Oh ja: die brief!

1996-12-27
  • Jaargang 40
  • nummer 26
In het vorige nummer van'Opbouw' stond op een oproep om een brief te schrijven - (blz. 477). Misschien hebt u de bijdrage over het hoofd gezien. Het kan ook zijn dat u er nog niet aan toe bent gekomen.

Ergens in uw achterhoofd weet u dan: "Oh ja, die brief!" Maar het komt er maar niet van. Daarom alsnog een oproep. Schrijf eens een brief!

Beste Mieke
AI wekenlang ben ik van plan om je te schrijven. Langer met elkaar praten komt er vaak niet van. Je weet hoe dat gaat. Je praat over koetjes en kalfjes. De telefoon gaat, de kinderen komen binnen. Daarom heb ik het voor mezelf maar eens op papier gezet. Je weet dat we iedere zondag naar de kerk gaan. Misschien heb je daar wel eens op gemopperd. Kun je eindelijk eens uitslapen, is het bij de buren een drukte van jewelste. Maar ja, we hebben nu eenmaal een paar druktemakers in huis. Op zondag naar de kerk. Waar is dat nou voor nodig? We hebben het er wel eens over gehad. Je weet dat het geloof voor mij en voor Johan belangrijk is. Maar waarom dan? Dat wil ik je in deze brief proberen uit te leggen....

Lieve vader en moeder
U bent niet gewend om een brief van mij te krijgen. Toen ik nog thuis woonde was dat ook niet nodig. U zou raar hebben opgekeken als u een brief van mij kreeg. En toen ik op kamers ging wonen, had ik telefoon. Dan schrijf je ook niet gauw. Ik vraag me zelfs af of u wel eens een brief van mij hebt gekregen. Ik krabbelde liever ansichtkaarten helemaal vol met ditjes-en-datjes. Nu wil ik u toch een brief schrijven. Sinds ik op kamers woon ben ik over een aantal dingen gaan nadenken. Thuis leek alles zo gewoon. Nu ik andere vrienden heb, met een studie ben begonnen, zetten die veranderingen in mijn leven mij aan het denken ..... Als klein meisje ben ik gedoopt. AI vroeg ging ik mee naar de kerk. Vooral het zingen vond ik mooi. En het kerstfeest. Later kwamen de catechisatie en de jeugdvereniging...

Lieve Peter
Vorig jaar ben je de deur uit gegaan. Het werd een stuk stiller bij ons in huis. Je bracht altijd veel vrienden, gezelligheid en drukte mee. We hebben ook vaak gepraat, over van alles en nog wat. Je was vaak radicaal. Ik herken dat van mezelf, van vroeger. Nu vind je me ouderwets. Je noemde alles waar je het niet mee eens was onzin. Ik denk dat de dominee aan jou op catechisatie soms een stevige kluif had. Hoewel ik ook weet dat hij wel van wat tegengas houdt.
Soms heb ik het gevoel dat we samen een wedstrijd hebben gespeeld. Wie wint het van wie? Zo'n wedstrijd is niet erg: je wordt er sterker van. Toch vraag ik me ook wel eens af: hebben we niet bepaalde vragen laten liggen?
Natuurlijk: zo gaat dat nu eenmaal. En toch: in deze brief wil ik nog eens aan je uitleggen wat ik belangrijk vind ik mijn leven. Misschien denk je: och Pa, dat weet ik al lang! Maar ik ben er niet helemaal zeker van of ik wel voldoende open ben geweest. En misschien is het vooral voor mezelf wel eens goed om van alles op een rijtje te zetten en gebruik ik mijn zoon dan als klankbord....

Beste Jaap
Nu je toch een fax hebt, wil ik eens via de fax met je praten. Dat antwoordapparaat is ook niet alles. Ik vind het jammer dat we elkaar nauwelijks meer spreken. Op deze manier sta je me toch nog een andere ingang toe.
We hebben heel veel samen opgetrokken. Het waren boeiende tijden. De hele lagere school en de HAVO in dezelfde klas, dat gebeurt niet vaak. We gingen ook naar dezelfde kerk en zaten op dezelfde jeugdvereniging. Wat konden we daar discussiëren! Het was fijn om die tijd mee te maken. Aan de andere kant vraag ik me ook wel af: waar ging die discussie eigenlijk over? We plozen van alles tot op de kleine lettertjes uit. Achteraf denk ik dat we één ding een beetje zijn vergeten. Wat heeft dat geloof voor jou persoonlijk te betekenen? De afgelopen jaren ben ik daar meer over na gaan denken.: ...

Waarom?
Zomaar een paar (zelfverzonnen) voorbeelden. Zo hoeft het dus niet. Ze geven alleen maar de richting aan.
Kunt u in een brief weergeven wat u bezielt? Met welke 'ogen' kijkt u naar uw leven en naar dat van anderen? Kunt u dat aan anderen uitleggen? Maar waar is dat dan goed voor? Dr. A.A. Ganzevoort zag in zijn lezing tijdens de Ontmoetingsdag 1996 een indrukwekkende parallel tussen de kerkdienst op de Titanic en de positie van onze kerken in de jaren '90. Het lijkt allemaal nog redelijk rustig. De dominee preekt rechtzinnig, er komt nog jeugd in de kerk, we doen aan evangelisatie en zending. Waar zouden we ons druk om maken? En dáár zou nu wel eens de schoen kunnen wringen. Gaat het wel goed, of strooien we onszelf zand in de ogen? Kan het zijn dat onder die laag van vanzelfsprekendheden van alles verdwenen is? Ziet het er alleen aan de buitenkant nog mooi uit?

Aan de slag!
Wat we af willen vragen is het volgende: waar zijn we nou helemaal mee bezig? Spreken we nog wel de juiste taal? Kunnen we nog aan elkaar uitleggen wat ons bezielt? Kunnen we dat ook in onze eigen woorden en dan zo dat de ander onze taal begrijpt? Inmiddels hebben enkele Opbouwlezers al de ervaring dat het een goede oefening is om dat eens op papier te zetten. In eigen woorden vertellen wat jou bezielt. Wie worden er 'beter' van? In de eerste plaats: uzelf!
In de tweede plaats: de geadresseerde. In de derde plaats hopen we dat u de voorbereidingscommissie voor de Opbouwdageen kopie van de brief wilt sturen. De brief wordt vertrouwelijk behandeld. Overigens: het kan ook geen kwaad om de Opbouwdag 1997 alvast in uw nieuwe agenda te noteren: zaterdag 5 april 1997 in Utrecht. Het wordt een verrassend programma!

Dus: aan de slag! Een kopie van uw brief ontvangen we graag uiterlijk op dinsdag 7 januari 1997.
U kunt hem sturen aan: Voorbereidingscommissie Opbouwdag 1997, p/a Ds. W. Smouter, Mecklenburgstraat 36, 3621 GP BREUKELEN.
Telefoon (0346)-262542, telefax 0346-265960.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief