Een prachtige serie!
1996-04-19
Het is al weer een aantal jaren geleden dat ds. Gert van den Brink, emeritus-predikant van Rotterdan-Overschie, gevraagd werd een serie van 80(!) radio-uitzendingen te verzorgen over het Evangelie van Mattheus. Dat zou moeten gebeuren voor de EO-microfoon, plaatsvinden in drie series lezingen, verspreid over drie jaar. Na enige aarzeling heeft hij erin toegestemd dat project te ondernemen en wie (delen van) die serie op de radio gehoord heeft weet: dat dat ook gelukt is, op formidabele wijze gelukt zelfs!- Jaargang 40
- nummer 8
Werken met de massamedia geeft zijn eigen moeite en vreugde; een van de aspekten is uiteraard dat je tevoren nooit weet waar je boodschap allemaal wel zal landen! Ik herinner me dat ds. Van den Brink diverse malen zijn grote verbazing en vreugde erover uitsprak dat er zoveel respons op die serie kwam en dat juist uit het katholieke Zuiden van ons land zoveel gereageerd werd. Mensen die hem schreven dat ze elke week met een hele groep luisterden en het gehoorde verder bespraken, er een Bijbelstudieavond omheen creerden. Anderen die hem vertelden dat ze elke week baden dat de Here God hem het leven zou geven om in elk geval deze serie af te maken, omdat ze er zoveel van leerden en er zoveel geestelijke winst bij hadden! Juist voor iemand die een deel van zijn loopbaan in het Zuiden heeft doorgebracht moet dat iets ontroerends en groots zijn geweest, dit (radio- en correspondentie) - contact met Rooms-Katholieken in Brabant en Limburg. En zij waren niet de enigen die van hun waardering blijk gaven.
Nu meen ik dat ds. Van den Brink een begenadigd prediker is en een bewogen verteller van Gods grootheid. Bij lezing van zijn (driedelige) serie boeken gaat dus het element verloren van de mondelinge overdracht. Het zou mooi zijn om de hele serie van 80 uitzendingen geregeld te kunnen beluisteren!
Nu de EO bij mijn weten zo'n serie nooit heeft uitgebracht, is het echter goed om de lezingen in boek vorm te kunnen volgen. De onder ons bekende Amsterdamse uitgeverij Buijten en Schipperheijn maakte er een keurige editie van, een boekje per serie lezingen.
De serie wil aandacht schenken aan de vragen van de gemiddelde en gewone Bijbellezer. Tevergeefs zoekt men daarom naar een uitvoerig notenapparaat en allerhande verwijzing naar nieuwe en oude literatuur over dat onderwerp die in binnen- en ook in buitenland verschenen is. Toch heeft de schrijver zich bewust van zeer veel literatuur op de hoogte willen stellen alvorens hij tot zijn afwegingen kwam en dat is ook te merken in de exegetische opmerkingen. (Er komt overigens wel geregeld een verwijzing voor naar exegetisch werk; dat gebeurt meestal en passant.) Omdat de spits zeker niet uitsluitend exegetisch, maar ook pastoraal wil zijn, is er veel dat wil appeleren aan de vragen die menszijn in onze tijd steeds weer oproept.
De laatste dingen
Bij een nauwgezette recensie hoort toch wat uitwerking van een gedeelte.
Dat wil ik ook doen; ik kies (tamelijk willekeurig) wat passages uit de rede over de laatste dingen in hoofdstuk 24 van het Evangelie. Dat is (voor de goede orde hier gemeld) dus een passage uit het derde deeltje van de serie.
Vanaf p.65 gaat het over de Eindtijdrede.
Daarbij [s de toon zeer sober.
Zoals te verwachten is, is er weinig spoor van Hal Lindsey-achtige fantasieen.
Meer nog, "Prof. D. Holwerda heeft mij ervan overtuigd dat de verzen 4-31 in eerste instantie en in zijn geheel slaan op de verwoesting van Jeruzalem." Hier is er een verwijzing naar een artikelenserie in Opbouw uit 1975.
Aan de hand van het werk van Flavius Josephus wordt verteld over de rampspoed die over de stad Jeruzalem gekomen is, toen Romeinse legioenen het beleg om haar sloegen. Van den Brink schuwt krachtige uitspraken niet, maar steeds komt pastoraal besef boven. Een m.i. kenmerkende passage:"
Het zwaarst weegt de haat uit eigen kring: kinderen die in hun fanatisme hun ouders overleveren en ouders kinderen. Veel gelovigen knappen daar op af. Hun liefde verkeert in haat. Verloedering treedt op als gevolg van wetsverachting. De messianistische rebellenleiders zijn godvergeten criminelen geweest. Nooit werd een klimaat geschapen zo koud en hard als tijdens het beleg van Jeruzalem."
(67) Wie Flavius Josephus' verslag leest kan het moeilijk met van den Brink oneens zijn!
Op p.69 geeft hij een heel sobere (en bescheiden) duiding van de "raadselspreuk"
van het aas en de gieren die er zich omheen verzamelen.
Bij zijn conclusies (71,72) begint hij met deze zin:"Jezus' voorzeggingen zijn zeer vertroostend." Na verwijzing naar vele seismische activiteiten, zoals de recente aardbevingen van Los Angeles en Kobe) vervolgt hij:"De evangelieverkondiging over de hele wereld is een machtig en vertroostend signaal: de Heer is al dichtbij.
(Hebreeen 10:37)"
Een tweede conclusie is:"Hoe machtig is onze Heer, dat Hij 2000 jaar geleden, deze dingen reeds voorzegde. Hij is de Heer van de toekomst. Alle trucs van de vijand zijn Hem bekend, zoals de geheime plannen die de koning van Aram indertijd in zijn binnenkamer beraamde, bekend waren aan de profeet Eliza. (2 Kon.6:8 w.)"
Geloofsopbouw
Een klein punt dat me spijt is dat hij de verwijzingen globaal houdt. Als hij spreekt van de Christenen die naar Pella in het Overjordaanse vluchten en dan verwijst naar werk van de vroege kerkhistoricus Eusebius van Caesarea, wil ik graag precies weten waar dat staat. Nu telt mijn oude editie van dat werk (met grote bladzijden) 466 pagina's! Dan helpt het om er even bij te zeggen dat dat bij Eusebius te vinden is in boek 111, hoofdstuk 5, pericoop 3. Bij verwijzing naar het standaardwerk van Schurer op dezelfde pagina 68 treft me hetzelfde. De twee (verkorte) delen die ik van Schurers werk bezit hebben samen al 830 bladzijden; het is dan onbegonnen werk om een algemene verwijzing daarin snel op te zoeken. Dat is jammer, maar geeft aan dat Van den Brink niet primair schrijft voor mensen die alle verwijzingen willen gaan nalezen. De drie boeken zijn dan ook niet bedoeld als wetenschappelijke studie, maar ze streven geloofsopbouw na. "Voedsel voor het hoofd" staat echter niet op gespannen voet met "brood voor het hart".
Het zou zeer te wensen zijn, als lezers zich deze serie zouden gaan aanschaffen.
Waar vroegere generaties Gereformeerden vaak de Korte Verklaring in de kast hadden staan (die niet zo veel meer gelezen wordt, heb ik de indruk) zou het mooi zijn, als een nieuwe generatie zich nu eveneens voorzag van deugdelijk materiaal; de aanschaf van deze serie zou alvast een heel mooi begin zijn! Het zou bovendien niet gek zijn, als kerkeraden (een of meer delen van) deze serie zouden overwegen, wanneer men een belijdenisgeschenk zoekt.
Ds.G. van den Brink. Matteus. 3 delen.
Buijten en Schipperheijn. Amsterdam.