Wijs me de weg!
1996-05-17
De ondertitel van dit laatst verschenen boek van Prof.dr. W. ter Horst is opvallend: 'Mogelijkheden voor een christelijke opvoeding in een post-christelijke samenleving'. Dit klinkt hoopvol....- Jaargang 40
- nummer 10
Kennelijk zijn er volgens Prof. Ter Horst mogelijkheden voor een christelijke opvoeding. Dit is heel wat anders dan wat in vele recente publikaties over hedendaags opvoeden en ouderschap naar voren wordt gebracht. In die publikaties word je als opvoeder geconfronteerd met begrippen als 'combi-ouder', 'monsters van kinderen', 'dynamische ouders' en 'vechtrelaties' tussen ouders en hun kinderen. Die omschrijvingen zijn soms pijnlijk herkenbaar voor ouders. Er mag echter niet uit het oog worden verloren dat vele van die beschrijvingen van relaties tussen ouders en kinderen nogal karikaturaal zijn.
Overbekende begrippen
Het boek 'wijs me de weg' ademt een totaal andere sfeer uit en geeft blijk van geheel andere pedagogische beginselen. Getracht wordt om te komen tot een diepgaande bezinning op het doel en vooral ook op de (bruikbare) middelen van een christelijke opvoeding. Ouders hebben de taak zin te geven aan het leven van hun kind. Kinderen zijn er niet om zin te geven aan het leven van ouders."
In het eerste gedeelte van het boek gaat Ter Horst o.a. in op begrippen zoals liefde, verantwoordelijkheid, zelfbewustzijn, geborgenheid en veiligheid.
Deze uitgesleten begrippen probeert hij zo in te vullen dat er weer echtheid mogelijk is tussen oudersen kinderen (en de Schepper). Christerouders hebben wel degelijk toekomstperspectief. De belofte van de Heer: het Messiaanse Rijk: De weg erheen is via Jezus Christus. Dit is geen verwijzen naar 'de goede oude tijd' en hoe men vroeger opvoedde, maar naar een tijd die 'nieuw is en voor ons ligt' en dat geeft toekomst en mogelijkheden voor nu.
Op welke manier leren ouders hun kinderen omgaan en leven in onze werkelijkheid? Naast het 'technisch' d.w.z. metend en tellend met de werkelijkheid omgaan pleit de schrijver voor het onbevangen omgaan met die werkelijkheid namelijk 'beleven aan die werkelijkheid' d.w.z. vanuit verwondering, overgave en ontzag. Ten diepste kan een kind dit met zijn hart, zijn volle bewustzijn. In de bijbel worden gelovigen ook op vele plaatsen aangesproken 'hun hart te verheffen'.
Pedagogisch 'quintet'
Gebaseerd op de scheppingsgedachte ontwikkelt Ter Horst in het tweede gedeelte van het boek een pedagogisch 'quintet': (1) beschermen, (2) verzorgen, (3) overdragen (van kennis en vaardigheden), (4) inleiden (in betekenissen) en (5) inwijden (in geheimen). Voor elk van de vijf terreinen krijgt de opvoeder een speciale taak. Deze zijn resp. de opvoeder als (1) schatbewaarder, (2) tuinier, (3) herder, (4) gids en (5)priester. Voor al die terreinen is de rode draad: het bieden van toekomstperspectief in plaats van het leren produceren en consumeren, Het geven van liefde in plaats van onderhandelen met elkaar. Het bieden van geborgenheid en veiligheid in plaats van angst en vrees voor de Schepper. In alles klinkt door dat Ter Horst terug wil naar dat wal echt is; dat wat de kern van het mens-zijn is.
De kerkgemeenschap als oase voor het gezin
Ter Horst pleit voor een meer-gezinnen-opvoedingsgemeenschap.
Deze gemeenschap zou bijvoorbeeld binnen de kerk gerealiseerd kunnen Worden. Samen met meerdere gezinnen nadenken over opvoeden en antwoorden zoeken op vragen waar opvoeders mee zitten. Een kerkeljjke gemeenschap die als een oase functioneert. De gemeente mag geen 'wereldvreemde schuilkelder' of losse 'vrijblijvende ontmoetingsplaats' zijn. Helaas is dit vaak wel zo. Kinderen ervaren soms zo weinig liefde en geborgenheid binnen hun kerkelijke gemeente. Ze worden niet gekend of herkend. Zo wordt het steeds moeilijker hun hart te bereiken. Ter Horst schrijft op de voor hem zo kenmerkende, originele wijze zijn filosofische gedachten neer. Heel boeiend, maar soms lijkt het toch wel ver weg van de praktijk. Het boek zet allereerst de lezer aan het denken over zijn eigen grondhouding en geeft aanknopingspunten om vanuit een veranderende houding met de kinderen op weg te gaan. De tltel maakt waar wat er staat: er wordt een weg gewezen!
Dat maakt het boek zo anders dan van hen die veelal overkritisch waarnemen hoe de hedendaagse generatie opvoeders hun kinderen opvoeden tot zelfstandigheid om daarna zo snel mogelijk aan de eisen en het tempo van de volwassenwereld mee te kunnen doen. Deze kinderen worden bestempeld als de 'achterbankgeneratie'. Kinderen die vele uren per week op de achterbank van de auto doorbrengen met een ouder als chauffeur om hun druk bezette agenda's af te werken. Maar veel verder dan een constatering van deze situaties komt het dikwijls niet.
Schuldgevoel
Ter Horst schrijft bevlogen en hij geeft inspirerende doorkijkjes. Maar soms gaat hij wel erg kort door de bocht. Hoe zal het ouders vergaan die het moeilijk vinden om een gids te zijn om hun kinderen ontdekkend en onbevangen te leren kijken naar de werkelijkheid? Het mislukt zo vaak om van binnen uit naar de alledaagse dingen te kijken. Ik zou me kunnen voorstellen dat deze ouders afhaken of een schuldgevoel krijgen. Aan de andere kant biedt het boek bruikbare en herkenbare voorbeelden voor hen die het 'toch' willen proberen. Het vraagt wel veel van de lezer. Het vraagt de wil om diep bij zichzelf naar binnen te kijken. Maar het is de moeite waard.
N.a.v.: W. ter Horst, Wijs me de weg! 176 pagina's, f 29,50. De uitgever is Kok, Kampen (1995).