Over twijfel en de identiteit van de ware Nederlands Gereformeerde vrouw
1996-10-18
Het is een bijzonder gezicht: drommen vrouwen. Bussen vol en allemaal Nederlands Gereformeerd. “Ha, de jeugd”, verwelkomt de dame bij de deur ons. In Houten hoor je daar, als je veertig bent, niet meer bij, hier wel. De toeloop is zo groot dat er lichte paniek ontstaat. Er waren 600 vrouwen verwacht, het zijn er veel meer. Extra koffie, extra kopjes en alle schuifwanden van de kerk in Dronten open. Maar de ontvangst blijft allerhartelijkst en enthousiast en mevrouw Vinke, die de dag leidt, loodst alles met milde humor en vastberadenheid in goede banen. Een paar mannen waarborgen de degelijkheid: de koster, de organist, de man achter de knoppen en de twee dominees, ds. van Leeuwen voor het slotwoord en ds. Rietkerk voor de lezing. - Jaargang 40
- nummer 21
De vijfentwintigste Nederlands Gereformeerde vrouwenkontaktdaq. Een telegram namens ons allen naar Hare Majesteit de Koningin. Zeeën van bloemen en vriendelijke bedankjes. Maar wie is nu de ware Nederlands Gereformeerde vrouw? Zeven Uonge) vrouwen uit Dronten maken er een spelletje van in een leuk stukje cabaret. 'Wie van de drie?' Is het de degelijk gereformeerde, die bandjes met preken mee neemt op vakantie voor op zondag? Of de gezellige dame, die samen wandkleden wil maken en iedereen wel wil uitnodigen voor de koffie? Of is het de wat onzekere, die het allemaal niet meer zo goed weet? Het 'panel' komt er niet uit, de zaal mag mee raden (er wordt van alles geroepen, de sfeer zit er goed in). Men besluit dat ze alle drie mogen. Gelukkig.
Twijfelende geloofshelden
Voor wie de sfeer toch iets te 'damesachtig' is, dat verdwijnt met de lezing van Ds. W.G. Rietkerk. Een uur lang stevige kost op een bewogen manier, in het licht van Hebreeën 11. Het hoofdstuk van de geloofshelden, die dat pas geworden zijn door perioden van diepe twijfel heen. "Je kunt niet groeien als je twijfel verdringt," stelt ds. Rietkerk. Maar wat doe je er dan mee? Dat hangt af van het soort twijfel. Twijfel is als koorts in het lichaam. Het steekt elke keer weer de kop op zolang de infectiehaard niet is aangepakt. Zo zijn er drie soorten twijfel, die elk een andere therapie vragen.
Verstandstwijfel
Als eerste de verstandstwijfel. Die wordt in de Bijbel positief tegemoet getreden. Jezus neemt de tijd voor Johannes de Doper, die zo'n heel ander beeld van de Messias had en voor Nicodemus met zijn vragen. Thomas mag er zijn met zijn twijfel en zo komt uit de mond van de grootste twijfelaar de diepste belijdenis: "Mijn Here en mijn God." Als er echte vragen zijn moeten er echte antwoorden gegeven worden. Als er misverstanden zijn moeten die aan het licht komen en opgelost worden. Niet iedereen kan al die vragen beantwoorden, maar daarvoor zijn we gemeente, om elkaar daarin te helpen. Er is de EO, Youth for Christ, Navigators, l'Abri. "Maak er gebruik van," raadt ds Rietkerk aan n.a.v. een vraag over de jeugd met al haar vragen. "Het is wonderlijk hoe een week of weekend weg vaak meer doet voor de geloofsdoorbraak bij jongeren dan zes jaar catechisatie."
Wilstwijfel
lets anders is de wilstwijfel. Dat is de twijfel uit Jacobus 1, de twijfel van de mens "ongestadig op al zijn wegen" (vs 8). Deze mens twijfelt omdat er iets is wat hij vast wil houden dat hij los zou moeten laten. Geloof zou hem teveel kosten, daarom blijft hij twijfelen en argumenten tegen aanvoeren. Twijfelaar?
Noem hem liever koppig. Os Rietkerk noemt dit "De twijfel van het nog niet getekende contract". Alles is duidelijk, maar de handtekening ontbreekt. Het antwoord op die twijfel is gehoorzaamheid, een keuze maken en trouw zijn.
Gevoelstwijfel
De derde soort is de gevoelstwijfel. Het tegenovergestelde van deze twijfel is niet zekerheid of gehoorzaamheid, maar vertrouwen. Het is de twijfel uit Judas 22 en 23: "Weest ook barmhartig jegens sommigen, die twijfelen, redt hen door hen uit het vuur te rukken .." Het is de twijfel van Elia, net na de geweldige ervaring op de KarmeI. God reageert er op met een maaltijd, rust, nog een maaltijd en de aansporing verder te gaan. En dan volgt de Godsontmoeting in het zachte suizen van de wind. Veel gevoelstwijfel gaat terug op niet verwerkte pijn. Gevoelens zijn beschadigd. Men kan en durft niet meer te vertrouwen, ook God niet. Eerst moeten die gevoelens genezen. We kunnen niet ontvangen in lekkende koppen.
Twijfel voorkomen
"Is twijfel noodzakelijk?", vraagt iemand uit de zaal zich af. "Ik ken het helemaal niet, is er iets mis met me?"
Natuurlijk niet. Gelukkig zijn mensen heel verschillend. Iedereen die het geloof serieus neemt, zal kritische vragen moeten stellen. Je koopt niet de eerste de beste auto, hoe zou je het fundament van je leven gewoon maar van anderen aannemen. Maar de echte diepe geloofstwijfel, die heeft gelukkig niet iedereen. Soms komt twijfel voort uit 'slecht onderhoud' en kunnen we die voorkomen door een goede geloofsconditie: gedenken en vieren. Of door ons te realiseren (zoals Christen in het verhaal van Bunyan) dat, als we in het kasteel van de Wanhoop, geslagen worden door de reus Twijfel, we eruit kunnen met de sleutel Belofte.
Twijfel is meer van deze tijd dan van vroeger
In de middagpauze vraag ik een aantal mensen wat ze van de lezing vonden. Twijfelen ze zelf wel eens? "Nee, nooit," zegt een oude dame, "ik vond het maar een gek onderwerp." "Ik ken het zelf ook niet zo, maar ik was toch blij met de lezing, want mijn kinderen komen wel met veel vragen en de kleinkinderen helemaal", zegt een al even oude dame. Iedereen knikt. Twijfelen jonge mensen meer dan oudere? Beslist, vinden deze vrouwen. Aan een andere tafel spreek ik een vrouw die op haar zestigste de knoop heeft doorgehakt. Ze bad al jaren, maar kon de stap naar de kerk niet maken. "Ik schreef een brief vol vragen naar de dominee. In het gesprek erover zei ik dat ik mensen niet kon vertrouwen. "Vertrouwt u zichzelf?" vroeg de dominee. Zo ben ik gemeentelid geworden." Wat heeft het haar gebracht? "Ik heb geleerd hoe belangrijk het is 'sorry' te zeggen," antwoordt ze zonder aarzelen. Iemand anders heeft ineens begrepen waarom het bijna negentigjarige familielid maar blijft twijfelen in zijn keus voor Christus: "Ineens zie ik het: hij wil gewoon niet." Een van de jongeren (ruim veertig) zegt: "Of ik getwijfeld heb? Ik stikte er zowat in, jarenlang. Maar zoiets zei je niet en niemand sprak erover." "Een puber moet twijfelen, een adolescent mag twijfelen, een volwassene kan twijfelen", sprak ds Rietkerk. Alle twijfel is niet hetzelfde, elke tijd is niet hetzelfde en alle Nederlands Gereformeerde vrouwen zijn ook niet hetzelfde. Maar "Nabij of ver, wij zijn verbonden: een Heer", zongen we. Geen twijfel mogelijk.