Hulp voor moeder èn kind

1996-10-04
  • Jaargang 40
  • nummer 20
Wie kent ze niet: de posters van de VBOK voor hulp aan moeder én kind. Al jarenlang hangen ze op de NS-stations. Mede dankzij die posters heeft de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind een grote mate van landelijke bekendheid gekregen.

Dit jaar bestaat de VBOK 25 jaar. Een reden om aan één van de maatschappelijk werkenden, Connie van der Dussen uit Eindhoven, een aantal vragen te stellen over de VBOK en over haar werk bij deze vereniging.

Een vereniging ontstaat nooit zomaar. Mensen voelen zich op de één of andere manier gedrongen om tijd te steken in een nieuwe organisatie. Hoe is de VaOK eigenlijk gestart?
Aan het begin van de jaren 70 was er sprake van steeds meer vrijheid op het gebied van abortus provocatus. De Nederlandse overheid greep eigenlijk nauwelijks in. De mensen die in het eerste uur van de VBOK bij de vereniging betrokken waren wilden de legalisering van abortus tegen gaan. Daarnaast hadden ze bezwaar tegen de manier waarop er over het ongeboren kind werd gesproken. Je hoorde termen als 'een klompje slijm' e.d. De VBOK wilde opkomen voor een menselijk wezen dat zichzelf niet kon laten gelden. De vereniging startte duidelijk actie-gericht. Wel moet er bij gezegd worden dat de VBOK niet de enige pro-life beweging in die tijd was.

De EO nam met een verborgen camera gesprekken op die in een abortuskliniek werden gevoerd. Men is daarop teruggefloten. Maar was het beeld dat men toen waarnam bekend voor jullie?
Wij zitten niet bij die gesprekken die in de abortuskliniek gevoerd worden. Maar uit onze hulpverleningscontacten hebben wij de indruk dat er niet altijd alternatieven aangereikt worden. En dáár gaat het ons om: dat vrouwen nadenken over alternatieven om zo tot een weloverwogen beslissing te kunnen komen.

Hoe staat het nu met de invloed van de VBOK?
Met onze 100.000 leden vertegenwoordigen we een deel van de Nederlandse samenleving. Men kan niet om ons heen en men waardeert vaak ook onze inbreng omdat we een bijdrage leveren aan het oplossen van de nood in de samenleving.

Zijn de concrete hulp aan moeder èn kind en het geven van voorlichting nog altijd de taken van de VaOK of zijn er nieuwe aandachtsgebieden bij gekomen?
We hebben ons in de laatste jaren wat de hulpverlening betreft vooral gericht op nieuwe doelgroepen. Ik noem de vrouwen en hun partners die aanvankelijk blij waren met de zwangerschap, maar bij wie is geconstateerd dat het kindje dat verwacht wordt een handicap heeft. Echtparen krijgen in zo'n situatie veel te verwerken. Wij willen zulke ouders steunen door samen met hen te kijken welke mogelijkheden er voor hen zijn. We weten bijvoorbeeld de weg voor een 'second opinion' en de weg naar de ouderverenigingen. En natuurlijk staan we naast hen in alle emoties die op hen af komen. Een andere nieuwe doelgroep zijn de vrouwen die een abortus achter de rug hebben en bij wie de verwerking daarvan problemen geeft. Een abortus kan Inmiddels is er wel wetgeving inzake abortus. Wanneer kwam die wet er?
In 1981 was de Wet Afbreking Zwangerschap een feit. Tot de 24e week kan een zwangerschap onder een aantal voorwaarden worden afgebroken. Die voorwaarden zijn - globaal genomen -: er moet sprake zijn van een noodsituatie, een vrouw krijgt een verplichte bedenktijd van 5 dagen en er moeten haar alternatieven zijn aangereikt.

Is door die wetgeving de doelstelling van de VBOK ook veranderd?
De doelstelling (bescherming van het ongeboren kind vanaf de conceptie) is niet veranderd, maar wel de werkwijze.
Men zegt wel dat de vereniging vanuit een actiemodel in de concentratiefase terecht kwam: men concentreerde zich op een aantal concrete taken. De meest bekende daarvan is de hulp aan moeder én kind geworden.
Daarnaast ging men op scholen voor lager- en voortgezet onderwijs vertellen over het ontstaan van het leven.

In ons land voerden o.a. pater Koopman en drs. L.P. Dorenbos fel actie tegen abortus. De VBOK lijkt veel milder ...
Sinds 1981 zijn we van het actiemodel afgestapt om iets voor de zwangere vrouw in nood te kunnen betekenen.
Door het voeren van actie zouden we dat doel niet bereiken en dat is nu juist waar het ons om gaat: dat we vrouwen in zo'n situatie helpen bij het maken van een keuze en met hen meevechten wanneer zij kiezen voor de toch vaak moeilijke weg om hun kind geboren te laten worden. grote psychische gevolgen hebben. Dat kan zich uiten in depressiviteit, nachtmerries, gevoelens van spijt, schuld en schaamte. We zien wel dat vrouwen die gevoelens jarenlang verdringen, maar die spanningen blijven onderhuids sluimeren en komen er dan op een gegeven ogenblik toch uit. Dus ook voor de verwerking van een abortus kan men bij ons terecht. Gewoon via het landelijke telefoonnummer 06-0730, waar we dag en nacht bereikbaar zijn.

Ik wist niet dat de VBOK zich ook op die terreinen begeeft. Ik ken de VBOK vooral van de posters op de stations.
Hoe kunnen vrouwen weten dat ze ook dán bij de VNOK terecht kunnen?
We vertellen over deze hulp op bijv. openbare avonden en we vinden het fijn dat we ook door middel van dit interview bekendheid kunnen geven aan onze hulpverlening. En verder ligt er een folder bij de huisartsen, waarbij deze hulp genoemd wordt. Die hulp blijkt hard nodig. Overigens: ook na een miskraam of bij een kind dat te vroeg is geboren biedt de VBOK gesprekshulp.

De VBOK is geen kerkelijke vereniging. Toch denk ik dat de achterban voornamelijk kerkelijk is. Klopt dat?
Inderdaad heeft de VBOK veel kerkelijke leden, uit zowel de protestantse kerken als uit de Rooms Katholieke kerk. Maar de VBOK heeft ook leden die geen lid van een kerk zijn. Zo kennen we bijv. mensen die een er een antroposofische levensvisie op na houden. Wat de leden bindt is de bescherming van het ongeboren kind vanaf het allereerste begin van de zwangerschap.

Je bent maatschappelijk werkende bij de VBOK. Wat houdt dat werk in?
Ik heb een aanstelling van 24 uur per week bij de VBOK. Mijn regio omvat de provincies Brabant en Limburg.
Een belangrijk deel van mijn werk bestaat uit de begeleiding van echtparen of vrouwen. Daarnaast begeleid ik de vrijwillige hulpverleners van de VBOK in de beide provincies.

Hoe komen vrouwen bij jou terecht?
Een aanvraag komt bijna altijd binnen via ons centrale nummer: 06-0730. Dat telefoonnummer is dag-en-nacht bereikbaar: je krijgt altijd iemand aan de lijn. Er zijn 26 vrouwelijke vrijwilligers, die om beurten bij de telefoon zitten. Ze krijgen vaak vragen van vrouwen die in paniek zijn, dringend hulp nodig hebben. Er is sprake van diepe emoties, van een brij aan verdriet.
Bijvoorbeeld een meisje dat na incest zwanger is geraakt, of een vrouw bij wie de man weggelopen is.
Het is de taak van de telefoonvrijwilligers om de eerste spanning en druk er voor de vrouw af te halen. Men kan natuurlijk ook anoniem bellen. Wanneer de vrouw meer hulp vraagt, wordt haar adres of telefoonnummer genoteerd.
We kunnen haar dan uitnodigen om op één van onze hulpposten te komen of we kunnen haar thuis bezoeken. We hebben hulpposten in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Eindhoven en Maastricht. Zelf zit ik in Eindhoven en Maastricht.

Je komt in gesprek met een vrouw die er over denkt een abortus te laten doen. Hoe gaat zo'n gesprek?
Je moet als maatschappelijk werkende aansluiten bij de vragen waar zo'n vrouw mee bezig is. Het feit ligt er: deze vrouw denkt aan een abortus. We weten echter dat er ónder die vraag vaak een heel andere vraag ligt. Je probeert in zo'n gesprek dus achter de diepere motieven te komen. In het gesprek zit vaak een dubbele boodschap. Aan de ene kant zijn er de praktische motieven, zoals: 'mijn vriend loopt weg als ik het kind wil houden' of 'ik durf thuis niet te vertellen dat ik zwanger ben'. Aan de andere kant hoor je tóch: 'Ik wil dit kind houden.' Vaak weten vrouwen de nadelen van het krijgen van een kind wel onder woorden te brengen; dat zijn bijvoorbeeld de hiervoor genoemde argumenten.
In het gesprek probeer je naast die bezwaren het andere verhaal boven water te krijgen. Soms zet je dat ook samen op papier. Ik heb daar ontroerende voorbeelden van meegemaakt. Als je als aanstaande moeder alleen maar van je familie hoort dat je het kind 'moet laten weghalen', dan kun je dus niet delen dat het ook fijn kan zijn om het kind geboren te laten worden. Op zo'n moment is het voor een vrouw een verademing dat ze met iemand over de positieve kanten kan praten. Ze wil graag blij zijn met haar kind en eindelijk ontmoet ze iemand aan wie ze dat verhaal kwijt kan. Ook maken we met de vrouw een plan hoe we aan de bezwaren kunnen gaan werken.

Maar daarmee ben je er nog niet. Die vrouw ziet nu weer lichtpuntjes om het kind toch te houden. En dan?
We voeren een keuzegesprek. Een vrouw zegt bijvoorbeeld dat haar vriend wegloopt als ze samen een kind moeten opvoeden. Toch heeft die vrouw gezegd dat ze dat ongeboren kindje graag geboren wil laten worden.
Een thema dat je vervolgens bespreekt kan bijvoorbeeld zijn: 'als je vriend toch wegloopt, durf je het dan aan om alleen voor het kind te zorgen?' Wat heel belangrijk is, is dat we de vrouw stimuleren in haar eigen mogelijkheden en zo haar zelfvertrouwen proberen te vergroten. Natuurlijk gaat zo'n gesprek niet in één keer. Daarnaast probeer je het sociale netwerk te stimuleren. Dat wil zeggen: 'wie ken jij uit jouw omgeving, die jou zou kunnen helpen? Je moeder, de buurvrouw, een schoolvriendin ...' In sommige gevallen plaatsen we een meisje in één van onze gastgezinnen, of in een opvanghuis voor zwangere meisjes.

Een vrouw kan dus besluiten dat ze geen abortus wil. Maar als het kind er later is, valt het dan toch niet erg tegen? Ik bedoel: heeft een kind zo nog wel een goed perspectief?
Dat is inderdaad een belangrijk punt waar we als VBOK oog voor hebben. Maar ik kan gelukkig wel een paar positieve dingen melden. Uit onderzoek van een collega van mij onder vrouwen die ervoor hebben gekozen om de zwangerschap uit te dragen blijkt nl. dat bijna alle vrouwen uiteindelijk heel blij zijn met hun kind, hoe moeilijk hun weg ook is. Het is de taak van ons als maatschappelijk werkenden om gedurende de zwangerschap en daarna dle begeleiding te bieden die de vrouwen het kind nodig hebben met het oog op zowel het toekomstperspectief van de vrouw als van het kind.

Als de gesprekken naar tevredenheid zijn verlopen, stopt de hulpverlening dan? Of biedt de VBOK nog vormen van praktische hulp? Op de posters staat immers dat de VBOK hulp biedt aan moeder én kind. Dat is natuurlijk bedoeld als confrontatie tegen de abortusbeweging, die zegt de vrouw te helpen. Maar ik kan me voorstellen dat je 'ia' zegt tegen je kind, maar dat het allemaal in de praktijk erg tegenvalt als het kind er eenmaal is ....
We bieden inderdaad ook praktische hulp na de geboorte van het kind. Zo bemiddelen we bij de kinderopvang als een moeder bijvoorbeeld haar studie af wil maken of buitenshuis wil blijven werken. Of als er financiële problemen spelen. Je kunt ook denken aan problemen in de omgang tussen moeder en kind. We kennen bijvoorbeeld de weg naar instanties die video-home training doen. Je kunt ook zorgen dat er goede adviezen komen inzake de omgang met het kind. Van belang vinden we ook dat de vrouw niet in een isolement terecht komt. Daarvoor stimuleren we de vrouw in het opbouwen van haar sociale netwerk. Sinds vorig jaar bieden wij als VBOK de mogelijkheid om deel te nemen aan een gespreksgroep voor jonge ongehuwde moeders.

We hadden het over een vrouw die een abortus provocatus wil laten plegen en die toch contact met jullie opneemt. Gelukkig besluit zo’n vrouw dan om toch om voor het kind te zorgen. Maar het kan ook anders aflopen: een vrouw besluit wél tot een abortus. Dat lijkt me heel moeilijk voor jezelf, maar het is ook strijdig met de doelstelling van de VBOK.
Soms worden we benaderd door mensen die de doelstelling van de VBOK niet kennen. Die vragen aan ons waar ze een abortus kunnen laten plegen. Daar zijn we dus niet voor. Jammer genoeg komt het ook voor dat een vrouw, nadat we één of meer gesprekken hebben gevoerd, toch kiest voor een abortus. Dat grijpt me persoonlijk zeker aan, het doet best pijn. Je kunt alleen niet anders. Het heeft ook iets dubbels: aan de ene kant heb je je eigen principes en keuzen, het raakt je eigen persoon. Aan de andere kant heb je ook je beroepscode. Waar het om gaat als maatschappelijk werkende is dat je iemand stimuleert om een eerlijke keuze voor zichzelf te maken. Je helpt vrouwen om de motieven te ontrafelen. Gelukkig besluiten ze dan vaak om het kind te houden. Maar jammer genoeg gaat het niet altijd zo. En je kunt die keus voor het leven niet opdringen. Wel stoppen we bij een besluit tot abortus met onze hulpverlening. We verwijzen dan terug naar de huisarts.

Ik heb gelezen dat veel allochtone vrouwen de weg naar de VBOK weten te vinden. Dat had ik niet verwacht.
Kun je er iets over vertellen?
Inderdaad rnaken allochtone vrouwen deel uit van onze hulpvragers; bijna 20% van de aanvragen komt van Surinaamse, Antilliaanse, Turkse en Marokkaanse vrouwen. Vrouwen uit Suriname en de Antillen zijn vaak naar Nederland gekomen om hier een opleiding te gaan volgen. Het leven hier valt hen tegen. In hun eenzaamheid stappen ze al snel in een relatie. Ook zijn ze nauwelijks voorgelicht inzake anti-conceptie. Bij vrouwen uit de Turkse en Marokkaanse leefgemeenschap speelt vooral dat het ongehuwd zwanger zijn een schande is voor de familie. Een zwangerschap kan er dus toe leiden dat je door je familie verstoten wordt. Als je perse geen abortus wilt plegen, tegen je familie in, betekent dat dus een enorme psychische druk. Zo'n meisje heeft toch haar familie nodig. Het scheelt al veel als er dan mensen zijn die haar verder kunnen helpen, bijvoorbeeld door een tijdelijke opvang in een gastgezin of een opvanghuis en door – voor zover mogelijk - de familie bij de hulpverlening te betrekken.

Hoe komen allochtone vrouwen aan jullie adres?
In feite komen allochtone vrouwen op dezelfde manier bij ons als autochtone vrouwen, bijv. via een verloskundige, een folder bij de huisarts of de VBOK-posters. Deze posters behoren tot de meest bekende affiches in de reclamewereld; daar kennen de meeste mensen de VBOK van. Als VBOK hebben wij goede contacten met instellingen voor allochtonen en hebben we folders in het Turks, Papiamento en ook folders in het Frans, die o.a. voor asielzoekers bestemd zijn.

De VBOK wil een opvangtehuis voor vrouwen die in verwachting zijn openen. Hoe staat het daar mee?
Er blijkt behoefte te zijn aan opvang, vooral voor meisjes die in verwachting zijn. Opeens moet ze op eigen benen leren te staan, ze moet veel meer voor zichzelf opkomen, ze moet werken aan een sterk veranderd toekomstperspectief.
Zo'n huis kan dan veiligheid bieden en een meisje of een vrouw kan er leren om met de nieuwe toekomst te leven. Het is de bedoeling dat de moeder nog een tijdje in het huis kan blijven wonen als de baby er is. (Je kunt het dan wel een beetje vergelijken met de opvang die 'De Hoop' aan jonge drugsverslaafde moeders geeft). We zoeken nu een huis in de omgeving van Amersfoort waar ongeveer 6 vrouwen kunnen worden opgevangen. Een groot deel van het werk zal door vrijwilligers gebeuren. Helaas krijgen we voor dit initiatief geen subsidie. Daarom hebben we nog meer leden nodig, om dit tehuis te kunnen financieren. Zou dat geen mooi verjaarscadeautje zijn ....?

Het adres van het landelijk dienstencentrum van de VBOK: Arnhemseweg 23, 3811 NN AMERSFOORT Opgave voor lidmaatschap: 033 - 4638212 Voor hulpverlening (dag en nacht bereikbaar): 06 - 0730

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief