juist de maaltijd gebruikt. De vrouwen maakten het vaatwerk schoon, de mannen praatten met elkaar over de dingen van de dag, de kinderen speelden in de nauwe stoffige straatjes.
Toen stormden Matathias en zijn mannen opeens het dorp binnen. Ze wierpen de huisaltaren omver, verbrandden de heidense kransen en bevalen de mensen hun griekse manier van leven af te zweren en Jahweh te dienen naar zijn wet. Als ze dit weigerden, sloegen zij hen zonder vorm van proces dood onder het roepen van de kreet: 'Voor God en voor Matathias!' Ouders werden gedwongen hun kinderen te laten besnijden. Mattanja droeg het zwaard van Matathias.
De oude priester rende door het dorp, links en rechts bevelen schreeuwend en zelf optredend waar hij dit nodig vond.
Ze waren nu vlakbij het huis waar Mattanja enkele uren tevoren was geweest. De jongen probeerde de aandacht van de priester af te leiden. "Daar is de bron, meester, drinkt u wat, u zult wel dorst hebben!"
Maar Matathias liet zich hier niet door op een dwaalspoor brengen. "Nee", riep hij, "ook hier wonen goddelozen! Werp dat altaar omver!" Mattanja gehoorzaamde. Angstig liep hij achter zijn meester de binnenplaats op. In het woonhuis lag de kleine Alexander. Hij had hoge koorts, hij baadde in het zweet en hij ijlde. De moeder zat op haar knieën bij het doodzieke kind. Het rumoer op straat had haar bang gemaakt, ze beefde over heel haar lichaam. Matathias rukte zijn zwaard uit Mattanja's handen en riep: "Jij, goddeloze vrouw, ben jij een dochter van Abraham en vereer je de gruwel van onze vijanden? Bekeer je van je goddeloosheid en laat je kind besnijden!" "Ik zal doen wat u beveelt, meester", snikte de vrouw. "U moogt mijn kind besnijden, maar doet u het niet nu. Hij heeft hoge koorts, de koorts zou nog hoger worden als u hem besnijdt en hij zou sterven." ,,Wie wil je dienen?" riep Matathias, "God of de afgoden?"
"Jahweh, onze God, meester", fluisterde de vrouw. "Maar spaar het leven van mijn kind!"
"Nu dan", antwooordde Matathias, "ik zal je zoon besnijden en wel meteen; het gebod van God is groter dan de zorg van een moeder." Met deze woorden liep hij op het kind toe. De vrouw sprong op om hem tegen te houden. Hij duwde haar van zich af en gooide haar tegen de grond. "Meester!" schreeuwde Mattanja, "het kind is doodziek, het zal sterven!"
Door haar tranen heen herkende de vrouw hem en zei zachtjes: "Dank je wel, lieve jongen."
Matathias stoorde zich aan dit alles niet. Hij nam het kind en besneed het in de naam van de God van Abraham, de God van Izaäk en de God van Jakob. De vrouw snikte. Mattanja had het wel willen uitschreeuwen, maar hij zweeg. Hij moest opeens denken aan de woorden van zijn vader: "Met de besnijdenis leert Jahweh ons dat Hij onze dood niet wil maar ons leven." En hij begreep dat de weg van Jesua een andere was dan de weg van Matathias.
De priester keerde zich om en verliet het vertrek. Hij stak de binnenplaats over en liep de poort door. Mattanja volgde hem de straat op. Hij durfde niet om te kijken, maar hij wist dat de vrouw hem nastaarde, verbijsterd, niet begrijpend. Mattanja wist ook dat de kleine Alexander de volgende dag niet zou halen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief