Ex Libris
1996-04-19
Het huwelijksfeest- Jaargang 40
- nummer 8
"Dat boek staat me tegen", zei mijn vrouw, "ik wil het verder niet lezen."
het ging over het nieuwste boek van Meint R. van den Berg: Huwelijksfeest.
Toen ik het binnen kreeg, snuffelde ik er even in, het pakte me direct en tot het einde toe heeft het me geboeid.
Dat kan ik echt niet zeggen van alle boeken die op mijn tafel terecht komen. Maar tegelijk had ik een soortgelijk gevoel als mijn vrouw, de inhoud stond me ook tegen. Een vreemde tegenstrijdigheid?
Het boek sluit aan bij de actualiteit; het gaat over een dominee die overspel pleegt. Daar is het laatste jaar al heel wat over geschreven en Van den Berg heeft er nu een roman aan gewijd. De titel van het boek is wrang: het verhaal begint ermee dat de hoofdpersoon, Andries, een predikant, over enkele weken vijfentwintig jaar getrouwd zal zijn. Zijn twee kinderen zijn al met de voorbereidingen van het feest bezig en ook gemeenteleden werken aan plannen voor de grote dag. Maar ...
Andries heeft al twee jaar stiekem een verhouding met Yvonne, een gescheiden vrouwen lid van zijn gemeente.
Intussen gaat hij gewoon door met preken en met al het andere werk dat een predikant moet doen. Hoe krijgt hij dat met zijn geweten voor elkaar? Hoe verantwoordt hij dat tegenover God?
Dat intrigeerde me, dat maakte dat ik geboeid was, maar tegelijk wekte het een zekere weerzin op. Andries probeert zijn geweten dicht te schroeien, hij vertoont steeds meer het karakter van een gespleten persoonlijkhied. Hij duikt, zoals hij dat zelf uitdrukt, onder in een diepzee van bedrog.
Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste is een dagboek van Andries waarin hij terugblikt en beschrijft hoe zijn relatie met Yvonne is begonnen en hoe het verder is gegaan. Tegelijk vertelt hij over het heden, o.a. over de voorbereiding voor het feest. De spanning waarin hij leeft, komt zo heel overtuigend over. Hij probeert wel onder het feest uit te komen, maar, zo schrijft hij, "om geen argwaan te wekken kan ik het er natuurlijk niet te dik opleggen. Noodgedwongen moet ik het spel meespelen, want onder geen beding mag mijn relatie met Yvonne aan het licht komen. Dat heb ik haar van het begin af voorgehouden en zij stemt daar (nog?) mee in."
Het tweede deel bestaat uit maar acht bladzijden. Het is een brief voor het moderamen van de kerke raad waarin de hoofdonderwijzer Koelman beschrijft hoe hij van het overspel heeft gehoord. De dochter van Yvonne heeft haar moeder en de dominee in bed betrapt en is in haar radeloosheid naar de onderwijzer gevlucht. Ze heeft hem alles verteld en Koelman brengt schriftelijk verslag uit.
Het laatste deel, ruim veertig bladzijden, is geschreven door Sarie, de vrouw van de dominee. Op de morgen van wat een feest had zullen worden, heeft Andries tegenover zijn vrouwen twee kinderen de verhouding met Yvonne bekend, hij is daarna meteen vertrokken en bij Yvonne gaan wonen.
Ziehier de geschiedenis in een notedop.
Het eerste deel is het belangrijkste; daarin vinden we de gedachten van Andries, zijn verlangen naar Yvonne maar ook zijn besef dat hij verkeerd doet. Soms is hij heel eerlijk tegenover zichzelf. Zo vertelt hij dat hij af en toe ook nog wel met zijn eigen vrouw naar bed ging om te voorkomen dat die argwaan zou krijgen. In feite bedroog hij dus beide vrouwen en, zo schrijft hij: "Ik walgde van mezelf."
Die walging was er overigens niet steeds. In het begin is hij het die Yvonne overhaalt tot dingen waarvan ze zegt: "Het kan niet. Je bent getrouwd. Het gaat tegen Gods gebod in. Dat weet jij als predikant toch. Het is beter dat je nu weggaat en niet terugkomt." Maar hij houdt vol, zet zijn wil door: "Hoe kan zoiets moois als liefde nu verkeerd zijn." En Yvonne bezwijkt voor hem.
Als de zaak aan het licht komt, toont geen van beiden een spoortje berouw.
Tegen een afvaardiging van de kerkeraad zeggen ze: "We weten dat het niet volgens de regels is, maar we zijn ervan overtuigd dat God er begrip voor heeft en het ons niet kwalijk neemt."
Uiteraard kan ik niet de hele geschiedenis navertellen. Laat ik hiermee volstaan: Op de dag van het huwelijksfeest biecht hij alles op en nog dezelfde dag verlaat hij zijn vrouwen trekt bij Yvonne in. Zijn vrouw is eerst diep gekwetst, wordt dan verbitterd, maar gaat tenslotte toch aan zichzelf twijfelen. Misschien heeft ze inderdaad wel schuld! Toch, op de laatste bladzijde, schemert de hoop door: Zou alles nog weer goed kunnen komen?
Ik heb moeite met dit boek. Ja, ik heb het met een zekere spanning gelezen, maar ten diepste stelt het me teleur.
De hoofdpersoon schuift al te gemakkelijk de schuld op zijn vrouw. En die vrouw heeft te veel weg van een karikatuur.
Als vent zou je toch binnen de kortste keren schoon genoeg van zo'n mens krijgen? En zo wordt begrip opgewekt voor de zonde! Ik ben ook bang dat het boek schade kan veroorzaken bij in de steek gelaten vrouwen en dat het anderzijds door sommige mannen als een verdediging van hun gedrag gehanteerd zal worden. Het is een verantwoordelijkheid waarvan een schrijver zich bewust hoort te zijn.
Maar ik wil eraan toevoegen: het lijkt me dat vooral ouderlingen en predikanten er nut van kunnen hebben; het boek kan hun inzicht geven in een denk- en gevoelswereld die hun misschien volkomen vreemd is.
Omvang 144 bladzijden.
Uitgever: Kok Voorhoeve, Kampen