Over de ondeugd van de sleur
1996-09-20
Onder de zeven hoofdzonden van de evangeliedienaar zouden wij de sleur wel bovenaan kunnen stellen. Als wij een tijdlang in de bediening van het ambt staan en ons in de gemeente wat hebben ingeleefd, dreigt die lelijke zaak de kop op te steken. Iemand, die ons in onze arbeid ziet, bewondert ons misschien om onze werkkracht en om onze ijver. Het kan met ons zijn als met de engel der gemeente van Efeze, tot wie de Heere zei: 'Ik weet uw werken en uw arbeid en uw lijdzaamheid. Gij kunt de kwaden niet verdragen. Gij hebt beproefd degenen, die voorgeven, dat zij apostelen zijn en zij zijn het niet en hebt hen leugenaars bevonden; gij hebt verdragen en hebt geduld en gij hebt om mijns Naams wil gearbeid en zijt niet moede geworden'. Alles scheen goed te zijn. Wat eenmaal ter hand was genomen, werd onverdroten voortgezet. Het ontbrak niet aan het vermanen van de ongeregelden, aan het beoordelen van wat niet met de Geest des Heeren strookte. Gezegende gemeente waar zo werd gewerkt. En toch volgt er een berisping zo ernstig, dat al de lof erbij in het niet verzinkt.- Jaargang 40
- nummer 19
Maar Ik heb tegen u, dat gij de eerste liefde verlaten hebt. Daar ontbreekt aan die arbeid wat er geur en kleur, wat er leven en heerlijkheid aan geeft. De dienaar heeft iets van een locomotief, van welke de stoom is uitgegaan; de trein stuwt haar nog voort, hij doet haar wielen nog snel omwentelen, en zo kan het nog een geruime tijd gaan, maar het ogenblik nadert, wanneer de gang al minder en minder wordt en eindelijk alles stilstaat. Het werk, dat wij hebben ingericht houdt ons nog aan de gang, het is eenmaal in beweging en zo moeten wij zelf wel mee. En wij gaan ook mee. Onze plicht, onze roeping is het mee te gaan, te arbeiden en te dulden als het zijn moet. Maar hoe geheel anders staan wij te midden van die arbeid dan tevoren. Er komt een zekere verstarring oftewel verglazing. Het wordt alles zo voorspelbaar. De frisse nieuwheid is er af. Je kunt dat merken op verschillende terreinen. Wij denken aan de prediking. Die is zeker wel waar. Maar ze verrast niet meer. Wij menen dat dit veel voorkomt. Nog onlangs lazen wij een oude preek van zo'n veertig jaar geleden. Toen wij de lectuur ten einde hadden, dachten wij: wat is het nu dat deze preek zo vervelend maakt? Wij hebben ons in dit vraagstuk ernstig verdiept. Na enig denken vonden wij de oplossing. De predikant had zich volstrekt niet ingeleefd in de geheel eigensoortige betekenis van de tekst. Geen woord over het verband. Geen woord ook over enkele markante woorden en begrippen in de tekst. Welneen, de dogmatiek golfde over de tekst heen en drukte haar morsdood. Het stelsel vermorzelt dan dit speciale Godswoord. Je hoort dan, ondanks een andere tekstkeuze, elke zondag hetzelfde lied.
Dit is het eerste gedeelte van een artikel, dat Dr. A. van Brummelen te Huizen (NH) publiceerde in de 'Waarheidsvriend', wekelijks orgaan van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij signaleert in dit stuk een gebrek, dat heel wat preken misvormt. Bekend is de uitdrukking: Een dominee, die niet studeert, is niet bekeerd. Ik schrok toen ik eens een jonge collega hoorde zeggen, dat hij nog een preekje moest maken. Je krijgt dan de indruk, dat de beste man zoiets in no time in elkaar draait. En voorts was ik verbaasd toen ik een andere collega de opmerking hoorde maken, dat de voorbereiding voor de zondagse erediensten voor hem niet zo moeilijk was. Dan ben je of superbegaafd of je hebt nog nooit begrepen wat betekent. Het moet duidelijk zijn, dat er door een predikant gestudeerd moet worden. Je moet verder naar alle kanten van de maatschappij je poriën om zo te zeggen openzetten om eigentijds de boodschap van het evangelie te kunnen vertolken. Het gaat er daarbij om, dat het volle licht valt op de Persoon en het werk van onze Heiland, Jezus Christus, die aan de norm niet beantwoordt, is geen prediking. En wie niet Schrift met Schrift vergelijkt levert een fragmentarisch product, maar geeft geen echte Schriftopening en oefent niet in het omgaan met de totale Bijbel. Dan staan wij onbedoeld de voortgang van het werk van de Heilige Geest in de weg. Sleur bedreigt ons allemaal. Het is de goede gewoonte, die haar ziel verloor. Laten wij het gebed niet vergeten, als dominee niet en als gemeente niet. Want op het gebed verricht onze almachtige God ook vandaag nog wonderen van geloof en bekering via de zuivere verkondiging van het evangelie als het eerste en allesbeslissende kenmerk van de ware kerk!