Brood voor de wereld
1996-05-17
Toen de Spanjaarden na een korte onderbreking eind mei 1574 opnieuw het beleg om Leiden sloegen, had men in de stad verzuimd een voedselvoorraad in te slaan en was men dus niet op een langdurig beleg berekend. In het begin van augustus was er per persoon 1pond brood beschikbaar.- Jaargang 40
- nummer 10
In de tweede helft van augustus nog 1/3 pond en een 1/2 pond vlees. Daarna alleen nog een 1/2 pond vlees. In september was er dus helemaal geen brood meer te krijgen. Om nog wel vlees te kunnen verschaffen, moest men de koeien slachten die nodig waren voor de melk- en zuivelproduktie.
En natuurlijk was het aantal koeien niet onbeperkt. Eind september was er aan voedsel niets anders meer te krijgen dan bladeren, gras, zout en paardereuzel en begonnen mensen te sterven van de honger. Toen eindelijk de geuzenvloot Leiden binnenvoer. was volgens de kroniekschrijvers 'een yegelick bijnae doot ende vergaan van honger ende van commer.' Haring en wittebrood deelden de bevrijders uit. Dat betekende leven voor de bewoners van Leiden. De Geuzen deelden leven uit.
Ook Christus deelde enkele malen brood en vis uit, o.a. in Joh. 6. Het maakte de mensen enthousiast. Ze wilden Jezus koning maken, want met zo'n koning zou er nooit meer een voedselprobleem zijn. Maar Jezus zegt tot hen: wat schieten jullie daar nu eigenlijk mee op? Vandaag eten jullie je buikje rond, maar morgen krijgen jullie al weer honger. Zelfs het manna en ook haring en wittebrood en het zweedse wittebrood dat de geallieerden uitwierpen kort voor de bevrijding in 1945, waren niet afdoende. Het is voedsel dat vergaat.
Daarom hebben jullie ander voedsel nodig.
Jullie hebben Mij nodig, want Ik ben het ware brood dat werkelijk leven geeft. Jullie moeten Mij eten.