Geloof in Christus en euthanasie (2)
1996-04-05
Door de Bijbel loopt een lange lijn van het lijden van de rechtvaardige. De lijn begint bijna in het begin, met het lijden van Abel, die door Kaïn vermoord werd. Op de lijn bevinden zich ook een Jozef en een Job, een David, een Elia, Jeremia en talloze andere vromen. Ze hebben ten zeerste geleden, allereerst door onrecht en vijandschap van goddeloze mensen, maar ook onder tegenslag en ziekte. En het lijden van al deze rechtvaardigen cumuleert in het lijden van de Rechtvaardige, Jezus Christus, de man van smarten.- Jaargang 40
- nummer 7
Een van de eerste dingen die we uit deze lijn van lijden kunnen opmaken, is, dat wij in ons lijden niet alleen zijn. We zijn - ook wanneer we lijden vanwege een ernstige handicap, ziekte of ouderdom - samen met de Kerk van alle plaatsen en alle eeuwen. Dat is al een lichtpuntje. Wij zijn in ons lijden, ik ben in mijn lijden, niet alleen, onze smart is gedeelde smart. Dat heft het heel persoonlijke en voor de enkeling altijd unieke karakter van zijn of haar lijden niet op, en evenmin de eenzaamheid die daarin gevoeld wordt, maar toch kan alleen al van deze lotsverbondenheid een zekere steun uitgaan, iets van de eenzaamheid weggenomen worden.
Maar ook op nog een andere, meer ingrijpende manier, is het lijden van de rechtvaardigen van het Oude en de Rechtvaardige van het Nieuwe Testament voor ons van betekenis. We mogen hen ook zien als voorgangers op de weg die wij soms ook moeten gaan. Zij zijn als een auto, die op gepaste afstand voor ons uit rijdt in de mist. Zo'n auto functioneert als een gids; hij rijdt waar wij straks komen, we kunnen onze koers een beetje op hem afstemmen. Maar zelfs meer dan voorgangers zijn zij. De HERE brengt ons in contact met het lijden van deze rechtvaardigen, zoals een maatschappelijk werker of arts ouders van dove kinderen, of mensen met een bijzondere ziekte of handicap met een vereniging van mensen, die in hetzelfde schuitje zitten, in contact brengt. Zij immers weten wat het is, voelen elkaar aan en kunnen daarom elkaar tot steun zijn en leren. Op dezelfde manier verenigt de HERE God ons via zijn Woord met andere gelovigen die lijden. Zij zijn er om van te leren, om ons te steunen.
Het is vanuit deze invalshoek dat ik dieper wil ingaan op omgang met lijden in onze samenleving en wat daarmee verbonden is, de vraag naar euthanasie.
Niet zozeer dus vanuit de optiek van wat mag of niet mag, maar vanuit de gedachte, dat er mensen zijn die ons een voorbeeld hebben nagelaten, opdat wij in hun voetstappen zouden treden.
Appels en peren?
Nu kan ik me voorstellen dat iemand een vraagteken bij deze benadering plaatst. Kan dat namelijk wel, die sprong maken van het lijden van de rechtvaardigen in het Oude en Nieuwe Testament, naar het lijden in onze samenleving t.g.v. lichamelijke of psychische moeite? Uit de psalmen immers blijkt, dat de rechtvaardigen vooral lijden onder de vijandschap van goddeloze medemensen, onder onrecht en leugen. Eigenlijk altijd is er ook sprake van een direct-religieuze dimensie.
En zelfs als ze ziek zijn is de angel van hun pijn gelegen in de reactie van de 'bedrijvers van ongerechtigheid' (verg. Ps. 6:9 w; 38:12 vv; 41:6 w). Is het algemeen-menselijke lijden niet van een dusdanig ander karakter, dat een vergelijking met het lijden van de rechtvaardigen en zeker met het lijden van de Rechtvaardige niet anders is dan een metabasis eis allos genos, in rond Hollands het vergelijken van appels en peren?
Gestalten van de dood
Hoewel er onderscheid bestaat tussen de oorzaken waardoor mensen lijden, liggen het lijden om onrecht en ziekte minder ver uit elkaar dan we op het eerste gezicht geneigd zijn te denken.
Ze verschillen, maar niet zodanig dat de omgang met de een geen betekenis heeft voor de omgang met de ander.
Op verschillende Schriftgegevens wil ik in dit verband wijzen. Zo worden beide oorzaken van lijden meer dan eens in een onderling verband samengebracht als gestalten van de dood waarmee de mens te maken kan krijgen. In Rom. 8:31-39 bijvoorbeeld vinden we twee opeenvolgende reeksen van machten die een mens op de knieën dreigen te krijgen. De eerste reeks is specifiek vanuit Paulus' situatie geformuleerd.
Genoemd worden verdrukking, benauwdheid, vervolging, honger, naaktheid, gevaar en het zwaard.
Woorden die, om het zo te zeggen, het typische lijden om Christus' wil verwoorden.
In de tweede reeks, die in precies hetzelfde verband staat, worden de andere gigantische machten waarmee ieder mens geconfronteerd wordt benoemd: dood en leven, engelen en machten, heden en toekomst enz. Niet alleen de dood kan een verschrikking zijn, ook het leven... Het zijn machten die ons vanwege hun omvang en kracht het zicht op God benemen kunnen.
Het typische lijden om Christus' wil en "het lijden van de tegenwoordige tijd" (Rom. 8:18) gaan hier samen op.
Ook bestaan belangrijke overeenkomsten tussen de beleving van het lijden vanwege menselijke vijandschap en vanwege ziekte. Wanneer je bijvoorbeeld Ps. 69 (een gebed om verlossing van vijanden) vergelijkt met Ps. 88 (een gebed om redding uit een dodelijke ziekte), dan vallen - behalve de verschillen in beleving - de grote overeenkomsten op. In beide gevallen is sprake van totale uitputting, het niet meer kunnen (69:4; 88:10). In beide gevallen is sprake van een confrontatie met overweldigende machten, het gevoel overspoeld te worden door machtige waterstromen (69:2 w; 88:8, 18). In beide gevallen is sprake van verlies aan waardigheid en eenzaamheid (69:9,13; 88:9,19). In beide gevallen is er sprake van het gevoel door God verlaten te zijn (69:18; 88:15). Zowel via vijandschap als ziekte, zo blijkt, komt de mens in aanraking met een vreemde, dreigende macht die hem kapot maakt, vernedert, in het domein van de dood brengt. Dit wordt op weer een heel andere manier bevestigd door de manier waarop wij tegenwoordig met de psalmen omgaan. De psalmen die wij tijdens of na ernstige ziekte keer op keer lezen, zijn in veel gevallen geschreven met het oog op situaties van verdrukking en vijandschap. Neem de psalmen 23 en 116. Terechtvallen we tijdens of na ziekte op deze psalmen terug. Toch blijkt uit Ps. 23:5a en Ps. 116:11, dat ze vanuit situaties van verdrukking geschreven zijn. De herkenbaarheid is ook in geval van ziekte echter zo groot, dat we er als vanzelf naar grijpen. In die vijand mogen we ook je ziekte zien, zeggen we. En terecht, want die ziekte is een vijand.
En dat geldt evenens voor de dood, die is een persoonlijke vijand. 'Dood', zo spreekt de Schrift persoonlijk aan (verg. Hos. 13:14; 1 Kor. 15:55). De laatste vijand, op wiens onttroning we verlangend wachten. Het is op grond van dergelijke gegevens dat we bovengenoemde sprong mogen maken. Maar het lijden van Christus dan? Dat is toch wel van een geheel andere orde?
Het lijden van de Knecht
In dit verband is het goed te wijzen op een detail uit de vierde profetie aangaande de lijdende Knecht des HEREN, Jes. 52:13-53:12. Zoals bekend sluiten vele elementen van deze profetie naadloos aan op de lijdensweg van de Here Jezus Christus.
Neem 53:7: Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open.
De lijdende Knecht is hier heel duidelijk de door onrechtvaardigen verdrukte Knecht. Toch wordt 'de man van smarten' (:3) niet minder getekend als een mens die het algemeen-menselijke lijden in zich omdraagt en wel op een zeer aangrijpende manier. We lezen dat velen zich over Hem ontzet hebben, omdat zijn gestalte niet meer menselijk (52:14) was. En: Hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante dat wij hem zouden hebben begeerd... Hij was vertrouwd met ziekte, als iemand voor wie men het gelaat verbergt(!). Zo reageren wij nog als wij iemand door zeer emstige ziekte of handicap zien aangetast.
Je wendt ontzet je ogen af, want het is niet om aan te zien, zo'n pijn kan de aanblik van een emstig zieke doen. Om het zo te zeggen: als er iemand door de bodem van het mens-zijn gezakt is, dan Hij wel. De Knecht, de Rechtvaardige (53: 11) lijdt dus niet alleen onder onrecht en verdrukking, maar ook onder ziekte en pijn. Het totaal aan menselijk lijden heeft Hij op zich willen nemen. En ook al kunnen wij dit gegeven niet direct met het beeld van de Christus van het Nieuwe Testament verbinden, ook Hij, de Knecht is een uitzichtsloos lijden doorgegaan. Hij heeft ook daarin met ons willen mee-lijden, is ons daarin voorgegaan.
Op lijden voorbereid
Een volgende keer hoop ik nader in te gaan op wat het lijden van de rechtvaardigen concreet voor ons betekenen kan. Nu wil ik bij een punt iets langer stilstaan. Vanaf het prilste begin heeft de Kerk dus geleefd met lijden en zelfs geleefd uit lijden. Dit huiveringwekkende gegeven - want huiveringwekkend is het - moet ons ervan doordringen, dat in het leven van de gelovige nog steeds de mogelijkheid om voor God te moeten lijden aanwezig is. De navolging van Christus en kruis dragen zijn blijkens Zijn eigen woorden (Mc. 8:34) zelfs onlosmakelijk verbonden.
Daarmee is natuurlijk niet bedoeld, dat we het lijden moeten zoeken, noch minder dat we het tot een cultus moeten verheffen, maar wel dat we het niet ontlopen mogen als het niet anders kan.
En dat is iets heel moeilijks, iets bijna tegennatuurlijks. Want wij mensen zijn van nature geneigd ten opzichte van de moeiten van het leven de makkelijkste en veiligste weg te bewandelen en dus - overigens heel begrijpelijk! - geneigd lijden te mijden. Dat de weg waarop Christus ons voorgaat niet zelden door lijden heenleidt, is zeker in onze samenleving een uiterst moeilijk te verteren gedachte. Dat komt omdat de mens, zoals die van nature is, in onze samenleving voortdurend op zijn wenken bediend wordt. In vele opzichten zijn wij erin geslaagd een paradijs op aarde te creëren. De persoonlijke confrontatie met lijden is vanuit deze situatie een wel heel grote sprong. En dan kan in heel concrete situaties het spoor van iemand die probeert gelovig achter Christus aan te gaan, wijken van het spoor van iemand die dat niet doet. Het kan, en in onze samenleving gebeurt het ook. Ik zie het gebeuren in de manier waarop in onze samenleving omgegaan wordt met de moeite van het leven. Velen zijn er die de moeite van het krijgen van een verstandelijk of lichamelijk gehandicapt kind mijden m.b.v. een abortus. Velen zijn er die hun relatieproblemen 'oplossen' door een echtscheiding. En deze omgang met de moeiten van het leven werkt ook door in de omgang met ernstige ziekten en handicaps. Nee, denk nu niet dat ik hiermee het laatste woord over abortus, echtscheiding of euthanasie gesproken denk te hebben. Het gaat me om de algemene lijn. En die algemene lijn wijkt af van de lijn van lijden van de Rechtvaardige, die door de Schriften loopt.
Christen-zijn is achter Christus aangaan.
Maar het is - hoe moeilijk ooknooit zonder perspectief. Als wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.