Baanblijheid en arbeidsvreugde
1996-05-03
Veel mensen in onze samenleving zoeken hun levensgeluk vooral in betaald werk. Door de emancipatiebeweging wordt een betaalde baan - d.w.z. economische zelfstandigheid - nog steeds van grote, zo niet onmisbare betekenis geacht voor het levensgeluk van vrouwen.- Jaargang 40
- nummer 9
De emancipatiebeweging heeft zich, met in haar voetspoor de Nederlandse overheid, in de afgelopen decennia daarom sterk gemaakt voor een grotere deelname van vrouwen aan het arbeidsproces. De overheid vond het zelfs nodig om meisjes die na 1990 achttien jaar werden te verplichten om in het eigen levensonderhoud te voorzien (1990-maatregel). Nu is een betaalde baan in onze samenleving inderdaad van groot belang. Arbeid - in de vorm van een betaalde baan - is voor iemand een middel om een inkomen te verdienen teneinde te kunnen voorzien in het levensonderhoud van zichzelf en zijn of haar gezin. In die zin is arbeid een opgave, een plicht: "Wie niet werken wil, zal niet eten", zegt Paulus in 2 Thessalonicenzen 3:10.
Baanblijheid
Arbeid is bijbels gezien echter niet alleen een middel om brood op de plank te krijgen. Arbeid is ook een doel in het leven van mensen. Arbeid hoort bij mensen. Arbeid is een gave, een manier om iemands talenten, gaven en creativiteit te ontplooien. Zo kunnen mensen meewerken aan de vervulling van hun roeping om Gods schepping te bewerken en te bewaren (Genesis 1:28). Deze opdracht is al vóór de zondeval aan de mens gegeven, toen zijn levensonderhoud niet direct afhankelijk was van de inspanning van zijn arbeid.
In het paradijs had God zelf immers al voor een overvloed aan voedsel gezorgd.
De opdracht tot arbeiden komt ook tot uitdrukking in het sabbatsgebod: zes dagen moet men arbeiden (hier opnieuw de plicht tot arbeiden en de keerzijde ervan: luiheid wordt afgekeurd als verspilling van Gods gaven (Spreuken 6:6).) Maar de zevende dag is er de rustdag als teken van genade.
Wanneer we zo-leven, werken en rusten tot Zijn eer en tot heil van de naaste, ontvangen we de belofte van zegen, van de zorg van God voor ons leven. Arbeid is bijbels gezien dus heel belangrijk voor de levensvervulling van mannen en vrouwen. En het is natuurlijk fijn wanneer zij hun talenten kunnen ontplooien in hun betaalde baan. Het zal het werk in veel gevallen aangenamer maken. Maar is voor iemands levensgeluk echt een betaalde baan nodig, zoals de emancipatiebeweging stelt? Levert onbetaalde (zorg)arbeid in de hulpverlening, voor de kerk, in het gezin, in het verenigingsleven of in de politiek niet net zo goed arbeidsvreugde op? Is 'baanblijheid' werkelijk de enige vorm van arbeidsvreugde?
Arbeidsvreugde
Ondanks alle streven om meer vrouwen de arbeidsmarkt op te krijgen, lijken veel Nederlandse vrouwen te beseffen dat een betaalde baan niet zonder meer een bron van arbeidsvreugde en levensgeluk is. Onlangs werd in het weekblad Intermediair verslag gedaan van een onderzoek naar de arbeidsdeelname van vrouwen. De afgelopen twee decennia hebben vrouwen een enorme inhaalslag op de arbeidsmarkt gemaakt. Het streven naar herverdeling van arbeid tussen mannen en vrouwen in het kader van het emancipatiebeleid vormde daarvoor een belangrijke stimulans.
Anno 1996 blijken veel vrouwen echter niet meer zo 'geëmancipeerd' over de verdeling van het betaalde werk tussen mannen en vrouwen te denken. Lange tijd werd gedacht: als de man kortere werkweken gaat maken, houdt hij meer tijd over voor de was, strijken en de kinderen. De vrouw kan dan iets substantiëlers(!) doen dan het huishouden of een kleine deeltijdbaan.
Veel Nederlandse vrouwen denken er echter anders over. De Nederlandse vrouw ziet blijkens het onderzoek haar partner inderdaad graag minder lange werkweken buitenshuis maken. Niet omdat ze dan zelf meer uren betaalde arbeid kan doen, maar omdat hij dan minder geobsedeerd zal zijn door zijn werk en meer aandacht zal schenken aan zijn kinderen! Onder invloed van het streven naar economische zelfstandigheid van vrouwen is de discussie over de verdeling van arbeid in onze samenleving blijkbaar op het verkeerde been komen te staan. De nadruk heeft te eenzijdig gelegen op participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt. Er is te weinig oog geweest voor de betekenis van onbetaalde (zorg)arbeid in gezin en samenleving. De betekenis van een goede arbeidsverdeling tussen man en vrouw binnen een gezin - waarin man en vrouw verantwoordelijkheid dragen voor elkaar en voor hun kinderen - is onderbelicht gebleven. Uiteindelijk is daarmee noch het levensgeluk van vrouwen, noch dat van mannen en kinderen gediend!