Gisteren en vandaag
1996-04-05
Sinds ons jongste kind in de brugklas zit, heb ik het gevoel dat mijn dag langer is. Er komt niemand thuis tussen de middag, en ik kan net zo lang met mijn bezigheden doorgaan als ik wil. En dat komt goed uit, want ik had mij de afgelopen winter een doel gesteld. Mijn moeder vroeg mij jaren geleden al of ik de levensgeschiedenis van haar ouders voor haar wilde 'vertalen'. In die zin, ze had zelf het hele verhaal opgeschreven en nu moest er een voor de hele familie leesbaar geheel van gemaakt worden.- Jaargang 40
- nummer 7
Natuurlijk beloof je dat te zullen doen, maar eerlijk gezegd schoof ik het steeds voor me uit. Ik had voor mezelf wel een excuus om het nog uit te stellen. Maar opeens bedacht ik, dat ook mijn moeder op deze oude aarde niet het eeuwige leven heeft. Wil ze er nog iets van zien, van dat verhaal, dan moet ik nu beginnen. Alle niet echt noodzakelijke dingen heb ik dus aan de kant geschoven. 's Morgens kinderen naar school, huis opruimen, koffie en naar boven. Daar staat mijn eigen stokoude computertje.
Zo nu en dan heeft hij kuren en moet deskundige hulp worden ingeroepen om de bestanden van elkaar te scheiden. (Ik zal wel iets fout doen!) Maar ondanks dat, springen de zinnen op het scherm, terwijl ik anders alles wat ik schrijf moeizaam uit mijn ziel wring. 'Heer, herinner U de namen van hen die gestorven zijn', denk ik terwijl het leven van mijn grootmoeder zich voor mijn ogen afspeelt. Als ik 's avonds onder mijn dekbed kruip, ben ik bijna Ytje Wagenaar-Elzinga, wijlen mijn oma. Haar gedachten en emoties zijn de mijne. Ik huil met haar mee als haar man sterft en ik sta op de avond van zijn begrafenis met haar in de tuin. En ik hoor in mijn hoofd de woorden die haar gegeven worden en die haar een leven lang zullen begeleiden: 'Ik zal u niet begeven en ik zal u niet verlaten. Mijn oog zal altijd op u zijn'. Het is voor mij of de geschiedenis vandaag gebeurt. Dat houdt me bezig als ik de badkamer een beurt geef en de kamer stofzuig. Ik loop even naar boven en schrijf wat op, blijf er een hele tijd aan zitten werken, en dan is het opeens één uur.
Een week is zo voorbij, het wordt zondagmorgen.
Het is geen 1922 en ik ben vergeten te strijken deze week. Koos moet een overhemd aan, dus voor kerktijd nog achter de strijkplank. Een uur later zitten we in de kerk. En dan pas ben ik weer mezelf.