Samen op weg?
1996-04-05
Eerst iets over de aanleiding tot dit artikel. Die ligt in een beschouwing van de Hervormde emeritus-predikant dr. A.A. Spijkerboer in het blad ‘Kerk en Theologie’, over de problemen rond het Samen op Weg-proces. Bijna aan het eind daarvan staat het volgende: “Er zijn toch nog andere kerken dan de gereformeerde, de hervormde en de lutherse? Jazeker, die zijn er (en ik kijk altijd met een beetje afgunst naar de Nederlands Gereformeerden), maar hereniging met deze kerken is niet aan de orde” (Kerk en Theologie, januari 1996, blz. 70).- Jaargang 40
- nummer 7
Nadat de blos van mijn wangen is verdwenen (zo verwend zijn wij nu ook weer niet met complimenten) blijven bij mij twee vragen over; en daar wil ik in dit artikel iets over zeggen. De eerste vraag is: Hoe is onze houding ten aanzien van Samen op Weg (of, afgekort: SoW)? En de tweede: is de afgunst van Spijkerboer terecht?
Wij en SoW
Hoe wordt er onder ons gedacht over het SoW-proces? Het meest waarschijnlijke antwoord op die vraag luidt: er wordt - op een enkele uitzondering na - helemaal niet over gedacht.
Samen op Weg is voor de meesten van ons een gebeuren dat ons niets zegt - en dat verbindt ons dan weer met de overgrote meerderheid van de leden van de SoW-kerken (Hervormd, Gereformeerd, Luthers). Samen op Weg leeft niet op 'het grondvlak van de kerken'. Begunstigd door het moderne individualisme is de kerkelijke horizon van de meeste mensen beperkt tot de eigen plaatselijke gemeente; dat geldt zowel voor leden van de SoW-kerken als voor die van een kleinere kerk als de onze. Het eigen, meer monochrome kerkelijke hemd is nu eenmaal nader dan de verwarrend veelkleurige rok van de oecumene; waarbij het verbazend weinig verschil maakt of dat nu de 'grote' dan wel de 'kleine' oecumene betreft.
En voorzover Samen op Weg in onze kring dan nog in beeld komt - een enkele keer gebeurt dat natuurlijk toch wel - dan is dat naar mijn indruk vooral op een wat meesmuilende toon, zo van: "Zie dat geklungel toch eens aan". En het verbaast dan ook niet dat een sarcastische opmerking als: 'Samen op weg: naar de afgrond' een aantal jaren geleden onder ons kon rekenen op wat instemmend gegrinnik.
Hoop
Persoonlijk hoop ik, dat SoW wèl lukt.
Ik heb daar minstens twee redenen voor:
1. De eerste is de eer van God. Het lijkt mij voor de eer van onze Here God erger als SoW niet lukt, dan wanneer het wèl lukt.
2. Wellicht kan er van een Verenigde Protestantse Kerk ook een stimulans uitgaan op wat we dan plegen te noemen 'de kleine oecumene'.
Op beide punten wil ik nader ingaan.
Gebed
Natuurlijk: er zijn best bezwaren in te brengen tegen allerlei theologische aspekten van wat er in de SoW-kerken gebeurt. In zijn artikel noemt Spijkerboer dat ook ergens, als hij het heeft over (Hervormde én Gereformeerde) theologen, die "wel eens dingen zeggen waarbij je hart in elkaar krimpt".
Inderdaad, dat is zo. En wij, met ons type kerk-zijn, waarbij het aksent in het begrippenpaar Waarheid en Eenheid meer bij het eerste dan bij het tweede ligt, wij zouden het ook niet volhouden in een zo ander kerk-type.
Vanouds is ons immers geleerd dat voor de waarheid alles moet wijken, en dat eenheid een mooi doel is om naar te streven, maar toch nooit mag gaan ten koste van de waarheid (ik kom daar nog op terug).
Goed, dat is een duidelijk verschil tussen de SoW-kerken en ons. Maar wat let ons eigenlijk om voor hen te bidden?
En dan niet zozeer bidden om bekering Oe komt ongemerkt zo gauw terecht bij het gebed of God hen maar net zo wil maken als wij zijn; en dat lijkt wel erg veel op het bidden van de Farizeeër, in Lukas 18), nee, bidden voor de SoW-kerken: dat de Here Zijn Naam groot zal maken, dat Hij door zal gaan met Zijn werk, dat Hij Zijn gemeenten zal bewaren in de stormen van deze wereld.
Verelendung
Of is dat een al te dwaze gedachte, dat wij zó voor hen zouden bidden?
Mógen we misschien niet eens zo bidden?
Nee, dat die vragen gesteld worden hoeft ons niet te verbazen. Wij hebben immers - vanuit ons Vrijgemaakte verleden - een soort kerkeijke pendant meegekregen van de Verelendungstheorie van Marx.
U weet: Marx ging er, in het midden van de negentiende eeuw, vanuit dat de arbeiders het in de loop van de tijd alleen maar nog slechter konden krijgen; hun ellende zou almaar groter worden ('Verelendung', noemde hij dat). En dat zou dan met absolute zekerheid uitlopen op de revolutie, waarbij de arbeiders, de proletariërs, op gewelddadige wijze de macht zouden grijpen, om zo tenslotte datgene te krijgen waar ze recht op hadden.
Een andere mogelijkheid was er niet in de visie van Marx.
Nu, het lijkt soms wel, alsof wij een kerkelijke variant van deze leer hanteren: een kerk die op een bepaald punt afgedwaald is, kán van nu af aan ook alleen maar nog vérder afdwalen; met een ijzeren noodzaak zal het van kwaad tot erger gaan. Een redenering die vooral heel gangbaar is (geweest) in de manier waarop aangekeken werd tegen de ontwikkelingen in de Gereformeerde kerken (synodaal), ná de Vrijmaking. Waarbij we achteraf eens te meer het gelijk bevestigd zagen van de destijds door ons gemaakte keus.
Nu, in dit gedachten klimaat rest ons in de relatie met andere kerken eigenlijk niet anders dan het gebed om en de oproep tot bekering. Voor een gebed om Gods zegen, om Zijn leiding, ook voor kerken die zo anders zijn dan de onze, is in feite geen ruimte meer. Wie dat wél doet, suggereert immers onvermijdelijk dat het misschien nog wel een beetje meevalt, en dat God ook in die kerken nog bezig zou kunnen zijn Zich een gemeente te vergaderen.
Maar met deze Verelendungs-theorie maken we het onszelf toch te gemakkelijk.
We sluiten ook bij voorbaat onze ogen voor de mogelijkheid dat de Here ook vandaag nog wonderen wil doen. Kontrasteer dat eens met het bij sommigen vrijwel grenzeloze vertrouwen dat de Here in de (nabije) toekomst nog wonderlijke wegen zal gaan met Zijn oude volk Israël. Waarom wél met Israël, en niet met de/een kerk? Welke winst zou er trouwens voor ons gelegen zijn in het mislukken van SoW? Ja, de genoegdoening dat het dáár óók niet lukt. Maar dat is meer een argument naar het vlees, dan vrucht van de Geest. Daarom: als het vastlopen van SoW de vijanden des Heren reden zou kunnen geven om Zijn Naam te lasteren, dan staat ons maar één ding te doen, en dat is Hem bidden om Zijn zegen.
Orthodoxer
Ik kom bij het tweede door mij genoemde argument waarom ik hoop dat SoW wél slaagt: de mogelijke stimulans op de 'kleine oecumene' (de samenwerking tussen de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt, de Christelijke Gereformeerde Kerken, en onze Nederlands Gereformeerde Kerken).
Ik denk dat wij, de kleine oecumene, op dit moment al heel weinig reden hebben om het SoW-proces met ons kritisch kommentaar te begeleiden.
Zeker, wij als kleinere kerken ter rechterzijde zijn - generaliserend gesproken, dat wil zeggen de kerken als totaal nemend - orthodoxer dan de SoW-kerken. Die eer zal men ons vanuit SoW ook wel gunnen - hetzij met frisse tegenzin, hetzij alleszins luchthartig.
Echter: wat een schraal genoegen is dat voor 'ons'! Wat hebben wij immers te bieden tegenover het gemodder van Samen op Weg? Niet veel meer dan een met roerende trouw verdedigen van onze eigen tradities; een zorgvuldig cultiveren van het eigene, in onderscheid van de anderen. Waar is onder ons de vreugde van het vrijuit en voluit leven uit het Evangelie van de genade? Waar is de volle verzekerdheid dat wij, individueel noch kerkelijk, gered kunnen worden door onze goede werken, maar alleen door telkens weer onze lege handen op te houden voor de troon der genade?
Of is kerkelijke verdeeldheid de prijs die betaald moet worden voor orthodoxie?
Is eenheid alleen te verkrijgen tegen inlevering van de waarheid, of minstens verzwakking daarvan? Dat roept de vraag op: wat is ('hun') eenheid waard, als die ten koste gaat van de waarheid? Maar die vraag komt per kerende post terug op ons eigen hoofd: want wat is ('onze') waarheid waard, als die ten koste gaat van de eenheid? Hoe kan de waarheid van de orthodoxie zich ooit bewijzen door het afweren van de eenheid? Zo daagt SoW ons, de kleinere kerken, uit om antwoord te geven op een aantal lastige vragen. En we doen er goed aan ons daar vooral niet te gemakkelijk vanaf te maken. Ter voorkoming van misverstand: ik heb niet één kerk speciaal op het oog; het gaat me om al die kerken en Christenen die geneigd zijn zich te laten voorstaan op hun trouw aan Gods Woord en hun vasthouden aan de belijdenis der vaderen.
Wij hebben teveel boter op onze orthodoxe hoofden, dan dat we het ons zouden kunnen permitteren om het SoW-proces vanuit onze veilige burchten met ketelmuziek te begeleiden.
Daarvoor zijn de ons gestelde vragen te indringend.
Nederlands Gereformeerd
Ik trek de cirkel nog wat kleiner en kom dan bij onze eigen Nederlands Gereformeerde kerken. Ontegenzeggelijk hebben wij iets vóór op de andere kerken van de 'kleine oecumene': wij hebben naar verhouding het minste met ons mee te sjouwen aan kerkelijke tradities. Dat is niet iets om trots op te zijn; en het is al helemaal geen verdienste van ons - we hebben er de prijs voor moeten betalen van (in deze eeuw) twee kerkscheuringen, waar wij beide malen als de kleinste groep uit zijn gekomen; en de kleinere krijgt nu eenmaal het kleinste deel van de erfenis uit het eens gezamenlijk bewoonde huis. Vooralsnog lijkt me dat niet iets om je op te laten voorstaan. Maar goed, het resultaat is wel dat wij het onbevangenst omgaan met tradities; en dat kunnen we dan wellicht ook nog weer vruchtbaar maken. Als er immers enige waarheid schuilt in de gedachte dat wij, als onbedoeld neven-effekt van onze geschiedenis, van de Here ook iets goeds ontvangen hebben op dit punt van een minder sterke binding aan de traditie, dan is dat in elk geval nooit bedoeld om daar nu lekker onder elkaar van te gaan zitten genieten, maar dan komt daarin ook altijd de opdracht mee om datgene wat ons gegeven is van nut te maken voor een bredere kring van mensen en, zo mogelijk, van kerken.
Waar zou je dan aan kunnen denken?
Nu, misschien - maar ik wil me heel voorzichtig uitdrukken; het gevaar van hoogmoed ligt hier wel erg op de loermisschien hebben wij door onze geschiedenis toch een wat meer direkte toegang gekregen tot de Schrift; worden wij wat minder gehinderd, wat minder afgeleid, door dingen die als het erop aankomt niet horen tot de kern van het geloof en van ons leven met de Here. Op dat punt zouden wij een (kleine) voorsprong kunnen hebben op de andere kerken van de 'kleine oecumene'.
Resultaat-denken zal nu onmiddellijk vragen naar de konkrete, tastbare, meetbare effekten. Helaas: hier valt niet veel te meten. Hier valt slechts een geest te proeven, een gezindheid zich eigen te maken. Zó leven, mét het gegevene, in een houding van dienstbaarheid, en vooral niet van min of meer heimelijke superioriteit - een gevaar dat zeker ook ons bedreigt! - dat is wat mij voor ogen staat. Wil de Here dat zegenen: Halleluja, Hem zij de eer! En wil Hij het niet zegenen (althans niet binnen afzienbare tijd en niet in een voor ons tastbare vorm) welnu, ook dan hebben we slechts gedaan wat we moesten doen, wij zijn onnutte slaven, die te allen tijde slechts wachten op het genade-woord van hun Heer.