Bescheiden, maar beslist

1996-12-27
  • Jaargang 40
  • nummer 26
Dit is geen boekbespreking, maar wel een beschouwing die opgeroepen is door de recente verschijning van twee boeken, die op z'n minst dit gemeen hebben dat beide in de inleiding op een opvallend besliste toon spreken over 'de waarheid'. Het eerste boek wil de lezer "helpen te onderzoeken wat de aanspraken op de waarheid van het christelijk geloof waard zijn". En het tweede boek zegt: "Christenen maken er aanspraak op de beslissende waarheid te kennen over hoe het er voorstaat met I mens en wereld". Is het toeval, dat in deze twee boeken, die vrijwel gelijktijdig zijn verschenen, zo onbevangen en tegelijk zo beslist gesproken wordt over de waarheid? Of heeft dat meer te betekenen; is het wellicht een signaal dat er iets aan het veranderen is?

Hoe het was
,,'God' is een zwart gat dat alle licht en materie opzuigt. Alleen op de manier van de Hubble-telescoop kunnen we naar Hem kijken: door zijn omgeving te bestuderen. En Gods omgeving bestaat uit gelovigen die elkaar al een mensheid lang de strot afbijten voor hun claim op de absolute Waarheid", aldus de componist Peter Schat in Trouw van 5 oktober jongstleden. Een uitspraak die zich zonder moeite met vele laat vermeerderen. 'De waarheid' is, zeker in de mond van Christenen, een verdacht artikel, dat het beeld oproept van mensen die eindeloos met elkaar bakkeleien over volslagen zinloze dingen, terwijl intussen de wereld om hen heen schreeuwt om hulp - maar daar wordt niks aan gedaan, daar is geen tijd voor, nu moet er gestreden worden voor de waarheid! Probeer maar eens aan een buitenstaander uit te leggen hoe het mogelijk was dat er in 1944, in het donkerste oorlogsjaar, een kerkscheuring ontstond! Als dát hoort bij pal-staanvoor-de-waarheid, dan haken veel mensen af; voor hen hoeft het niet meer.

Ook wij
Als ik het goed zie, is die argwaan ten aanzien van het spreken over 'de waarheid' niet alleen gemeengoed geworden in de wéreld, maar ook in de kerk, ook in ónze kerken: eerst Vrijgemaakt, later Nederlands Gereformeerd (en daartoe beperk ik mij dan verder ook in dit artikel; er is op dit punt wel een faseverschil op te merken tussen de verschillende kerken). Voor die argwaan was reden. Wat is door die eindeloze strijd voor de waarheid de liefde immers vaak in het gedrang gekomen. Denk alleen maar aan het "uit kracht van de belijdenis der waarheid" heenzenden van ds Schoep door de synode van Amersfoort in 1967. Deze nadruk op de waarheid, op het opkomen voor en verdedigen van de waarheid, heeft aan het Gereformeerde leven vaak iets hards gegeven, iets kouds. Onbedoeld, maar ook onmiskenbaar. En al meer verloren ging de liefde, en de barmhartigheid, die immers roemt tegen het oordeel (Jakobus 2:13).

Gehoorzaamheid
Ik voeg daar nog iets aan toe. Onlosmakelijk verbonden met dit benadrukken van de waarheid is namelijk ook een sterk accent op de gehoorzaamheid. Waar immers van Godswege, vanuit de openbaring, alles draait om de waarheid, daar is van de kant van de mens maar één reactie mogelijk en passend: die van de gehoorzaamheid. Daarop kwam dus de nadruk te liggen; en wel zózeer dat het soms leek alsof geloven hetzelfde was als gehoorzamen; alsof het daarin opging. En dat is toch beslist niet waar. Zeker, gehoorzamen hoort erbij, is ook een voluit bijbels begrip, maar geloven is toch allereerst: vertrouwen, je toevertrouwen aan Hem die om Christus' wil onze God en Vader wil zijn. En pas op de basis van dat vertrouwen komt het tot gehoorzaamheid. Het laatste kan nu eenmaal niet bestaan zonder het eerste!

Reactie
Geen wonder dus dat ook bij heel wat mensen binnen de kerk na verloop van tijd argwaan ontstond, telkens als het ging over 'de waarheid'. Er moest wel een reactie komen op dat overbenadrukken van de waarheid. En die is er dan ook gekomen, in de laatste drie decennia, in overvloedige mate. Eerst in de wereld, maar vervolgens ook in de kerk.
In de wereld spreken we dan van de opkomst van het relativisme: ieder mens heeft zijn of haar eigen waarheid; wat voor mij waarheid is hoeft dat voor jou niet te wezen, en wat voor jou waarheid is kan en mag door mij niet worden bestreden. We komen niet verder dan het 'bevragen' van elkaar; en ga asjeblieft geen ruzie maken over 'de waarheid', want daar kom je toch niet uit.

De Waarheid
In de kérk kom je ten dele wel diezelfde reactie tegen: waar vroeger het ganse leven van een Gereformeerd mens zo ongeveer stond in het teken van de strijd vóór de waarheid en tégen de leugen, daar lijkt in onze tijd de lust om voor enigerlei vorm van waarheid in het perk te treden tot een minimum teruggebracht te zijn. Tegelijk heeft binnen de kerk als ik het goed zie de reactie op vroeger óók nog een andere, positievere vorm aangenomen, namelijk die van een concentratie op Jezus. Enerzijds dus een áfwending van het spreken over waarheid in de zin van de zuivere leer der kerk, maar anderzijds ook een tóéwending naar Hem, die niet maar de waarheid léért, maar die in eigen Persoon de Waarheid IS: Jezus Christus. Hij, de Weg, de Waarheid en het Leven. En daar past dan ook een andere menselijke houding bij: niet meer die van de gehoorzaamheid, zoals vroeger, nee, bij deze concentratie op Jezus als dé Waarheid past het benadrukken van de relatie met Hem. Niet de vraag: "Is jouw leer wel orthodox?" houdt ons vandaag bezig, maar wel de vraag: "Heb jij een levende relatie met je Heer en Heiland?" Is daar dan een tegenstelling tussen? Nee, op zichzelf niet. Maar wel een behoorlijk accentsverschil; en dat blijft niet zonder gevolgen.

Beoordeling
Hoe nu deze verandering te beoordelen?
Nu, het eerste wat daarover te zeggen valt is dat deze reaktie noodzakelijk was. Het was nodig dat de aandacht verschoof van de kerkelijke en dogmatische waarheid waarvoor wij moeten strijden, naar De Waarheid die voor ons heeft gestreden op Golgota, en vandaag nóg strijdt vanuit de hemel. Nodig - want bij zoveel strijd voor de waarheid was het geloof van heel wat mensen danig verschraald en verschrompeld. Daar moest een reactie op komen. De vraag naar de persoonlijke relatie met Christus als Heer, en daarmee _ ook naar de heiliging van heel het leven, laat zich niet voorgoed onderdrukken; in elk geval niet zonder schade aan te richten. Tegelijk, en dat is dan het tweede, is het zaak om ook oog te hebben voor de keerzijde van deze wending, de schaduwkant ervan. Het laat zich immers nauwelijks ontkennen dat met name het pleidooi voor een meer persoonlijke beleving van de relatie met de Here wonderwel samengaat met het bovengenoemde relativisme. Niet dat daarmee dat pleidooi niet goed was - nog eens: als correctie was het noodzakelijk - maar er werd onvermijdelijk een poort mee geopend waarlangs ook in de kerk het individualisme en in het voetspoor daarvan de vrijblijvendheid konden binnenkomen.

Toch weer: de waarheid? /
Zou het kunnen zijn dat zich in onze tijd opnieuw een verandering aa-dient? En dat het verschijnen van deze beide boeken daar een signaal van is? Gaan we een beetje de bocht terug maken? Een tijdlang hebben we alles geconcentreerd op Jezus Christus, dé Waarheid; komt er nu een tijd waarin we weer méér gaan vragen naar de waarheid in de bredere zin van het woord? Waarbij we niet simpelweg teruggaan naar vroeger, maar vasthouden wat Wf3 gewonnen hebben: het belang van: die persoonlijke relatie met God - / maar waar we dan toch, juist vanuit dat centrum, die vraag weer aan de orde durven stellen, die vraag naar de waarheid; om zo, vanuit onze verbondenheid met Hem die de Waarheid is, het broodnodige gesprek over de waarheid te voeren.

Confrontatie met het ongeloof
Het lijkt wel alsof de kerk nu pas de grote ongeloofs-concepties uit de vorige eeuw echt heeft verwerkt; met name die van Darwin en Nietzsche, minder die van Marx en Freud. Met 'verwerking' bedoel ik méér en iets anders dan frontale afwijzing; die is er in het verleden altijd wel geweest. Verwerking houdt in: erkenning van het waarheidsmoment in wat van de andere kant naar voren wordt gebracht, daar een werkelijke confrontatie mee aangaan, om zo uit te komen bij een nieuwe of hernieuwde vaststelling van het eigen standpunt. En dat is nu precies wat deze boeken beogen: de Christen vandaag toerusten; nee, hem niet steken in een star harnas waarmee je niet uit de voeten kunt, maar wel informatie en argumentatie aanreiken, waarmee op een reële manier het gesprek gevoerd kan worden met hen die niet geloven in onze Here God. Beide boeken maken die pretentie ook waar, vind ik. Misschien niet voor de volle 100%, misschien niet in elk hoofdstuk (aan beide boeken samen hebben niet minder dan 31 verschillende auteurs meegewerkt), maar in totaliteit vind ik de opzet van beide geslaagd. Hier wordt in doorsnee geen waarheid vanuit de ivoren toren ten beste gegeven, maar één die het gesprek zoekt. Hier worden Christenen niet de wereld ingestuurd met een stel kreten op zak, maar met een hoop materiaal waarmee je zonder angst het gesprek kunt aangaan.

Kerk en waarheid
Ik 'herhaal mijn vraag: zouden deze boeken er een signaal van kunnen zijn dat de waarheid weer meer dan vroeger op de agenda van de kerk komt? Of is dit wishful thinking? Meen ik iets te zien om geen andere reden dan omdat ik het graag wil zien? Nu, dat ik het graag zou willen is een feit. Ik verlang naar een kerk, die stevig verankerd is in het Evangelie van de genade, die vast verbonden is met haar Heer en Heiland, en die vanuit dat centrum leeft, zónder hoogmoed, maar ook zonder angst, bescheiden, maar beslist, midden in de wereld en de werkelijkheid van vandaag. Géén kerk die uitsluitend bewogen wordt door de golven van het (ailerindividueelst) religieus gevoel, maar één die krachtig is in de kennis van de waarheid en in de liefde tot Christus.
Ja, naar zo'n kerk verlang ik. Er is namelijk een alternatief; een reëel alternatief - en dat staat mij in het geheel niet aan. Het is het beeld dat geschetst werd in het roemruchte rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau: de (weinige) mensen die lid van de kerk blijven, zullen in de toekomst steeds konservatiever zijn. Ze zullen hun kracht zoeken in het isolement, in het zich terugtrekken op oude vertrouwde posities. Meer en meer zullen de verbindingen met de rest van de samenleving worden verbroken, zodat tenslotte de kerk een brugloos eiland wordt temidden van de oceaan van de wereld. Een kerk die alleen nog museumstuk is, openbaar kunstbezit, een pronkstuk in een stofvrije vitrine. Nee, laat dan een generatie opstaan, die het gesprek zoekt, die de waarheid tot thema maakt in de ontmoeting met de wereld, en die dat doet op de manier zoals in de titel van dit verhaal verwoord: bescheiden, maar beslist. Ja, bescheidener dan vroeger - daar is reden toe - maar ook: met beslistheid, met een gefundeerde zekerheid; want we hebben vaste grond onder de voeten!

Noten:
1. Christendom onwijs, 15 wetenschappers over God, geloof en wetenschap, Kampen 1996, blz 6.
2. G. van den Brink, M. van Campen en J. van der Graaf ired.}, Gegrond geloof, Kernpunten uit de geloofsleer, Zoetermeer 1996, blz 7.

3. Zie, om één voorbeeld te noemen, de wijze waarop K. Schilder in 1933 zijn taak als hoofdredacteur van De Reformatie zag: "de menschen te plaatsen voor de keus, en dan niet te leeren inslapen bij een bleeke neutraliteit of slappe probleemstelling, doch met ijzeren consequentie te zeggen, dat álles nu eenmaal erop áánkomt" (geciteerd uit G. Hartnek. De Reformatie, Baarn 1993, blz 239).

4. Zie het hoofdstuk 'Is alles relatief?' van J.W.A. Bakker, in Christendom onwijs, blz 153-165.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief