Kennen en gekend worden

1996-10-18
  • Jaargang 40
  • nummer 21
In de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap staat als titel boven psalm 139: ‘Gods alwetendheid der vromen troost’. Gelukkig horen deze titels niet tot de eigenlijke tekst. Er lijkt mij nog wel wat op af te dingen. Of, liever, wat aan toe te voegen. Is het zo’n troost, dat God alles weet?

Het alziend oog
Ik weet niet of het tegenwoordig nog veel voorkomt maar vroeger werd er nog al eens gedreigd met Gods alwetendheid.
Pas maar op, er is er Eén, Die alles ziet. Povere pedagogiek misschien, maar het werkt lang door. En niet in zo gunstige zin. God, Die alles ziet, Die alles weet. De Super-inspecteur, die achter iedere struik zit. Voor wie je nergens veilig bent. Big Father watches you. In het dorp waar ik opgroeide stond een bejaardenhuis. In de badkamer daarvan hing een afbeelding van het Alziend Oog, met daar onder dreigend de tekst: God ziet u. Wie zou dat verzonnen hebben?

Kennen
In psalm 139 wordt gezegd, gezongen, dat God mij kent. Gelukkig weten we tegenwoordig allemaal wel dat dit kennen niet een kil intellectueel kennen is, maar een warme betrokkenheid. Dat is ook de adem van deze psalm.
God kent mijn zitten en mijn opstaan, mijn gaan en mijn liggen. Dat betekent niet maar dat God daar nauwkeurig aantekening van houdt.
Hij is er bij betrokken.
Hij is er in geïnteresseerd.
Hij is met mij vertrouwd.
Hij kent mij = Hij geeft om mij!
Hij was al in mij geïnteresseerd toen ik nog in de moederschoot was en Hij laat mij niet vallen. Als ik weg probeer te lopen, ik kom Hem tegen. AI zou ik de aarde ontstijgen, Hem kan ik niet ontlopen.
In de donkerste omstandigheden kent Hij mij. In vs. 7-12 staan een aantal uitdrukkingen, die er niet om liegen: Overnachten in het dodenrijk, wonen aan het uiterste der zee. Zeide ik: duisternis moge mij overval/en, zelfs de duisternis verbergt niet voor U. Woorden uit de diepte. Van iemand die het niet meer zag zitten, maar die toch heeft ervaren, dat God, hoe dan ook, bij hem gebleven is. Ook dan grijpt uw rechterhand mij vast.

Kennen
In de Bijbel wordt er ook over gesproken dat ik God mag kennen. Heel vaak denken we dan in de richting van kennis hebben over. De theorie beheersen. Theorie is een Grieks woord en betekent beschouwing. Zo hebben we vele beschouwingen. Een doopbeschouwing, een kerkbeschouwing, een verbondbeschouwing, enz. En dat hoeft niet slecht te zijn, we hebben ons verstand niet voor niets gekregen, als het maar niet bij de theorie blijft. Een beschouwing houdt ook een zekere afstand in. Je moet wat boven je stof staan om er een theorie over te formuleren.
Maar de bijbel ontsnapt aan ieder systeem. Zodra we denken, dat we de zaak denkenderwijs onder controle hebben, blijkt dat we het leven weggetheoretiseerd hebben. Gods Woord brengt ons niet maar een leer, in de Bijbel spreekt God tot ons. Hij spreekt tot ons hart en Hij wil niet dat we afstand nemen om zijn Woord te overzien, maar Hij wil dat dit Woord ons zeer nabij komt.

Grenzen van het kennen
In I Cor. 13 zegt Paulus dat ons kennen onvolkomen is. Dat mogen we wel bedenken, ook als we spreken over ervaringskennis. 'Bevinding', om eens een oude term te gebruiken, is niet onfeilbaar. Ons kennen is nog onvolkomen en dat betekent niet alleen dat we nog niet alles weten, dat betekent ook dat we soms dingen niet bij elkaar kunnen krijgen, niet met elkaar kunnen rijmen. Dat is niet een kwestie van onvoldoende hebben nagedacht. Het volle kennen staat nog uit. Dat is een belofte, die ons geschonken is. Straks met de wederkomst zullen we ten volle kennen, van aangezicht tot aangezicht.

Zoals ik zelf gekend ben
Dat brengt ons weer terug bij psalm 139. Zoals ik zelf gekend ben. Dat wil zeggen van binnen en van buiten, van achteren en van voren. Dat is niet bedreigend, maar verbijsterend: het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven, ik kan er niet bij.
Ik kan er niet bij als ik uit Gods Woord verneem dat Hij geïnteresseerd is in mij nog voor mijn geboorte: Gij hebt mijn nieren gevormd. Mij in de schoot van mijn moeder geweven. Uw ogen zagen mijn vormeloos begin ...
Laten we daar geen theorieën op gaan bouwen, gaan passen en meten en conclusies trekken. Laten we dit ervan onthouden: dat God om ons geeft. Zelfs om ons geeft als wij soms niet om Hem lijken te geven en reeds om ons gaf toen wij daar nog geen benul van hadden. Het is mij te wonderbaar te verheven, ik kan er niet bij. Maar ook: Hoe kostelijk zijn mij uw gedachten, 0 God, hoe overweldigend is haar getal.

Relatie
Elkaar kennen betekent een relatie hebben. Belangstelling voor elkaar. Het gaat hier dan wel om ongelijke partners in de relatie. Met een variatie op de eerste Johannesbrief zou ik willen zeggen: Wij kennen omdat Hij ons eerst gekend heeft.
De relatie is niet alleen ongelijkwaardig maar ook, van onze kant gezien, nog gehinderd door een sluier. We zien door een spiegel als in raadselen. Het echte kennen, zoals ik gekend ben, moet nog komen. Maar dat staat een echte waardevolle relatie nu niet in de weg. Doorgrond mij 0 God, en ken mijn hart, toets mij en ken mijn gedachten. Niet een dreiging maar een troost.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief