Geloven in de markt
1996-04-19
In de afgelopen week maakte een van de grootste verzekeraars van ons land zijn jaarcijfers bekend: een toename van de netto winst met twintig procent.- Jaargang 40
- nummer 8
Een bedrag met acht of negen nullen. Belangrijkste reden voor de winststijging, zoals een van de bestuurders van het concern fijntjes uitlegde, is de terugtredende overheid.
Nu is het natuurlijk de vraag waar al die nullen vandaan komen. Van de 'consument' vermoedelijk. Voor u en mij is dat misschien nog niet zo'n probleem, maar voor wie minder bedeeld is dan de Nederlands Gereformeerde common man, komen de klappen van de terugtredende overheid harder aan.
Want niet alleen de ziektewet en de WAO gingen kortelings voor de bijl, ook in het openbaar vervoer, het onderwijs, de cultuur, de energievoorziening en de media doet de overheid flinke stappen achterwaarts. Om daarmee beleefd ruimte te maken voor 'de markt'. En de boodschap die opklinkt uit Haagse en Brusselse wandelgangen is dat dat veel beter is. Beter voor Europa en zo.
Kort geleden verscheen er een buitengewoon interessant boekje van oudparlementariër Thijs Wöltgens (PvdA), thans burgemeester van Kerkrade. 'De nee-zeggers, de politieke gevolgen van het economisch liberalisme' is volgens eigen zeggen een pamflet. En inderdaad, ondanks het hoge carnaval-gehalte van de auteur, staat het boekje vol met messcherpe woorden en vlammende betogen: tegen het neoliberalisme, tegen het individualisme en tegen het allesoverheersende marktdenken van onze tijd.
Hoewel 'De nee-zeggers' niet zo makkelijk wegleest geven de rondborstige beledigingen aan het adres van politici en economie het boek bepaald vleugeltjes.
Markt
Wat Wöltgens aan de kaak stelt is nogal wat. In de eerste plaats hekelt hij de voortdurende oproep tot aanpassing in naam van vage economische wetmatigheden. We hebben geen keus, zeggen politici. Maar dat is onzin: ze kiezen ervoor om geen keus te hebben. En blijkbaar kiezen alle politici daarvoor, want overal heersen dezelfde economische wetten.
Daarom wordt 'van Zweden tot Zuid-Afrika dezelfde koers gevaren. Regeringen wisselen, politieke leiders komen en gaan, maar het beleid blijft onveranderd.
Vervolgens nagelt Wöltgens het moderne marktdenken aan de schandpaal.
De marktideologie, zegt Wöltgens, verbiedt het de overheid om zwakkeren te beschermen. Dat zou die zwakkeren alleen maar lui maken en de zuivere marktwerking verstoren.
En zo heeft het marktdenken het terrein van de moraal betreden. Begrippen als rechtvaardigheid en dienstbaarheid worden onderworpen aan de markt. En dat terwijl het marktmechanisme zelf gebaseerd is op schaarste, en schaarste is - althans in economische zin - niets anders dan gecultiveerde hebzucht. Een mooi principe om je ethiek op te baseren.
Geloof
'De Nee-zeggers' is geen christelijk boek. Toch haalt Wöltgens regelmatig bijbelse beelden en motieven aan.
Hoewel zijn parafrases nogal rommelig zijn, wijzen ze de goede verstaander op een onthutsend feit: het evangelie van Jezus maakt gehakt van het moderne marktdenken. Jezus microethiek (maar wat is micro?) staat haaks op de wetmatigheden van het economisch liberalisme. Maar vreemd genoeg zijn er nauwelijks christenen die daar consequenties uit trekken. Is het gek dat de christendemocatie in Europa niet meer geloofwaardig is?
Klaarblijkelijk hechten de meeste christendemocraten meer geloof aan de markt dan aan de levende God.
Wöltgens noemt het neoliberalisme dan ook een geloof. En tegenover dat geloof past iets dat wars is van marktdenken: een ideaal. Wöltgens roept op tot een moderne devotie die net als de middeleeuwse kloosterorden, onafhankelijk is van wereldse macht en geld.
Hij zal dat wel overdrachtelijk bedoelen, maar ik zou dat wel wat letterlijker willen nemen. Tegenover het neoliberalisme als geloof past een ander geloof. Een beter geloof.
Thijs Wöltgens - De nee-zeggers, de politieke gevolgen van het neo-liberalisme - uitg. prometheus, Amsterdam.