Het prototype van de kerk (2)

1996-11-15
  • Jaargang 40
  • nummer 23
Vanuit het lezen van Mattheüs 10 zagen we:
1. De kerk staat in dienst van de ontferming van God over deze wereld (Matth. 9:36).
2. Kerk-zijn bestaat wezenlijk in het je laten roepen door Jezus, je laten verbinden met Jezus, en het je laten zenden door Jezus (Matth. 10: 1-5).
3. Het hart van het kerk-zijn wordt gevormd door een radicaal engagement in het heil dat God in Jezus Christus geeft (vers 7).

Nu lezen we verder.

Het teken van de armoede
..Om niet hebt gij het ontvangen, geef het om niet. Voorziet u niet van goud of zilver of koper in uw gordels, van geen reiszak voor onderweg, geen twee hemden, geen sandalen, geen staf, want de arbeider is zijn voedsel waard."
(vs 8b-1 0) De leerlingen worden gezonden. Wat mogen ze meenemen onderweg? (Bijna) Niets. Alles wat je normaal voor een reis meeneemt om in je levensonderhoud te voorzien en je te . beveiligen, moet je thuislaten volgens Jezus. Zelfs normale dingen als sandalen en een staf. Dat is natuurlijk een extreme eis van Jezus. Maar dit extreme duidt erop, dat het een téken is. Een teken van volstrekte afhankelijkheid. Zelfs de schijn moet vermeden worden, dat hier niet God werkt, maar ménsen hun zaak drijven. De arbeider is zijn loon waard: Gód zal je belonen. Zelfs de schijn moet vermeden worden, dat het evangelie op een of andere wijze in dienst staat van materieel gewin. Het evangelie is gratis. Gratis gekregen, gratis gegeven. Je wordt er niet rijk van, maar tóch kun je ervan uitdelen. Daarom behoort de kerk het teken van de armoede te voeren Vanwege haar geloofwaardigheid. Misschien is in een rijke en cynische samenleving, waarin men het zich eigenlijk niet eens meer voor kan stellen, dat iemand om een ander geeft zonder verborgen eigenbelang, déze armoede nog een taal, die men verstaat. "Ik heb niets, en toch heb ik alles. Ik ben niet rijk, en tóch gelukkig."

Hoe geloofwaardig zijn we?
Wij spreken over de liefde van God. Belangeloze liefde. Maar de kerk heeft zich in de geschiedenis maar al te vaak laten leiden door de belangen die ze inmiddels in de wereld had opgebouwd. (Slavenhandel, houding van de kerk in het sociale vraagstuk, kerk als grootgrondbezitter en beheerster van fondsen, als garant van een dubieus of zelfs onrechtvaardig publiek bestel). We moeten dus niet verbaasd wezen, als mensen enigszins geprikkeld informeren naar de verborgen agenda van de verkondiger: Waar is het je nu werkelijk om te doen: om mij of om jezelf, of je eigen organisatie?
De vraag is niet of men terecht zo reageert. De vraag is wel: wat doen wij om duidelijk te maken, dat het in het kerk-zijn wérkelijk om iets van God gaat, en niet om iets van ménsen? Welke taal spreekt ons kerkgebouw met bijbehorende parkeerplaats voor de bijstandsmoeder in de flat van tegenover? Welke boodschap gaat uit van onze kleding? Van onze huizen? Van onze welstand. Van onze levensstijl? Hoe geloofwaardig zijn we? Vraag: zou er terwille van onze geloofwaardigheid, juist in een samenleving als de onze, in de kerk niet iets moeten zijn van een téken-achtig afstand doen van welvaart en welstand?

Een teken van trouw
.....Blijf daar tot uw vertrek" (vs 11) Jezus draagt zijn leerlingen op om in te gaan in de huizen van de mensen.
..Kies een goed adres uit om te verblijven", zegt Jezus. Een plaats waar men bereid is je te ontvangen. Als je zo’n adres gevonden hebt blijf daar dan ook. Als een teken van je trouw. Als je halverwege je verblijf in de stad naar een ander onderkomen omziet, denkt de eerste wellicht: ..Ben ik niet goed genoeg?". Blijf op het eerste adres, ook om alweer alle schijn te vermijden, dat je het aardigste verblijf uitzoekt, dat je krijgen kunt. Het koninkrijk breng je niet zozeer door 'huis aan huis' te gaan en een boodschap achter te laten, maar door deel te nemen aan het leven van je gastheer. Om zo in het alledaagse leven (de vredegroet!) het koninkrijk te brengen.

Het huis
'Huis' staat voor 'leefwereld'. Het huis is de plaats waar mensen geboren worden, opgroeien en opvoeden, arbeiden, liefhebben en sterven. Juist in de huizen wordt de nood van het leven gevoeld, de last van het kwaad gedragen.
Juist in de huizen wordt er geworsteld met de grote religieuze vragen. Met name het leven in de huizen schermt men zoveel mogelijk af voor anderen en voor God. Daarom wordt vandaag juist in de huizen zo mateloos geleden. Hoe bevrijdend zou het kunnen zijn, als er iemand het 'huis' binnenkomt wiens welgemeende vredegroet ook werkelijk vrede brengt (.....zo kome uw vrede daarover .." vs 12) Misschien moeten we de opdracht van Jezus om de huizen van onze naasten binnen te gaan, vandaag letterlijker nemen, dan we altijd dachten.

Zegenspreuk
Waar is de kerk? Niet alleen maar daar, waar zij samenkomt om zich te laten verbinden aan Jezus Christus. Zij is óók daar waar mensen als u en ik de drempel overschrijden van het huis van onze buurman/vrouw, collega, broeder of zuster. Elke keer als u de drempel over gaat van het huis van uw naaste, of van uw broeder of zuster, of van uw collega, dan doet u dat als geroepene en gezondene. Wanneer u zich aan Christus hebt laten verbinden, dan is Christus zelf daar op bezoek: ..Wie u ontvangt, ontvangt mij. Dan vindt daar een wezenlijk stukje kerk-zijn plaats. De joden hebben voor heel veel dagelijkse dingen een zegenspreuk. Op die wijze heiligen ze hun leven. Zo bestaat er ook een zegenspreuk voor het betreden van een huis. Wij zouden er óók een gewoonte van kunnen maken om, voordat we een vreemd huis betreden, voor onszelf een gebed uit te spreken: ..Heer, ga met mij mee en werk door mij heen". Een 'rite de passage'. Want het overschrijden van een drempel is een belangrijk gebeuren in het koninkrijk van God.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief