Gedachten over 'Willow Creek'

1996-05-03
  • Jaargang 40
  • nummer 9
De Willow Creek Community Church in Barrington, een voorstad van het verre Chigago, staat op het moment erg in de belangstelling.
Vinden we hier dan de gouden formule waarmee de kerk de 21e eeuw in kan of is het ’t zoveelste voorbeeld van hoogmoedig mensenwerk dat gedoemd is te mislukken? Is er op een zinvolle manier een lijn te trekken van ‘Willow Creek’ naar de Nederlands Gereformeerde Kerken?

Gezien de betrekkelijk grote bekendheid zie ik er van af om eerst een inleidende schets van de Willow Creek-gemeente te geven. Maar leest u rustig door als u er nog nooit eerder van gehoord hebt, want waar nodig is wat achtergrondinformatie verwerkt in het artikel zelf. Meer dan een paar opmerkingen zijn het niet, want ik pretendeer niet dat ik na een conferentie van een week WCCC-expert ben, noch dat ik nu al definitieve lessen voor de Nederlands Gereformeerden zou kunnen trekken. Maar ik bén er tenminste geweest en héb er over nagedacht en meen er dus wel iets over te mogen zeggen.

Grote belangstelling
Het is wat overdreven om te zeggen dat je tegenwoordig geen blad kunt openslaan zonder een artikel over de Willow Creek Community Church (in het vervolg af te korten tot Willow Creek of WCCG) tegen te komen.
Maar de aandacht voor deze Amerikaanse kerk is de laatste tijd wel overweldigend.
Niet in het minst omdat de Nederlandse tak van de Willow Creek Association behoorlijk aan de weg timmert.
Zo hebben via deze organisatie al zo'n 200 Nederlanders (onder wie ondergetekende) hun weg gevonden naar een conferentie in Chicago. En toen onlangs Bill Hybels, de hoofdpredikant van Willow Creek, een dag naar Utrecht kwam op uitnodiging van Willow Creek Nederland bleek dat men bij lange na niet genoeg ruimte had in de aanvankelijk gehuurde zaal met duizend zitplaatsen. Door bijzalen te huren kon men de capaciteit vergroten tot 1700, maar toen was het dan ook echt vol.
Is al deze aandacht wel gerechtvaardigd?
Hebben we in Willow Creek de sleutel tot de kerk van de 21e eeuw?
De meningen lopen ver uiteen. De één noemt WCCC "de meest perfecte gemeente van God op aarde die ik heb meegemaakt"(1). De ander stelt het op één lijn met de Toronto-blessing en de beat-missen in de Rooms-Katholieke Kerk van jaren geleden(2) Nu denk ik, als je de Totonto-blessing en beat-missen in één adem noemt, dat Willow Creek er ook nog wel bij kan.

Maar dan alleen om drie dingen te noemen die werkelijk niets met elkaar te maken hebben.
Maar er zal nog wel een weg zijn tussen kritiekloos enthousiasme en vooringenomen kritiek. Laten we het er maar op houden dat we zeker van Willow Creek kunnen leren, als we maar niet uit het oog verliezen dat er wel om allerlei redenen een vertaalslag nodig is, voordat we de rijkdom van de WCCC om kunnen zetten in bruikbaar kapitaal voor de Nederlands Gereformeerde Kerken. Ik hoop dat dit wat minder als een cliché klinkt als ik een en ander wat heb toegelicht.
Ik wil graag beginnen met het laatste: de noodzaak van vertalen voordat we kunnen toepassen; om te eindigen met het eerste: wat we van Willow Creek kunnen leren.

De noodzaak van vertalen
Eerlijk gezegd heb ik niet zelf bedacht dat we het concept van Bill Hybels en de zijnen niet zonder meer in de Hollandse klei kunnen overpoten. Daar wijzen ze zelf telkens op als ze het hebben over de 'unieke vingerafdruk' die elke gemeente heeft. Er zijn geen twee kerken precies gelijk. Men kan hetzelfde geloven en dezelfde gemeenteopbouw-principes proberen toe te passen, maar elk zal dat toch moeten doen op een manier die bij de eigen gemeente past. Hierdoor aangemoedigd ben ik wat gaan nadenken en dan blijkt het helemaal niet moeilijk om een aantal grotere en kleinere verschillen tussen 'hen' en 'ons' op te sommen.

1. De grootte van het achterland
Om met een heel voor de hand liggend verschil te beginnen: Chicago is tien keer zo groot als de grootste stad in Nederland. Dat wil zeggen dat het gebouw van de WCCC voor zo'n zeven miljoen mensen, zeker naar Amerikaanse maatstaven, betrekkelijk gemakkelijk bereikbaar is. Dan is het uiteraard eenvoudiger om per weekend zo'n twintigduizend bezoekers bij elkaar te krijgen - verspreid over drie diensten, want zo groot is hun kerkgebouw ook weer niet - dan in de Nederlandse situatie. We zullen dus in een andere schaal moeten denken.

2. Mega-kerk en mini-denominatie
Als we er even van uitgaan dat op een gemiddelde zondag ongeveer tweederde deel van alle Nederlands Gereformeerden ter kerke gaat - en veel meer zullen het er om allerlei redenen niet zijn, denk ik - dan is dit net zoveel als in de WCCC. Wat zij als megakerk kunnen realiseren, kunnen wij alleen met elkaar, of samen met anderen.

3. Twintig jaar jong
De WCCC is in de jaren zeventig ontstaan uit een jeugdbeweging binnen een plaatselijke baptistengemeente, maar is vervolgens zelfstandig geworden.
Men kon toen als het ware blanco beginnen met het ontwerpen van een eigen type kerk. Dat is anders als je rekening wilt houden met negentig zusterkerken (en anderen?) en met een traditie van eeuwen.

4. Baptist of Gereformeerd
Wellicht is men in baptistische kringen meer ingesteld op evangelisatie (ik zeg het met pijn in het hart) en is het voor ons minder vanzelfsprekend om echt buitenkerkelijken tot geloof te zien komen en via volwassendoop in ons midden op te nemen.

5. De rol van para-kerkelijke organisaties
De diensten voor belangstellenden ('seeker-service' genoemd) in Chicago deden me nog het meest denken aan zoiets als een EO-jongerendag. Misschien is het niet helemaal waar, maar ik waag het toch maar te veronderstellen dat in Nederland para-kerkelijke organisaties een grotere rol spelen bij het bereiken van buitenkerkelijken en het ontwikkelen van diensten met eigentijdse muziek en drama dan de kerken.

6. Geestelijk leiderschap
Binnen de WCCC nemen een paar leiders een grote plaats in. Men ziet leidinggeven als een gave van de Geest die in de kerk benut moet worden. In het algemeen ligt in de Amerikaanse kultuur de nadruk meer op de loyaliteit aan de leider en in de Europese op de inzet voor een gemeenschappelijk doel.
In Willow Creek kunnen een paar krachtige leiders dus de grote lijnen uitzetten, maar wie is de Bill Hybels van de NGK?

Leren van Willow Creek
Ondanks deze niet weg te vlakken verschillen, kunnen we m.i. de boodschap van Willow Creek niet negeren.
Die boodschap is, in mijn woorden: de wereld wacht op de kerk, die haar het perspectief kan geven dat ze nodig heeft. Waar blijft de kerk?
Daarom ook - eveneens in willekeurige volgorde - een paar opmerkingen over zaken die mij in Willow Creek bijzonder hebben aangesproken en waar we naar mijn idee van kunnen leren.

1. Gerichtheid op buitenkerkelijken
Weliswaar zijn lang niet alle gasten die de diensten van de WCCC bezoeken buitenkerkelijken, maar het blijft waar dat de drempel voor de seekerservices laag is en dat men er gemakkelijk niet-christelijke vrienden mee naar toe neemt. Er komen mensen tot geloof, er worden mensen gedoopt, het percentage belangstellende bezoekers is hoog en men heeft er veel voor over om een open kerkgemeenschap te zijn. 'Non-church people are not the enimy. God cares for them.'

2. Inschakelen van mensen met hun gaven
Iedereen is met zijn of haar gaven inzetbaar, van monteur tot theoloog, van koffiejuffrouw tot zakenman.
Iedereen die dat wil heeft in Willow Creek een taak en is daar trots op.
Dat straalt men uit. Het cliché dat 80% van de taken verricht wordt door 20% van de mensen gaat hier niet op. Vrijwel overal zal men beamen dat iedereen ingeschakeld moet kunnen worden met de van God geschonken gaven, maar ik heb nog niet eerder meegemaakt dat men zo overtuigend de indruk wekte dat het inderdaad zo is.

3. Doelgerichtheid
Het tweeledige doel dat de WCCC nastreeft is niet opzienbarend: de opbouw van hen die tot de gemeente behoren en het bereiken van hen die zonder Christus leven. Maar ik ben wel onder de indruk gekomen van de doelgerichtheid waarmee aan de verwezenlijking van die doelen gewerkt wordt.

4. Nadruk op onderlinge gemeenschap
Ondanks de schijnbare massaliteit is 'community' het sleutelwoord. Veel mensen komen juist via persoonlijke kontakten bij de WCCC terecht en worden vervolgens lid van één of andere kring. Want, zeggen ze, we willen geen kerk mét, maar een kerk ván kleine groepen zijn.

5. In dienst nemen van 'the arts'
Over het algemeen hoeven drama en allerlei andere kunstvormen van mij niet zo, en zeker niet in de kerk. Toch moet ik eerlijk zeggen dat ik zelden zo het gevoel gehad heb dat 'the arts' echt in dienst genomen werden van het Koninkrijk van God als in Willow Creek. Zo kan het dus ook. Geen rare bokkesprongen uit verlegenheid rond de Woordverkondiging, maar ter ondersteuning daarvan.

6. Humor
Hetzelfde kan gezegd worden van de humor. Geen mooie woordspelingen die moeten verdoezelen dat men niets meer te zeggen heeft. Geen krampachtige grappen om vooral maar leuk gevonden te worden, maar een ontspannen combinatie van humor en ernst, van bevrijdende lach en eerbied.

Verder zou ik de bijbelvastheid kunnen noemen, maar ik hoop dat dat niet iets is wat we in Chicago moeten gaan herontdekken. En dus noem ik het maar niet in het rijtje leerpunten. Maar anders dan hier en daar in de vaderlandse pers gesuggereerd is vond ik de Schiftopvatting in de belijdenis van de WCCC behoorlijk orthodox ('conservative baptist') en de manier van omgaan met de Bijbel op het fundamentalistische af. Daarom vind ik de vergelijking met de Toronto-blessing of met 'the hour of power' van Robert Schuier ook niet terecht.
Hoe kunnen we het geleerde toepassen?
Ik ben daar nog niet over uitgedacht, maar laat ik bij wijze van hint eens een mogelijkheid schetsen. Wat dacht u van maandelijkse, plaatselijke of regionale diensten afgestemd op buitenkerkelijken (en dan bedoel ik echt dat doorsnee-televisie-kijkend Nederland zonder veel uitleg moet kunnen volgen wat er gebeurt), belegd door een paar samenwerkende gemeenten van Nederlands Gereformeerde of verwante signatuur? En wat we dan onder 'verwant' moeten verstaan laat ik graag aan anderen over, maar ik zou het niet te benauwd nemen.

Noten
1. Pieter van den Akker van Willow Creek Nederland in een interview door Johan Th. Bos in Uitdaging jg. 22 nr. 9 (september 1995).
2. Evangelist J.W.N. van Dooijeweert in In de rechte Straat jg. 39 nr. 2 (februari 1996). Bij alle waardering die ik voor evangelist Van Dooijeweert heb vind ik dit toch wel een misser, die wellicht ten dele hieruit te verklaren is dat hij zich in zijn artikel uitsluitend lijkt te baseren op de eenzijdig negatieve berichtgeving over Willow Creek in het Reformatorisch Dagblad.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief