Vluchteling en gemeente(1) (3)

1996-05-03
  • Jaargang 40
  • nummer 9
In de eerste twee artikelen is P.J. van Kampen ingegaan op de achtergrond van de vluchtelingenproblematiek en onze houding als christen ten opzichte van vluchtelingen. Daarna heeft Mw. W.H. van Buren in een derde artikel de proceduregang van vluchtelingen in Nederland beschreven en informatie gegeven over omgang met vluchtelingen in het algemeen. Dit afrondende artikel gaat in op de vraag wat we als gemeente voor vluchtelingen kunnen doen.

De gemeente kan opvang aan vluchtelingen bieden in geestelijk en sociaal opzicht. Daarnaast kan er, aanvullend op hulp die er reeds is, ook in materieel opzicht hulp worden geboden.
Het verhaal wat volgt, is gekleurd door de ervaringen die we in de Nederlands Gereformeerde Kerk van Ede hebben opgedaan. In het nabij gelegen Lunteren is een asielzoekerscentrum gevestigd (inmiddels is dit centrum opgeheven) en daardoor is onze gemeente met vluchtelingen in aanraking gekomen.
De situatie in andere gemeenten kan daarvan afwijken, maar hopelijk biedt dit verhaal een aantal bruikbare ideeën.
Wiens taak Bij het starten van de opvang van vluchtelingen komt allereerst de vraag op bij wie in de gemeente deze taak rust.
De evangelisatiecommissie is zeker niet het meest geschikte orgaan. De Opvangcentra (OC) en asielzoekerscentra (AZC) zijn niet toeschietelijk over evangelisatieactiviteiten. Een deel van de vluchtelingen is van vanwege vervolging op religieuze gronden gevlucht. Wij hebben ons in Ede gericht op christenen en mensen die zelf naar ons toekwamen. Daar hadden we onze handen al vol aan.
De diaconie zou deze taak op zich kunnen nemen. De diaconie moet immers opwekken tot barmhartigheid en draagt de verantwoordelijkheid dat de gemeente omziet naar hen die dat nodig hebben. De asielzoekers vormen immers een kwetsbare groep. Het is een groep die vaak eenzaam is en snakt naar contact. Het nadeel van het leggen van deze verantwoordelijkheid bij de diaconie is dat de hulp, waarmee zij het meest gediend zijn ook geestelijke ondersteuning en opbouw omvat. Dat is niet specifiek een diaconale taak.
In onze gemeente is een vluchtelingencommissie opgericht die onder verantwoordelijkheid van de kerkeraad valt. Het voordeel is dat de vluchtelingen niet ondersneeuwen bij het gewone werk dat al door de diaconie wordt gedaan en dat geestelijke ondersteuning een eigen doelstelling is van de commissie. Daarnaast kan de ervaring die mensen opgedaan hebben met vluchtelingen optimaal benut worden, doordat men ze bij de vluchtelingencommissie kan betrekken.
Wel is afstemming tussen diaconie en de vluchtelingencommmissie noodzakelijk.
Zolang men echter geen speciale commissie heeft, lijkt de diaconie het meest geschikte orgaan om toe te zien op de hulp die aan vluchtelingen wordt geboden.

Kontaktleggen met vluchtelingen
Hoe komt het kontakt met vluchtelingen nu tot stand?
Wanneer er een AZC of OC in de buurt is, kan de kerk zich presenteren en vragen waar het centrum behoefte aan heeft en op wat voor manier zou kunnen worden geholpen, b.v. op het gebied van tweedehands kleding, andere spullen, boeken voor de bibliotheek, het aangeven van een contactpersoon.
Elk centrum heeft een begeleidingscommissie, waarin vertegenwoordigers zitten van het AZC of OC, de burgerlijke gemeente, buurtbewoners en vaak ook kerken. Informeer in hoeverre de kerk daarin kan participeren.
De AZC's en OC's zijn over het algemeen bereid de tijden van de kerkdiensten en van het vervoer van en naar de kerkdiensten in het AZC of OC bekend te maken door b.v. een poster op te hangen. Organiseer activiteiten ten behoeve van de vluchtelingen uit het centrum niet in het AZC of OC maar in de kerk of thuis. Vooral als het gaat om evangelisatie-activiteiten moeten deze altijd buiten het centrum plaatsvinden.
Een andere manier om met vluchtelingen in kontakt te komen, is door mee te doen met vrijwilligerswerk van Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland (VVN). Wees echter wel open over motieven c.q doelen; vrijwilligerswerk verrichten met als ondergeschoven motief moslims te bereiken, is niet goed. Daar moeten andere wegen voor worden gekozen. Wel kan op deze manier met christenvluchtelingen kontakt worden gelegd. De gemeente kan daarnaast kontakt opnemen met VVN ter plaatse en hen vragen wat er zou kunnen worden gedaan, b.v. fietslessen, vrouwenactiviteiten organiseren.
Meestal heeft VVN een krantje waarin activiteiten, die de kerk organiseert zoals b.v. de vakantiebijbelschool, kunnen worden opgenomen.

Acceptatie en gewenningsproces binnen de gemeente
Het kan een gemeente moeite kosten om zich open te stellen voor vluchtelingen.
Het is een gewenningsproces aan twee kanten dat tijd nodig heeft.
Allereerst van de gemeente naar de vluchtelingen toe.
Binnen gemeente leven vaak vooroordelen over buitenlanders in het algemeen en vluchtelingen in het bijzonder.
Daarnaast zijn mensen uit een andere cultuur 'vreemd' en onbekend maakt onbemind. Het omgaan met mensen uit een andere cultuur, die bovendien ook heel wat hebben meegemaakt, is ook niet eenvoudig. Daarnaast kan de taal een extra barrière zijn voor het kontakt. Het vraagt een lange adem en incasseringsvermogen.
Maar ook van de vluchtelingen naar de gemeente toe is er sprake van een gewenningsproces.
Het is voor vluchtelingen niet makkelijk om zich zomaar thuis te voelen in een gemeente in een totaal andere cultuur.
Zij zijn erg kwetsbaar, en zijn erg gevoelig voor signalen van mensen die niet erg hartelijk tegenover hun aanwezigheid staan. De neiging bestaat zich dan maar helemaal terug te trekken. Ze hebben veel bevestiging nodig.
Zijn dit redenen om er dan maar niet aan te beginnen?
Nee, want zoals het in Efeze staat zijn we pas samen met alle heiligen in staat te vatten hoe groot de lengte, breedte en diepte van Christus liefde is. We missen iets van Gods gemeente wereldwijd wanneer we ons voor hen afsluiten.
Wij kunnen hen bemoedigen door onze liefde en aandacht voor hen. En soms hebben we hen wat te bieden b.v. op gebied van bijbelkennis, leggen van verbanden in de bijbel en verbreding van de geloofsbasis. Maar zij hebben ons vaak wat te bieden als het gaat om geloofsvertrouwen en gebed.
De situatie waarin zij verkeren maakt ook dat zij zich erg afhankelijk weten van de Here God.
Daarnaast zijn er heel wat vluchtelingen die op zoek zijn naar de Here God. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om hen daarbij te helpen.
Toch kan de manier waarop in de gemeenten over vluchtelingen wordt gedacht een struikelblok vormen om in actie te komen. Dit wordt dikwijls zichtbaar in een discussie over de vraag of het vluchtelingenbeleid nou wel of niet goed is. Maar die discussie is in feite niet van belang. De vluchtelingen zijn in ons midden door de huidige politiek.
Wat doen wij daar nu mee? Laten we de christenen onder hen zitten of betonen wij ons medechristenen?
Dat geeft ons een stuk verantwoordelijkheid, maar het is ook een uitdaging.
Een uitdaging om datgene wat we als christenen in Nederland in huis hebben te delen met christenen uit andere landen en zo door elkaar te worden verrijkt. Het kan zijn dat ze worden teruggestuurd, maar als ze door de gemeenschap met ons ook geestelijk rijker geworden zijn, kunnen ze dat in ieder geval meenemen. En ook wij als gemeente hebben van hun kunnen leren. Onze God is een God van de hele wereld en dat wordt zo concreter zichtbaar. In ons midden is een doopdienst geweest van een Srilankeese familie. De vader was in de gevangenis tot geloof gekomen. Nadat hij gevlucht was en een status had verkregen mocht zijn familie hier komen.
Zijn vrouwen 6 kinderen waren nog steeds hindoe en in een periode van anderhalf jaar zijn ze allemaal tot geloof gekomen. De doopdienst was erg indrukwekkend. Het laat zien dat God echt leeft en werkt in levens van mensen ook van heel andere culturen.
Zoiets mee te maken, bouwt de gemeente op.
Een terugblik op de afgelopen 3 jaar maakt duidelijk dat de acceptatie van vluchtelingen in onze gemeente is gegroeid. Doordat veel gemeenteleden meededen aan activiteiten voor vluchtelingen, leerde men de vluchtelingen kennen en ontstond er meer acceptatie. Het beleid van de vluchtelingencommissie was er op gericht om zoveel mogelijk mensen erbij te betrekken. Dat hield ook in dat we zelf mensen benaderden en niet altijd afwachtten of men zich zelf aanmeldde voor bepaalde activiteiten. Wel merken we dat op het moment dat het contact tussen vluchtelingen en gemeenteleden niet meer wordt georganiseerd, het spontane contact makkelijk stilvalt. Hun aanwezigheid is wel geaccepteerd, maar het aangaan van contact blijkt toch een hoge drempel.
Er blijft genoeg om aan te werken.

Kerkeraadsbeleid inzake lidmaatschap, doop en avondmaal
Ook onze kerkeraad moest wennen aan het omgaan met vluchtelingen.
Welke eisen stelt men aan vluchtelingen die lid willen worden, c.q. gedoopt willen worden?
Een probleem is dat het kontakt met vluchtelingen nogal eens van korte duur kan zijn. Over het algemeen is met mensen uit een ROA-huis een langduriger relatie mogelijk dan met iemand uit het asielzoekerscentrum.
Dit verandert in januari 1996 omdat dan vluchtelingen niet meer in ROAhuizen worden geplaatst maar gedurende de hele asielprocedure in het AZC blijven. Met mensen die al een status hebben is het mogelijk een blijvende relatie op te bouwen. De vraag komt op of de korte duur van de relatie een beletsel is om iemand toe te laten als lid.
Natuurlijk is het wenselijk dat iemand in een gemeente gedoopt wordt waar hij zich blijvend bij kan aansluiten.
Maar op het moment dat duidelijk is dat iemand de doop mag ontvangen, mag de gemeente vanwege de onzekerheid over de duur van zijn verblijf de doop niet uitstellen. Het zou het gevoel versterken bij de vluchteling dat hij toch nog nergens bij hoort en pas op het moment dat hij een status heeft ergens geaccepteerd wordt.
Wanneer een vluchteling in de gemeente van herkomst gedoopt is, wordt die doop in principe erkend.
Wel zijn aan doop en/of lidmaatschap altijd een serie gesprekken (10-15) vooraf gegaan, zodat de vluchteling weet wat voor kerk wij zijn, en wij beter weten hoe en wat het geloof voor de vluchteling betekent. Die gesprekken werden gevoerd door mensen die de betreffende taal machtig waren en voldoende ondergrond hadden om deze gesprekken te kunnen voeren. Hierbij is het van belang om niet alleen vanuit Nederlandse kaders te denken. Belangrijk is de herkenning in de kern van het evangelie.
De kerkeraad vroeg deze mensen in samenspraak met de vluchtelingencommissie omdat deze de vluchtelingen het beste kent.
Bij de viering van het avondmaal wordt de volgende regel gehanteerd: bij regelmatig bezoek van onze diensten wordt men uitgenodigd als men in de gemeente van herkomst ook aan het avondmaal deelnam. Dit werd altijd van tevoren met de vluchtelingen afgestemd.

Noten:
1. Derde deel van de lezing over vluchtelingen op de Diaconale Conferentie 1995.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief