Kerke(n)raad
1996-10-18
De laatste weken zie je in veel kerkbladen plotseling het woord ‘kerkenraad’ opduiken in plaats van, het ons zo vertrouwde ‘kerkeraad’. De reden hiervoor is de invoering van de nieuwe spelling die per 1 augustus 1997 verplicht wordt op scholen en bij de overheidsdiensten.- Jaargang 40
- nummer 21
Een van de belangrijkste spellingswijzigingen is de beregeling van de zogenoemde tussen-n-. In de oude spelling was er altijd verwarring over woorden als frambozesap en frambozenlimonade; hondehok en hondenasiel. Om aan deze verwarring voor eens en altijd een eind te maken heeft de nederlandse Taalunie (die in opdracht van de minister werkt) bij deze herziening van de spelling het volgende besloten: als het eerste deel van een samenstelling alleen een meervoud op -en heeft, wordt deze n ook in de samenstelling geschreven; dus voortaan frambozensap en hondenhok.
Naar analogie hiervan zou je in plaats van kerke raad ook kerkenraad moeten schrijven, omdat kerk een meervoud op -en heeft. Maar waarom doet het dan zo vreemd aan? Is dat alleen ongewoonte of zit er meer achter?
Frambozensap wordt gemaakt van frambozen; een hondenhok is een hok ... voor honden. Maar de kerk(e)raad is de raad van een afzonderlijke kerk, zoals ook het kerkblad het blad van de kerk is, de kerkklok de klok van de kerk en het kerkkoor het koor van de kerk. De tussenletter -e- in kerk(e)raad is er alleen tussen gekomen om de uitspraak te vergemakkelijken, net zoals bij de woorden zieleheil en zielerust. Het ligt dus aan de betekenis dat wij ons zo ongemakkelijk voelen bij de spelling van kerkenraad. Dit betekent immers raad van kerken. En dat is het niet. Het is de raad van een kerk. Ik zou daarom voor willen stellen om de schrijfwijze 'kerkeraad' te gebruiken. Dat is duidelijk de raad van een kerk. Je zou ook de omschrijving 'de raad van de kerk' kunnen gebruiken. In het spraakgebruik kan het gewoon kerkeraad blijven. U zult zich misschien afvragen of zondeval ook zondenval wordt. Nee, dat is niet het geval. Omdat het woord zonde ook een meervoudsvorm op -s kent (zondes), valt het buiten deze regel. De eerder genoemde woorden zieleheil en zielerust krijgen echter wel een -n: zielenheil en zielenrust. Hierbij zou ik toch de auteurs van theologische verhandelingen aanraden om de oude spelling te handhaven of deze (ouderwets geworden?) woorden te omschrijven, omdat ze met de nieuwe spelling ook een andere betekenis krijgen. Zieleheil heeft betrekking op het heil van een persoon, terwijl de vorm zielenheil op de heiliging van meerdere personen slaat.
Wij huppelen voortaan van zielenvreugd! (Psalm 68 O.B.)