De enige weg in Watergraafsmeer
1996-11-01
Vanaf de muur kijkt ze me aan: de eerwaarde moeder die hier waarschijnlijk als laatste non de school bestuurde. Toen was godsdienstonderwijs nog geloofsopvoeding. Nu niet meer, meent godsdienstlerares Geertje Kelder-Vos: “Met zoveel verschillende culturen en religies in één klas vertel je over alle godsdiensten wat, zodat ze elkaar leren respecteren en begrijpen. Misschien kan het christelijk geloof dan later hun leven binnenkomen.” - Jaargang 40
- nummer 22
Het is een doordeweekse dag op een scholengemeenschap in de Amsterdamse wijk Watergraafsmeer. Geertje Kelder-Vos, lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Zaandam, probeert hier al zeven jaar kinderen 'levensbeschouwelijke vorming' te geven: "Ik noem het zelf graag zo. Het is een mooi woord: levensbeschouwelijke vorming. Godsdienst zoals op bijvoorbeeld de gereformeerde scholen wordt gegeven, geef ik niet. Het woord alleen al vormt de eerste blokkade.
Leerlingen hebben er verhalen van hun vader en moeder over gehoord: godsdienst is propjes schieten en de catechismus Ieren."
Oerknal
Hoe de lerares het dan aanpakt, wordt duidelijk als we achterin de klas gaan zitten. In de nok van het oude schoolgebouw, onder de hanenbalken staat ze voor een mavo-a-klas. Meer dan 90 procent van de leerlingen is hier allochtoon, afkomstig uit landen als Suriname, Marokko, Turkije of India. Vandaag gaat de les over hoofdstuk drie: het begin, de schepping. "Er zijn heel veel scheppingsverhalen", vertelt de lerares. "Christenen en moslims geloven in de schepping, natuurkundigen geloven in de oerknal. En God kan bij de schepping best gassen en een oerknal hebben gebruikt. Dat weten we niet.
Omdat er meer scheppingsverhalen zijn, kan het heel erg verschillen hoe je het thuis hebt geleerd en hoe je het hier hoort. Geloof heeft alles te maken met hoe je bent opgegroeid en wat je is geleerd. En dat geldt voor zowel de christenen, de moslims als de natuurkundigen."
Is dit geen opmerkelijk verhaal voor een christelijke lerares?
"Veel Nederlands Gereformeerden zullen mijn manier van praten over het scheppingsverhaal niet begrijpen. Sommigen struikelen erover als ik zeg: de wetenschap kan best gelijk hebben. Het scheppingsverhaal is eigenlijk een gedicht dat door mensen is gemaakt in een tijd dat ze het moeilijk hadden. Maar het is wel geïnspireerd door God. Wetenschappers zeggen dat de aarde 5 miljoen jaren oud is. Dat zou best kunnen. De bijbel is geen geschiedenisboek op grond waarvan je kunt aantonen dat het niet zo is. Het doel van mijn lessen is om ze voor te houden: jongens, laat je niets aanpraten. God heeft in alles zijn hand."
Wat vinden ouders daarvan?
"In de tweede klas behandel ik de Islam. Er zijn wel eens ouders die komen praten en zeggen dat ze niet willen dat we over de Islam vertellen, omdat ze daar niet in geloven. Maar als we dan een doorpraten, zien ze vaak ook de andere kant wel. Want hoe kan een kind van het eigen geloof zeker worden, als hij niet eens weet, wat anderen geloven? Als hen kennis over andere godsdiensten wordt onthouden, missen ze zoveel. Je leert een Moslim dan niet kennen. Je zult nooit iets van een Hindoestaan begrijpen. Je kunt er zo nooit vriendschap mee sluiten."
Wat hebben jouw lessen dan voor 'extra's'?
"Kinderen leren de geloofsbelijdenis van zowel de joden, de moslims als de christenen en in de les vergelijken we die met elkaar. Zo leren ze zien dat de jood en de moslim een afstand tot God hebben en dat Jezus juist leert God lief te hebben. Jezus is als je vader en als het goed is, houdt je vader van je. Maar hij wordt ook boos als je stout bent. Zo is God ook. Op die manier probeer ik dan toch iets van het christelijk geloof over te brengen. Ik hoop dat ze aan de manier waarop ik over God en Jezus praat, ze iets proeven van dat je er niet bang voor hoeft te zijn: dat het God dichterbij ze brengt. Ik hoop en bid dat ze dan later zullen inzien dat Jezus die God is."
Zet je kinderen door de veelheid aan algemene informatie niet op het verkeerde been?
"Als ze de geloofsbelijdenis van de Islam leren, hoef je echt niet bang te zijn dat het kind moslim wordt. Als het goed is leren ze thuis al over de Enige Weg. Dan kun je op ze afsturen wat je wilt, maar dat heeft op hun geloof geen invloed. Kinderen leren juist de rijkdom van het eigen geloof te zien: wat sneu dat anderen bang voor God moeten zijn, zeggen ze dan. En natuurlijk ligt hier ook voor de ouders een belangrijke taak. Ze moeten er met de kinderen ook thuis over praten."
Tijdens de les zet je dus je eigen geloofsbeleving buiten spel en ben je 'objectief'. Moet je het als christen juist niet uitdragen?
"Ik probeer in eerste instantie het vertrouwen van de kinderen te winnen, zodat ik op de een of andere manier toch iets kan laten zien van wat ik geloof. Dat vertrouwen verspeel je hier op het moment dat je zegt: Jezus is de Enige Weg. Dan luisteren ze nooit meer naar je. Ja, je neemt op dat moment dus even afstand van je eigen geloof. Wel is het zo dat je er extra dingen in brengt, die je zelf belangrijk vindt. Maar ik zeg over bijvoorbeeld de Koran nooit: dit is niet waar. Dan werp je een blokkade op die je nooit meer kunt overwinnen."
Vind je dat niet onzettend moeilijk?
"Nee, je ontdekt hier juist de meerwaarde van je eigen geloof. Je leert ook na te denken over wat je nu eigenlijk gelooft. Je moet andere termen gebruiken. Een benaming als 'Zoon van God' zegt deze kinderen namelijk niets. Dat snappen ze niet en dus gebruik ik het ook niet. Je moet hier eerst heel veel uitleggen, voordat je iets kunt gaan vertellen. Met veel boekjes voor godsdienstonderwijs kan ik dan ook niets beginnen. Ondanks alle goede bedoelingen is het zoveel blabla. Het vereist veel voorkennis bij leerlingen en de kinderen die hier zitten, weten niets. Die zitten op niveau O. Wat ik wel moeilijk vind, is als ze me vragen: wat gelooft u? of: Is dat zo, is dat echt gebeurd? Op dat moment vragen ze naar wat ik geloof. Aan de onderbouw vertel ik dat nog niet. Daar probeer ik het te omzeilen. Op hun vraag: wat gelooft u?, zeg ik: wat denk je? Op wat voor school zitten we hier: zouden ze hier een joods iemand voor de klas zetten? Ik vertel nog niet dat ik christen ben, om dat ze zich dan soms aangevallen voelen of mij menen te moeten vertellen hoe het volgens hen zit. Bij de bovenbouw ligt dat anders.
Derde- en vierdeklassers zijn over het algemeen wat volwassener. Maar ook dan zeg ik dat ik het geloof en niet dat het zo is."
Als we in de derde klas over de dood en wat daarna komt praten, merk je dat ze daar erg bang voor zijn. Dan zeg ik: je hoeft niet bang te zijn. Je kunt nu kiezen. En dan vertel ik ze wat ik geloof: het is net zoals wanneer je ouders op vakantie gaan. Twee weken van tevoren vragen ze je of je meegaat. Dan heb je veertien dagen de tijd om tijd om daarover na te denken. Als je besluit niet mee te gaan, kun je op de laatste dag nog van gedachten veranderen. Maar als je ouders zijn vertrokken, ben je te laat. En dan moet je niet gaan zitten kniezen, want het was je eigen keus. Zo is het ook met God."
Bij het scheppingsverhaal is het misschien nog mogelijk 'neutraal' te blijven, maar hoe zit het met de verhalen rond Pasen en Kerst? Dat zijn toch hele cruciale punten in het christelijk geloof.
"Je probeert deze feesten toch een 'evangelisch' karakter mee te geven, maar dat is heel moeilijk. De Koran kent namelijk geen Kerst en Pasen. Ik gebruik in deze periode vaak de film over Jezus' leven op aarde om over het christendom te vertellen. Op het punt dat Jezus gekruisigd moet worden, zet ik de film even stil. De moslim gelooft namelijk dat God Isah (= Jezus) op dat moment naar de hemel heeft gehaald en dat een plaatsvervanger uiteindelijk gekruisigd is. Ik vertel de klas dan eerst dat het verhaal hier wat anders verder gaat dan dat zij misschien geleerd hebben. Vervolgens start ik de film weer en dan kunnen ook de moslimkinderen met een gerust hart verder kijken. De blokkade is weg en je ziet dan dat ze net zo verwonderd staan te kijken als de apostelen in die dagen."
Merk je bij kinderen op zo'n moment ook iets van een verlangen naar de God van de Bijbel?
"Als ik zie hoe kinderen reageren op die film over Jezus, dan merk ik dat er belangstelling is voor een God die liefde is. Dat er een honger is naar Jezus-Christus. Ik gebruik de folder van de Klas2000-actie voor een opdracht. Ze mogen die verknippen om met woorden of plaatjes duidelijk te maken wie Jezus-Christus was. Dan merk je dat ze het wel zouden willen geloven, dat ze wel zouden willen dat dit waar was."
Toch kun je vanuit jouw zienswijze hier niet direct op reageren.
"Nee, en soms heb ik het daar ontzettend moeilijk mee. Dan denk ik: oh, doe ik het wel goed? Zou ik toch niet meer .... Ik heb dan vooral moeite met dat vers in de Bijbel, waar zoiets staat als: Wee degene door wie iemand verloren gaat. Als ik dan na vier jaar leerlingen die nog steeds moslim zijn de school zie verlaten, dan vliegt de verantwoordelijkheid me wel eens aan. Ik heb ze vier jaar lang iets verteld en ze gaan niet als christen de deur uit... Wel gebeurt het af en toe dat ik iets meer kan doen. Vorig jaar had ik een meisje in de klas die iedere grote pauze langskwam om te praten. Eingelijk wilde ze wel eens naar de kerk, maar waar ze al eens was geweest, beviel haar niet zo. Er was helemaal geen aandacht voor haar geweest, niemand had haar aangesproken. Toen heb ik haar het adres van 'de Hoeksteen' (Nederlands Gereformeerde gemeente in Amsterdam) gegeven en ds. Norman (Viss, red.) opgebeld. Ik heb hem verteld dat een van mijn leerlingen belangstelling had. Maar dit soort dingen gebeurt maar heel weinig. En nee, ik geef ze geen adres van een moskee."
Dopen
Irene (15) zit helemaal achteraan, bij de deur. Ze is katholiek opgevoed en gaat soms naar de kerk. Van de Bijbel weet ze niet zoveel, maar het scheppingsverhaal ken ze wel: over Adam en Eva. Alleen vraagt ze zich wel eens af waar die nu vandaan kwamen: "Tja, als God dat heeft gedaan ... ja, dan is het wel een mooi verhaal."
Ook Redouan (14), Orhan (15) en Mustafa (14) kennen het verhaal van Adam en Eva. In de Koran is dat verhaal bijna hetzelfde, alleen heeft Eva geen naam. "Maar ze bedoelen hetzelfde", meent Orhan. Alle drie geloven ze in de Islam en ze gaan regelmatig mee naar de Moskee. Godsdienst vinden ze wel een leuk vak: "Ik leer er heel wat van. Je leert meer over andere godsdiensten", vindt Orhan. "En ook hoe ze lesgeeft, is leuk", besluit hij. "Ik geloof alleen niet zo in dat dopen enzo", reageert Redouan. "Wij hebben de besnijdenis. De meeste moslims houden zich daar wel aan. Het is een teken van 'reinigheid'." Volgens Mustafa moeten alle moslims de besnijdenis houden. Dat staat in de Koran. Redouan is daar niet zo zeker van en gaat het vragen aan juf Kelder, "want die kent de hele Koran uit haar hoofd."
Tegen de tijd dat het lesuur om is, staat de klas al te duwen bij de deur. Het godsdienstonderwijs mag hier dan veranderd zijn, dit tafereel bestaat al zolang er kinderen in een school zitten. Een jongen draait nog even om me heen. "Bent u christen?", wil hij weten. Het antwoord is er uit voor de opvoedkundige bezwaren zich aandienen...